U bent hier

Werkzoekende Mies

Kaars. Foto: shutterstock

Er zijn voorstanders van de feestdagen, en er zijn tegenstanders. Maar zelfs de voorstanders zijn tegenstander van een grijze kerst. En omgekeerd willen zelfs de tegenstanders, een witte kerst. Liefst eentje waarbij je een zonnebril moet opzetten omdat het wit van de sneeuw anders pijn doet aan je ogen.

Deze grijze kerst doet me enorm verlangen naar een kerst op het andere halfrond: een kerst in de zomer. Maar dat zit er dit jaar niet in, dus probeer ik hier zoveel mogelijk licht en zonnige gedachten te creëren. Door kerstverlichting aan te doen, mango te eten, salsamuziek te beluisteren, kledij in vrolijke kleuren te dragen, de verwarming hoog te zetten zodat ik het lekker warm heb, vakantiefoto’s te kijken, te fantaseren over een volgende vakantie in de zon, cadeautjes in te pakken in vrolijke papiertjes...

Het is een grijze kerst, maar ik probeer de zon in mijn hart te laten schijnen. Zo wordt alles wat minder grauw.
 

Geschenk. Foto: ShutterstockIk hou van gekke woorden, van het uitvinden van gekke woorden en van het lichtjes aanpassen van woorden. Zo ga ik altijd naar de ‘fimmela’ en niet naar de cinema. Een mens moet ergens zijn pleziertje uithalen, nietwaar? :-)

Laatst hoorde ik het woord ‘snipperschieter’ van een Nederlander. Ik moet toegeven dat ik compleet niet begreep op wat het sloeg. Als ik mijn bovenkamer eens liet ratelen, kon ik me voorstellen dat het misschien iemand was die een beetje ‘getikt’ is, een beetje gek. Bij navraag bleek niets minder waar. Blijkbaar wordt het gebruikt voor ‘je m’en foutisten’: mensen die maar doen, en zich van niets aantrekken. Ik begreep het ook een beetje als mensen die geen verantwoordelijkheid nemen voor hun daden en egocentrisch zijn. Dit is echter een interpretatie, ik kan de bal hiermee compleet misslaan.

Maar... laten we even aannemen dat ik de bal niet mis sla én dat het woord ‘snipperschieter’ niet zo’n negatieve connotatie heeft. Dan zou mijn advies voor de hardwerkende, goede mensen onder ons zijn: ‘Wees af en toe eens een snipperschieter’. Het is zo’n leuk woord en ik zou dit advies willen vertalen als ‘wees lief voor jezelf en denk af en toe eens aan jezelf’.

‘To snipperschiet or not to snipperschiet’.
 

herfstbladeren

Dinsdag was een moeilijke dag. Het was de doctoraatsverdediging van een ex-collega en bureaugenootje van toen ik nog voor de universiteit werkte. Een ‘vrolega’ -een collega waarmee je een vriendschapsband opbouwt- heb ik het ooit eens horen noemen. Zij is er ééntje uit de duizend. Een echt schatje van een patatje. Dinsdagavond was haar moment. Finally, het eind van de tunnel. Het einde van de titanenstrijd. She did it!

Ik ging luisteren. Omdat ze mijn ‘vrolega’ was en nu een vriendin is. Ik wou haar steunen. Jammer genoeg impliceerde dit dat ik mijn ex-leidinggevende opnieuw onder ogen moest komen. De vrouw die, in mijn ogen, mijn leven heeft verwoest. Ik weet dat dit heel zwaar klinkt en erg lijkt op een ‘externe locus van controle’ -wat me overkwam is te wijten aan krachten buiten mezelf- maar voor mij is het zo. Het voelt zo in elke vezel van mijn lichaam. Nog steeds.

Ik heb mijn ex-leidinggevende zeker anderhalf jaar niet gezien en ik moet zeggen dat ik er, ik maak er een eufemisme van, nogal tegenop keek.

Ik had gedacht dat de ingang van de zaal achteraan zou zijn, en dat mijn ‘vrolega’ vooraan zou staan en ik ongestoord kon binnen glippen. Ik was een paar minuten te laat en ze was al begonnen. Helaas bleek de ingang aan de zijkant te liggen en keek ik bij het binnenkomen recht in de ogen van mijn ex-leidinggevende. Zij knikte beleefd gedag en ik moet toegeven dat ik niet weet wat voor gezichtsuitdrukking ik fabriceerde.

