U bent hier

Webdesigner Danny - juli 2007

In een reactie op een vorig bericht vroeg een lezer welke kennis en vaardigheden je nodig hebt om webdesigner te worden. Omdat dit veel te uitgebreid is om als commentaar te posten wijd ik er een volledig bericht aan.

Om te beginnen zou ik zeker gaan kijken naar de beroepenfilm voor webontwikkelaar op de VDAB-site, waarin zowel webontwikkelaar als webdesigner aan bod komen. Zo heb je meteen ook al een beeld van hoe die twee samenwerken.

Een belangrijk deel van het werk van een webdesigner is ontwerpen. Een basiskennis van grafisch ontwerp is daarom ook onontbeerlijk: lay-out, kleuren, beelden, typografie, enzovoort ... Ik zou beginnen bij Mark Boulton's Five Simple Steps serie. De meest gebruikte software om het webpagina's te ontwerpen en beelden te bewerken is Adobe Photoshop, dus die moet je onder de knie hebben.

Vermits je websites en webpagina's maakt moet je ook begrijpen hoe zo'n webpagina wordt samengesteld, van de webserver tot de browser. Dit hoeft niet heel diep of technisch te zijn, maar hoort eerder bij een algemene achtergrond van het web. Webpagina's worden geschreven in een opmaaktaal. Een diepgaande kennis van (X)HTML en CSS is dan ook heel belangrijk. Veel webdesigners coderen met de hand en kennen hun HTML en CSS net zo goed als hun moedertaal. HTML blijft ook evolueren en webstandaarden zorgen er onder andere voor dat de code beter gestructureerd en begrijpbaar wordt. Goede cursussen vind je online op w3schools en The Web Standards Project of in boekvorm als Build Your Own Web Site The Right Way Using HTML & CSS.

Het ontwerp van de website moet de bezoekers duidelijk maken hoe de site in elkaar zit. Een duidelijk navigatie en indeling van informatie, maar ook een overzichtelijke en leesbare tekst maken het makkelijker voor de mensen die een site bezoeken. Je moet dus een kennis hebben van gebruiksvriendelijkheid (usability) en toegankelijkheid (accessibility), plus een basis van informatiearchitectuur. Je kan hierin heel ver gaan en je zelfs verdiepen in cognitieve psychologie, de wetenschap die bestudeert hoe mensen problemen analyseren en oplossen. Zo leer je hoe je uit een website zo veel mogelijk mentale obstakels haalt. Boeken die ik aanraad zijn Don't make me think, Defensive design for the web en het werk van Edward Tufte.

Naast deze vaardigheden heb je gewoon een goeie dosis gezond verstand nodig, een inlevingsvermogen in de wereld van je websitebezoekers, en de wil en zin om te blijven bijleren. Er bestaat een hele gemeenschap van bloggers die je wegwijs kunnen maken in de veranderende technologie. Enkele van mijn favoriete webdesign-gerelateerde blogs: A List Apart, veerle's Blog en Naar Voren.

Je kan een heleboel theorie via cursussen bijleren of in boeken lezen, maar daarnaast heb je ook een bepaald talent nodig. Goeie designers voelen gewoon aan wanneer iets er goed uitziet zonder dat ze meteen kunnen zeggen waarom.

Gepost op 31 juli 2007

Sommige dagen heb je het ene idee na het andere, sommige dagen heb je er geen. Vandaag is een van die dagen dat er weinig creatiefs gebeurt in mijn brein.

Ik heb nooit aan een bureau kunnen zitten en creatief denken. De beste ideeën komen bij mij op andere momenten: bij het sporten, onder de douche, in bed ...

Een leuk of trendy café, ja, daar kan ik creatief bezig zijn. Het juiste muziekje op de achtergrond en ik zie in alles iets wat ik kan (her)gebruiken. De kleurschakeringen gevormd door de verlichting op de muur, de speelse typografie op de menukaart, de lay-out of ongewone kleurcombinatie van een folder of tijdschrift, zelfs de vorm van een vlek gemorste koffie op de krant ... Geef me dan een kladblok en ik begin te schetsen.

