U bent hier

Programmeur Tom - July 2010

Heerlijk, die laatste momenten werken voor je op vakantie vertrekt. Je sluit even je ogen en ziet jezelf al zitten in een strandstoel aan de Middellandse zee: een sangria in de ene hand, een spannend boek in de andere. Maar voor het zover is, wacht je een meer dan 1000 kilometer lange autorit. En dan vergeet ik nog het laden van de auto…

De afspraak bij ons is dat alles eerst wordt klaargezet, en dan pas in de auto gestopt. Zo behoud ik een duidelijk overzicht van wat er allemaal mee moet. Dat is nuttig bij het volstouwen van elke beschikbare centimeter van de wagen. Bovendien gaat deze keer de hond ook mee, waardoor de helft van koffer al bij voorbaat is gevuld.

Het laden van de wagen is altijd moeilijker dan verwacht. Want ook al staat er op een bepaald moment netjes een hoop bagage klaar -gewoonlijk voldoende om een voetbalploeg een ganse maand van eten en kleren te voorzien; dat is nooit het ‘eindpunt’. Op de valreep komt er vaak nog eens de helft bij. Tienerdochters snappen het concept ‘light packing’ echt niet. ;-)

Nadat ik de helft van de bagage terug uit de wagen heb gebonjourd -onder de boze blikken van mijn dochters-, de tank heb volgegooid en alle mp3-spelers in de oren zitten, kunnen we de weg op. En dan maar hopen dat we vijf kilometer verderop niet in de file belanden.

Zoals gewoonlijk zullen we ook dit jaar via Parijs rijden, ‘omdat dat korter is’. Helaas is het zowat de drukste stad van Europa. Tijdens dat gedeelte van de rit is het dus altijd nagelbijten, het stuur wat vaster nemen, de airco hoger zetten en de muziek wat zachter. Mijn medereizigers weten ondertussen al dat ze op dat moment best niet naar het toilet moeten en beter doen alsof ze slapen.

Eens de meeste romantische stad achter de rug, is het alsof we er al zijn. De resterende 700 kilometer lijken dan nog maar een fluitje van een cent. Prettig verlof!

Gepost op 22 juli 2010

Voor heel wat mensen die werken, is de ochtend een stresserend moment. Vaak is alles precies afgemeten, tot op de minuut. De kunst daarbij is zolang mogelijk in bed te blijven, maar toch op tijd te kunnen vertrekken. Daartussen moet er gewassen en gegeten worden, moeten de boterhammen voor de lunch gemaakt worden, moeten de kinderen uit bed gesleurd worden en moet de hond of kat te eten krijgen…

Als die obligate ochtendtaken uiteindelijk achter de rug zijn, begint het pas. De minuten die je eventueel gewonnen hebt door de hond eens géén eten te geven, of een ‘droge’ douche te nemen, worden vakkundig tenietgedaan door een vrachtwagen die een op voorhand mislukt manoeuvre onderneemt. Iedereen ziet dat het niet kan, behalve de chauffeur. En maar blijven proberen.

Als je ook nog langs de wekelijkse markt moet, raak je helemaal gestresseerd. Niet alleen heb je dan af te rekenen met een over het paard getilde wegomlegging, de marktbezoekers gebruiken die omlegging ook nog eens als parkeerroute waarop het record ‘zo traag mogelijk achterwaarts parkeren’ meermaals verbroken wordt.

Nu het zomer is, komen er ook nog eens de troepen fietsers bij. De jeugd lijkt alle zin voor verantwoordelijkheid verloren en gaat ervan uit dat dit hét moment is om met zoveel mogelijk op één fiets te kruipen. Of ze besluiten te testen hoe breed de weg is, door met z’n allen naast elkaar te rijden. De wielertoeristen -mannen in midlifecrisis die normaal geen sportieve reet uitvoeren, maar zich nu de nieuwe Tom Boonen wanen- hebben al helemaal geen oog voor wat er zich voor, naast of achter zich afspeelt. In gedachten verzonken winnen ze voor de vierde keer de Ronde Van Vlaanderen.

En ik? Ik probeer gewoon op tijd te zijn en niet zot van de stress op de werkplek aan te komen. Wat geen sinecure is. Uit de weg iedereen!

Gepost op 16 juli 2010

Alle begin is moeilijk. Een huizenhoog cliché dat zijn statuut wel verdient.