Mijn ‘vrolega’ bracht een prachtige en duidelijke presentatie en doorstond het vragenvuur met glans. Ikke lekker trots dat zij mijn ‘vrolega’tje’ was geweest. Na een korte beraadslaging van de jury werd de promovendus uitgeroepen tot doctor. Ik had het moeilijk tijdens de dankbetuigingen van de kersverse doctor. Ik word altijd emotioneel als iemand de meest dierbare mensen uit zijn leven bedankt.

Het probleem was dat ik deze keer mijn emo-traantjes niet meer kon stoppen. Er was duidelijk meer aan de hand. Ik probeerde me goed te houden, feliciteerde mijn ‘vrolega’ en ging met een drankje aan een statafeltje staan met ex-collega’s. Er werd vriendelijk gekletst. Ik zei gedag tegen een ander ex-bureaugenootje en dan dook ze ineens op. Uit het niets. Zoals ze dat vroeger ook deed. Ik schrok me een ongeluk. Ze zei: Dag Mies. Mijn hart sloeg een aantal slagen over en de rillingen liepen over mijn rug. Ik denk dat ik haar heb aangekeken en een begroeting heb weten te produceren, maar draaide me direct daarna om. Ik weet niet hoe abrupt dit gebeurde. Ik zag de kersverse doctor staan. Ik kletste de inhoud van mijn glas door mijn keelgat en nam afscheid. Voor deze prachtmeid had ik nog veel langer willen blijven, maar voor mijn eigen welzijn was het tijd om te gaan. Gelukkig werd mijn aanwezigheid elders vereist…
 

Bubbels.Foto: shutterstockGisteren was de laatste les ‘leren acteren’. Ter afsluiting moest ik een monoloog voorbereiden. Dit mocht een zelfgeschreven stuk zijn, of een bestaand stuk. Ongeveer 15 lijntjes lang.

Ik had een erg leuk idee rond een bestaand stuk tekst. Ik zou een bandrecorder gebruiken, en een dialoog voeren met mezelf. Ik was ervan overtuigd dat ik mijn bandrecorder laatst nog had gezien. Maar na drie dagen zoeken -en niet vinden!- moest ik vaststellen dat ik dringend aan één van mijn projectjes voor de kerstvakantie moest beginnen: orde scheppen!

Er zat dus niets anders op dan een nieuwe monoloog bedenken, maar… daar kwam niets van in huis. Wegens te druk én het niet kunnen loslaten van mijn eerste idee. Bovendien had ik op diezelfde avond een ‘trippele’ boeking: ik moest ook nog naar een oudercontact en een doctoraatsverdediging.

Uit respect voor de andere deelnemers van de lessen ‘leren acteren’ liet ik ‘de juf’ weten dat ik wat later naar de les zou komen, en dan maar geen monoloog zou brengen. Dan hoefde ze daar geen tijd voor te voorzien.

Maar toen ik -zoals voorzien een pak later- de les binnenkwam en de monologen van de andere deelnemers zag en hoorde, begon het onwaarschijnlijk hard te kriebelen. Ik wilde ook een monoloog brengen! Uiteindelijk heb ik helemaal op het einde, als allerlaatste, een improvisatie-monoloogje gedaan. Ik ga die lessen missen… zucht.
 

Kerst. Foto: shutterstock

Ik dacht dat ik mijn tijd nuttig kon doorbrengen door een opleiding te volgen die een meerwaarde biedt op de arbeidsmarkt. Ik koos stresscoaching. Ik vroeg me zaterdag, op lesdag 5 van de 7, grondig af wat ik daar in hemelsnaam zat te doen. We kregen een heel exposé over het feit dat ik mijn ‘weergave’ niet had ingediend en over de manier waarop anderen deze wel hadden ingediend. Ik denk dat ongeveer ¼ van de lesdag hieraan gespendeerd werd.

Ik heb de hele dag gezocht naar zaken die me iets konden bijbrengen, maar moest op een gegeven moment vaststellen dat ik eigenlijk in sluimerstand had kunnen blijven zitten. Tijdens één van de vele nutteloze exposés van de lesgeefster hield ik me bezig met het ‘bollen’ van mijn gestipte ‘i’tjes’. Ik kan dus wel stellen dat deze’ time investment’ ‘a total waste of time’ was.