Ik heb wel eens iets gelezen over een creatief bedrijfje in de Verenigde Staten dat geen eigen kantoor had, maar werkte vanuit een koffieshop (niet het Nederlandse soort koffieshop, hé). Ze gebruikten een deel van de ruimte om te werken, met laptops en via het draadloos netwerk van de koffieshop. In ruil dronken en aten ze daar de hele dag. Ik vind dat een heel inspirerend idee, ik kan me best in zo'n situatie inleven.

Helaas zijn er in België zo geen bedrijven en schrijf ik dit gewoon gezeten achter mijn bureau op kantoor. Maar vanavond ben ik vrij.

Gepost op 26 juli 2007

Het bedrijf waar ik voor werk heeft geen echte website. Alleen een tijdelijke éénpaginasite. Voor een bedrijf in de sector webdesign en webontwikkeling is dat bijna ironisch. Maar 't is wel begrijpelijk omdat het nog heel jong is en de meeste klanten via andere kanalen gevonden worden.

Een paar weken geleden werd ik gevraagd om te beginnen met het ontwerp van een echte website, een opdracht die ik wel zie zitten. Omdat ik slechts een dag per week op kantoor ben (de andere dagen zit ik in Brussel bij de klant) en er nog werk voor andere klanten hogere prioriteit heeft, kon ik daar nog niet zo veel tijd aan besteden als ik wou. Ik heb er eigenlijk alleen nog maar 's avonds na mijn uren aan gewerkt. Ik kreeg wel al (opbouwende) kritiek op een eerste schets van een collega-designer. Kritiek waar ik veel aan heb gehad.

Toen ik vorige week op kantoor was zag ik op het prikbord een aantal designs hangen voor onze site, gemaakt door externe kantoren. Welnu, zoiets motiveert mij. Ik was helemaal niet op de hoogte dat die opdracht intussen was uitbesteed aan anderen. Tot dan was ik er maar half mee bezig, maar nu heb ik een motivatie gevonden in die externe concurrentie. Het zal ook wel een beetje mijn ego zijn, want ik wil die site erg graag ontwerpen. Ik wil daar trots op kunnen zijn. Na een blik op het werk van de concurrenten heb ik wat meer inspiratie (er zitten sterke dingen tussen). Maar ik zag ook al meteen enkele gaten in hun voorstellen. Tijd voor beter dus. Ik weet wat gedaan deze week, want vrijdag ben ik weer op kantoor en moeten mijn ideeën tot een concreet voorbeeld gevormd worden ...

Gepost op 23 juli 2007

Netwerken zijn in mijn vak (in meer dan een betekenis) heel belangrijk. Enerzijds ben ik het zo gewend (verwend?) een snelle internetverbinding te hebben dat ik snel geïrriteerd ben wanneer ik enkele seconden moet wachten bij een upload of openen van een pagina. Ik zit minstens 8 uur per dag aan de computer én op het internet. Websites aanpassen, files up- en downloaden, allerhande online tools gebruiken, een blog bijhouden, info opzoeken... ik zou gewoon niet kunnen werken zonder internetconnectie.

Anderzijds kan ik via een aantal online tools mijn netwerk van collega's en vrienden onderhouden en verder uitbreiden. Naast e-mail en chat maak ik gebruik van een aantal "social networking" sites. Via LinkedIn wissel ik digitale visitekaartjes uit en kan ik via via andere mensen benaderen die ik nodig heb voor een project. Op Virb heb ik een account aangemaakt waar ik mijn interesses bekend maak en daardoor in andere interessegroepen betrokken raak. Last.fm houdt mijn playlist van favoriete muziek bij en via tips van andere gebruikers leer ik nieuwe bands en artiesten kennen. Maar het meest gebruik ik Twitter, dat me de vraag stelt wat ik aan het doen ben. Even vlug aan de vriendjes laten weten wat me bezighoudt, mijn frustraties uitschreeuwen of raad vragen. Daarnaast probeer ik ook nog af en toe op mijn blog te schrijven over persoonlijke of professionele zaken.

