U bent hier

Een mooie zomerochtend

Het regende verschrikkelijk vanmorgen. Daarom besloot ik de auto en niet de fiets te nemen naar het station. Toen ik wilde starten merkte ik dat de autoradio verdwenen was. De autopapieren in het handschoenenkastje, de cd's in het zijvakje en alle andere dingen leken er nog te zijn. "Wel, dat hebben ze mooi gedaan" en "niet het einde van de wereld", dacht ik, "de auto was zelfs nog op slot toen ik instapte". Ik zette mijn tas op de passagierszetel en voelde dat die vochtig was. Pas toen zag ik dat het portier aan de passagierszijde geforceerd was en dat het bovenaan een centimeter of 7 openstond. De auto had de hele nacht buiten gestaan in de gietende regen.

Een telefoontje naar de politie, een aangifte van inbraak en diefstal op het wijkkantoor en een ontnuchterend "Nee, dat wordt niet gedekt door een Burgerlijke aansprakelijkheidsverzekering" van de verzekeringsmensen later, was ik op weg naar mijn garage. Daar zetten ze een knie tegen de autodeur en plooiden ze die weer naar binnen alsof dat pure routine was. Nog een streepje verf hier en daar, en met een vriendelijk "rij maar" mocht ik (zonder te betalen) vertrekken. Snel naar het treinstation ...

En plots had ik een vrij gevoel. Tijd voor een café-noisette in het stationsbuffet. Plaats genoeg op de trein. Rust in overvloed om een hoofdstuk in mijn boek uit te lezen ...

Al bij al was het een fijne ochtend, gevuld met allerlei negatieve én positieve emoties en ervaringen. En ik zou mijn ziel aan de duivel verkopen om elke dag om twintig voor elf te mogen beginnen werken.