Soms denk je ‘tijd te verspillen’ of nuttige tijd kwijt te zijn, maar blijkt het omgekeerde waar. Gisteren moest ik op de kerstmarkt van Deinze gaan helpen in naam van de school. Ik moet toegeven dat ik er tegenop zag om 2 à 3 uur in de koude te gaan staan.

Uiteindelijk bleek dit een erg fijne, maar nog wel steeds koude bedoening. De collega’s waren allen in hun nopjes en de handen werden in elkaar geslagen. Het feit dat we op een gegeven moment vergezeld werden van bessenjenever heeft alleen nog maar bijgedragen tot de aangename sfeer. Moe en koud maar voldaan keerde ik huiswaarts. ‘A seemingly waste of time’ bleek ‘a really nice time investment’. 

Kaars. Foto: shutterstock

Woensdagmiddag kwam ik thuis van mijn werk, at ik en lag ik de hele namiddag in de zetel. Slapen. Donderdagochtend stond ik op met barstende hoofdpijn. Het type waarvan ik niet meer kon functioneren. Deze signalen stemden me tot nadenken. Was dit een ‘normale’ winterblues, of was het licht en het vuur van mijn kaarsje in gevaar? Was ik over de rooie gegaan, of had ik gewoon last van te weinig licht zoals menig mens deze tijd van het jaar?

Wat de oorzaak ook mocht zijn, het resultaat bleef hetzelfde: ik moest rusten. En dat ben ik soms grondig beu. Dat moeten rusten alsof ik een ouwe taart van 80 ben, die nood heeft aan haar dagelijks middagdutje. Zelfs mijn kniegewricht wil me dat af en toe graag doen geloven! ;-)

Hoe dan ook: ik snak naar zon en warmte. Op de zon kan ik geen invloed uitoefenen, maar warmte kan ik wel naar me toe trekken. Onder de vorm van een kerstboom met lichtjes, een sauna, met een boek op de verwarming zitten…

Hoe erg ik ook verlang naar de zon, ze zal niet naar me toe komen. Dus… moet ik maar naar haar toe! Straks ga ik eens langs bij reisbureau Connections. Het idee alleen al doet mijn kaarsje aanwakkeren en dansen van vreugde. :-)
 

nota

De dagen vliegen voorbij, maar mijn to-dolijst wordt niet korter. Hoe langer hoe meer schuif ik vanalles door naar de kerstvakantie. Of dat een goed idee is, moet nog blijken.

Papieren klasseren? Dat is een projectje voor tijdens de kerstvakantie. Bijkomend deeltijds werk zoeken? Een projectje voor de kerstvakantie. Eigenlijk schuif ik alles wat nu niet ‘moet’ vlotjes door naar het einde van het jaar. Ik weet nu al dat de vakantie veel te kort zal zijn om al die taken bol te werken. :-)

Waarschijnlijk kom ik aan sommige zaken zelfs helemaal niet toe. Ik denk hierbij vooral aan extra deeltijds werk zoeken. Dat is niet eenvoudig. Omdat ik momenteel op maandag, dinsdag en woensdag in de voormiddag werk, ben ik geen gegeerde kandidaat kinesitherapeute. Want meestal is men op zoek naar een kinesitherapeute die vijf dagen per week een halve dag kan komen.

Hoe ik dat ga oplossen? Weet ik niet. Misschien een projectje voor tijdens de kerstvakantie?
 

chronometer. Foto: shutterstockHet is weer zo ver: het begin van de werkweek. Deze week wordt echter geen normale week. In plaats van therapie en kinesitherapie geven aan de kinderen met motorische problemen, moet ik mee op pad met de leerkracht LO.

De andere leerkracht LO heeft een zware enkelverstuiking en kan dus niet komen werken. Gezien hij op geen andere manier vervangen kon worden, ben ik vanaf vandaag even leerkracht LO nummer 2.