Wat het leuke is aan deze netwerken is dat je ook daadwerkelijk nieuwe mensen leert kennen. Toen ik onlangs naar een webdesignconferentie ging in Londen kwam ik enkele Nederlanders tegen die ik kende vanop Twitter. We hadden meteen het gevoel dat we met elkaar vertrouwd waren en gingen in levende lijve gewoon verder waar we online gestopt waren.

Online netwerken zijn vooral handig voor mensen zoals ik, die van nature nogal introvert en dus minder sociaal zijn. De drempel ligt een stuk lager dan gewoon op mensen toestappen, en in geen tijd kan je een heel netwerk van gelijkgestemden uitwerken. Ik weet niet of ik nog zonder zou kunnen...

Gepost op 20 juli 2007

Sommige mensen weten al heel vroeg wat ze willen bereiken in het leven en hoe en wanneer ze daar willen staan. Anderen zullen dit nooit weten. Ik leun eerder bij die laatste groep aan.

Ik heb geen duidelijk beschreven carrièreplannen, geen vijf-, tien- of twintigjarenplan en geen begeerlijke managementpositie die ik tegen mijn veertigste moet en zal hebben. Ik ben eerder het "go with the flow" type, ik zie wel wat mijn pad kruist en maak mijn keuzes wanneer ik daar ben.

Ik weet wel hoe langer hoe beter wat voor mij persoonlijk belangrijk is. Tijdens een sollicitatietraining moesten we ooit een matrix opstellen op de assen "wat wil ik in een job" en "wat eis ik van een job". Bij wat ik graag wil: veel vrijheid (zowel wat tijd als locatie betreft), een mooi salaris, fijne en gedreven collega's, een 1 + 1 = 3 mentaliteit, een mooi kantoor met een supersnel netwerk, een stevig budget voor opleiding en training, eventueel af en toe naar het buitenland en dit alles natuurlijk in evenwicht met mijn privéleven. Bij wat ik eis van mijn job: niet voor 9 uur 's morgens beginnen.

Misschien moet ik maar eens beginnen denken aan een job als barman of zo :-)

Gepost op 18 juli 2007

's Middags ga ik graag buiten eten, weg van het kantoor. Nu de broodjeszaak op de hoek wegens vakantie dicht is ga ik vaker "uit eten". Vooral het Aziatische restaurantje, een paar straten verder, is een populaire bestemming, hoofdzakelijk vanwege de lage prijzen en de ruime porties.

Meestal lunch ik met een of meerdere collega's en af en toe wordt er gebrainstormd bij het eten. Maar meestal gaat het wel over niet-werkgerelateerde dingen: interesses, hobby's, liefdesleven, roddels, enz... Buiten het werk leer je je collega's ook echt kennen, je krijgt een vollediger beeld van hoe ze zijn.

Onlangs was ik met twee collega's naar een webdesignconferentie in Londen. Door een hotelkamer te delen en heel de dag samen door te brengen leer je je collega's best wel intiem kennen. :-) Wanneer het dan ook nog klikt kom je in een zone tussen collega en vriend terecht. Je weet te veel van iemand om gewoon collega's te zijn, maar je hebt nog niet voldoende achtergrond en tijd om echt vrienden te zijn.

Uit de meeste jobs of stages heb ik wel zo'n soort vriendschap overgehouden. Mensen met wie ik af en toe nog afspreek om eens een pintje te gaan drinken. Ex-collegavrienden. Of zo.

Gepost op 16 juli 2007

Ik kreeg onlangs van onze secretaris –of hoe noem je een mannelijke secretaresse?– de vraag om mijn vakantieplanning door te geven. Ik wil begin augustus twee weken naar Montreal om een oude vriend op te zoeken, en gaf dus tien dagen door. Zijn antwoord was dat dit niet kan omdat ik nog maar zeven dagen heb voor de rest van het jaar …

Een weekje snowboarden in maart, een week vrijwilligerswerk in april en een paar dagen naar Londen voor een webdesignconferentie … Twintig dagen vakantie gaan er zo aan.

Ik hoop dat ik een paar dagen onbetaald verlof kan nemen zodat ik toch mijn twee weken Canada krijg. Ik houd het dus op een last minute vlucht tot ik meer zekerheid heb.

Frustrerend is dat mijn collega's in Brussel, bij de klant waar ik vier dagen per week werk, 35 dagen vakantie hebben. Nu ja, frustrerend, ik gun het hen hoor, ik zie er alleen tegen op om de rest van het jaar geen vakantie meer te kunnen nemen. Gelukkig hebben we in België heel wat feestdagen!

Gepost op 12 juli 2007

Na mijn opleiding webontwikkelaar, gevolgd door een stage in Gent, besloot ik in Antwerpen werk te zoeken en er ook te gaan wonen. Ik wou in een grote maar leefbare stad wonen en werken, en zag mezelf al met de fiets naar het werk rijden. Via via kwam ik bij een leuk bedrijfje terecht: allemaal jonge mensen, in jeans and T-shirt, een losse sfeer, en gepassioneerd door wat ze doen.

Momenteel werk ik slechts een dag per week in Antwerpen, de andere vier ben ik gedetacheerd bij een klant in Brussel. Werkgever of klant, het loopt allemaal in elkaar over. Ik heb van alles twee: twee werkplekken, op twee plaatsen collega's, en twee jobs. Het lijkt allemaal leuk, maar ik heb geen echt vaste stek en geen vaste routine.

Ik woon intussen in Antwerpen en 's vrijdags ga ik met de fiets naar het werk. De andere dagen sta ik een uur vroeger op en ga ik met de fiets naar het station. Dat extra uur voelt voor mij als verloren en ik zou het meteen weer inruilen voor een extra uurtje slaap.

Gepost op 9 juli 2007

Het regende verschrikkelijk vanmorgen. Daarom besloot ik de auto en niet de fiets te nemen naar het station. Toen ik wilde starten merkte ik dat de autoradio verdwenen was. De autopapieren in het handschoenenkastje, de cd's in het zijvakje en alle andere dingen leken er nog te zijn. "Wel, dat hebben ze mooi gedaan" en "niet het einde van de wereld", dacht ik, "de auto was zelfs nog op slot toen ik instapte". Ik zette mijn tas op de passagierszetel en voelde dat die vochtig was. Pas toen zag ik dat het portier aan de passagierszijde geforceerd was en dat het bovenaan een centimeter of 7 openstond. De auto had de hele nacht buiten gestaan in de gietende regen.

Een telefoontje naar de politie, een aangifte van inbraak en diefstal op het wijkkantoor en een ontnuchterend "Nee, dat wordt niet gedekt door een Burgerlijke aansprakelijkheidsverzekering" van de verzekeringsmensen later, was ik op weg naar mijn garage. Daar zetten ze een knie tegen de autodeur en plooiden ze die weer naar binnen alsof dat pure routine was. Nog een streepje verf hier en daar, en met een vriendelijk "rij maar" mocht ik (zonder te betalen) vertrekken. Snel naar het treinstation ...

En plots had ik een vrij gevoel. Tijd voor een café-noisette in het stationsbuffet. Plaats genoeg op de trein. Rust in overvloed om een hoofdstuk in mijn boek uit te lezen ...

Al bij al was het een fijne ochtend, gevuld met allerlei negatieve én positieve emoties en ervaringen. En ik zou mijn ziel aan de duivel verkopen om elke dag om twintig voor elf te mogen beginnen werken.