Ik heb geen idee waar ik me moet aan verwachten. Ik hoop alleen dat ik geen radslag of handenstand moet doen, want dat kan ik niet. :-) De gekwetste leerkracht LO liep zijn letsel op tijdens de uren, dus laten we duimen dat ik straks niet op krukken moet gaan werken. Lijkt mee een gevaarlijk jobke. :-)

Gek dus, om zo meteen mijn turnzak klaar te maken in plaats van mijn werkzak...

Gepost op 8 december 2014

zen landschap

Sinds kort volg ik een opleiding om stresscoach te worden. Een aantal jaar geleden volgde ik al een opleiding tot coach, en de ‘specialisatie’ tot stresscoach leek me een interessant vervolg.

Hoe langer hoe meer verdenk ik onze docent ervan alle cursisten eerst een bepaalde stressproblematiek aan te smeren, om deze dan -bij wijze van voorbeeld- aan te pakken.

De opleiding vindt plaats op zaterdag, en alle cursisten zijn volwassenen die op vrijwillige basis deelnemen. Gezien de prijs van de cursus -en de normale gang van zaken bij zulke opleidingen- verwacht ik een tasje koffie als ik ‘s ochtends aankom op de cursuslocatie. Niets is minder waar.

Een cursus hebben we ook al niet. Na elke les krijgen we wel ‘het script’ van de les, hetgeen vaak niet meer beslaat dan een luttele pagina. Tijdens de pauze is het niet toegestaan om onze gsm boven te halen en te kijken of we een smsje of een gemiste oproep ontvingen. Sterker: gsm-toestellen mogen het gebouw niet binnen! “Dit stond overigens in de ‘algemene voorwaarden’ die je hebt goedgekeurd bij het intekenen voor de opleiding”. Eerlijk, wie leest nu elke letter van de algemene voorwaarden? Of beter: wie leest er één letter van?

Om het certificaat van de opleiding te ontvangen, moeten we van elke les een weerslag schrijven. Geen ‘verslag’, maar een ‘weergave’ van de les. Wat er precies in moet, wordt niet gezegd. Ook niet na uitdrukkelijke vraag. Tijdens de les die volgt op het indienen van die ‘weergave’ wordt dan wel uitgebreid tijd gespendeerd aan het aanhalen van hoe het niet moet. Er worden voorbeelden gebruikt uit de ingediende ‘weergaves’, maar gelukkig worden er geen namen genoemd.

Nu zit ik dus voor mijn computer. Met stress. Mijn verslag –excuseer: weergave- moet voor 18u binnen en ik heb geen idee wat voor gelul ik nu weer moet noteren om te docent te plezieren.
 

Gepost op 5 december 2014

lintmeterEen nieuwe werkplek gaat hand in hand met nieuwe grenzen en regels. Ik heb niet bepaald problemen met het aanvaarden van regels en ernaar handelen, maar ik heb het in het verleden niet zo best gedaan met het respecteren van grenzen. Mijn eigen grenzen.

Ik was nog jong en onervaren. Voeg daarbij een portie ambitie, doorzettingsvermogen, zelfdiscipline, perfectionisme en faalangst en je krijgt een mix die, indien op de juiste manier opgeklopt, tot een burn-out leidt. Ik begreep niet wat me overkwam. Ik voelde me constant ziek, moe, uitgeput.

Nu heb ik een nieuwe halftijdse job die best veel van me vraagt. Gisteren kwam ik op school in aanraking met een grens. Ik wou eigenlijk naar huis gaan, maar dit kon jammer genoeg niet. Ik moest nog toezicht houden tijdens de speeltijd en had ook nog een klas die ik moest opvangen.

Het scheelde niet veel of ik was beginnen wenen. Een stroom van gevoelens maakte zich meester van me: angst, boosheid, onmacht… Ik voelde duidelijk mijn grens aan, maar mocht er niet op ingaan. 

Ik ben blij dat ik de grens gevoeld heb, maar ik weet niet wat ik hiermee moet. Moet ik vertellen op school dat ik eigenlijk naar huis wou, maar dat dit niet kon? Ik voelde me echt niet meer in staat om te werken, maar ik moest. Met dit gevoel is het twee jaar geleden allemaal begonnen. Met het constant herhalen van ‘dat het maar moet gaan’, ‘dat het aan mij ligt’, ‘dat ik niet moet zeuren’… Zo ben ik ziek geworden. En dat wil ik niet meer.