Gepost op 6 juli 2007

Volgens ooms en tantes doe ik "iets met computers". Volgens vrienden doe ik iets met websites. Zelf zeg ik graag dat ik websites verbeter voor blinden. Toegegeven, het is slechts een heel klein deel van mijn takenpakket, maar het lokt wel leuke reacties uit. Van "Hoezo, websites voor blinden?", "Blinden kunnen toch helemaal niet - ahum – zien?" tot "Hé, interessant!".

De meeste mensen zien websites als puur visueel: een mooi ontwerp, beeldjes en animatie. De meeste mensen denken ook dat blinden niet deelnemen aan het gewone leven waarin mensen op het internet surfen.

Nochtans is het internet alomtegenwoordig: e-mails versturen, het vertrekuur van de trein opzoeken, een forum raadplegen, ... We gebruiken het vooral om informatie te zoeken. Informatie die perfect als tekst voorgesteld kan worden. Tekst die met moderne hulpmiddelen kan worden voorgelezen of naar braille vertaald worden. Ja, blinde mensen kunnen op internet net dezelfde informatie raadplegen!

Toen ik tijdens mijn stage als webontwikkelaar in Gent op bezoek ging bij Anysurfer gingen mijn ogen open. Anysurfer is een organisatie die ijvert voor het toegankelijk maken van websites voor mensen met allerlei handicaps. Ik ontmoette er een blinde jongen die professioneel websites nakijkt op toegankelijkheid. Hij zat achter een gewone laptop en surfte met behulp van een spraaksynthesizer en een brailleregel. En tot mijn grote verbazing surfte hij sneller dan de meeste mensen die ik ken.

Hoe je een website toegankelijk maakt is wat te technisch om hier verder op in te gaan. Kortweg kunnen door een paar (simpele) regels te volgen websites ook makkelijk door mensen met een visuele handicap gebruikt worden. Om Sir Tim Berners-Lee, de bedenker en grondlegger van het World Wide Web, te citeren: "Toegang voor iedereen ongeacht welke handicap is een essentieel aspect van het internet".

Gepost op 4 juli 2007

Toen ik ging studeren kreeg ik van mijn ouders twee opties: economie of informatica. Kwestie van toekomstperspectief en kans op werk, weet je wel. Computers interesseerden me toen totaal niet, dus werd het handelswetenschappen in Brussel.

Achterliggende redenering: de inhoud van de vakken woog niet door op het studentenleven en de vele vriendschappen, en mijn creatieve honger stilde ik elders. Tijdens die vijf jaar studie heb ik waarschijnlijk meer tijd doorgebracht in de donkere kamer op Sint-Lucas dan in pakweg de les econometrie of managementtechnieken. De specialisatierichting in de licenties bracht wat verlichting: ik koos marketing omdat daarin het vak reclamebeleid zat.

Na mijn economische studie volgde ik nog vijf jaar avondschool reclame en grafische vormgeving om m'n creatieve drang een uitlaatklep te geven. Tot ik me eind jaren 90 op de 'wave' van de dot-com boom de IT-wereld liet 'binnensurfen'.

Zeven jaar lang was ik programmeur, technisch consultant, fervent jobhopper en kortweg: goedbetaald informaticus. In het programmeren vond ik de voldoening van de logica weer. Programmeren was knutselen, mogelijke paden uittekenen, redeneren en testen. Maar ik miste weer dat grafische, dat creëren van beelden die meer zeggen dan duizend woorden.

Ik nam het risico, stopte met werken en sprong in het ongewisse. Ik volgde bij VDAB een herscholing tot webontwikkelaar. Hierin vond ik de perfecte mix van creativiteit en techniek. De afwisseling tussen vormgeven en programmeren. Het evenwicht tussen esthetiek en logica. Mijn professionele yin en yang.

Vandaag maak ik websites en draag ik de mooie titel 'front-end architect'. Zelf vertaal ik dat als ontwerper van gemakkelijk te gebruiken websites.

Gepost op 2 juli 2007