In een vorige blog kon je lezen dat ik deze week gestart ben als programmeur met een IBO-contract. Ondertussen zijn we enkele dagen verder en ik kan je vertellen dat het ‘straffe toebak’ is. Begrijp me niet verkeerd, de opleiding die ik kreeg in het VDAB-opleidingscentrum was zeer degelijk. Maar op het moment dat je in de praktijk gekatapulteerd wordt, is het toch even slikken en besef je dat je eigenlijk nog nergens staat.

Ik had me wel verwacht aan een lawine van nieuwe informatie én ik had me voorgenomen daarover niet te panikeren. Omdat mijn leeftijd een soort innerlijke rust met zich meebrengt, moest dat zeker lukken, dacht ik. Maar helaas…

Voormalig profvoetballer Johan Cruijff zei ooit: ‘Elk nadeel heb z’n voordeel’. Geen mens wist wat hij er precies mee bedoelde. Dus wordt zijn quote te pas en te onpas gebruikt in moeilijke situaties waarbij je wel iets moet zeggen, maar je eigenlijk niet goed weet wat. Zoals dat bij mij nu het geval is.

Gelukkig begin ik zachtjes aan wel wat bomen door het bos te zien. Maar of het nu loofbomen zijn of fruitbomen, dat is nog niet helemaal duidelijk. De kennis die mijn collega’s hebben, is indrukwekkend en ik hoop ooit ergens in de buurt van die kennis te komen. Daarvoor ga ik. Intussen zijn steunbetuigingen in woorden of in natura steeds welkom! :-)

Gepost op 15 juli 2010

Spannend! Zo kon je deze maandag wel noemen, want ik startte met een IBO -Individuele Beroepsopleiding- in een softwarebedrijf als programmeur-developer. De grote vraag was -en is nog steeds: heb ik tijdens mijn VDAB-opleiding genoeg kennis opgedaan om snel te kunnen meedraaien in deze werkomgeving? De maanden in het opleidingscentrum zullen nu hun vruchten moeten afwerpen. Ik hoop dat mijn basiskennis stevig genoeg zal zijn.

Tot nu toe ben ik vooral bezig geweest met het installeren van mijn computer, de kennismaking met mijn nieuwe collega’s en het doornemen van het nodige papierwerk samen met de IBO-consulente. En passant kreeg ik een snelle demo van het programma waar het bedrijf voor 70% op draait. Ik was een beetje van mijn sokken geblazen. Het is een zeer compleet systeem waar ik mijn draai in zal moeten vinden.

Die eerste dag vloog voorbij. Mijn collega’s waren zeer behulpzaam en ik kreeg een subtiele hint dat van nieuwkomers een traktaat in de vorm van een taartje wordt verwacht. Er is dus sprake van een snelle inburgering! :-)

De komende weken zal ik jullie op de hoogte houden over mijn wedervaren hier. Ik ben alvast blij dat het IBO-systeem bestaat en ben ervan overtuigd dat dit een prachtig hulpmiddel is wanneer je een ‘career change’ overweegt.

Meer info over IBO op vdab.be/ibo

Gepost op 13 juli 2010

Een vloek ontsnapte mijn consulente in het VDAB-opleidingscentrum toen ze zichtbaar aangedaan -lees: gespeeld- ‘pas’ als derde te horen kreeg dat ik binnenkort aan de slag kan. Ja, je leest het goed. Met trots mag ik aan de moderator vragen om de inleiding van deze blog te wijzigen van ‘Werkzoekende Tom’ naar ‘IBO’er Tom’. Binnenkort begin ik namelijk te werken in een softwarebedrijf met een contract Individuele beroepsopleiding. Driewerf hoera!

Voor ik jullie hier meer over vertel, wil ik het hebben over een ernstige kwestie: sport. Op het discussieforum van de nieuwssite van VRT staat al een paar dagen de vraag: ‘Wat heeft Nederland dat wij niet hebben?’ Dat slaat natuurlijk op het feit dat hun voetbalploeg wél de finale van de wereldbeker haalt, en wij niet. Bijzonder is dat sommige forumdeelnemers het gebrek aan goede sporters in ons land wijten aan de communautaire kwestie. Straf. Nooit gedacht dat Walen ervoor kunnen zorgen dat Vlamingen minder goed ‘sjotten’. Of vice versa. Iedereen die ook maar beetje nadenkt, weet dat dat larie en apekool is.

De ware reden is het gebrek aan talent. Voetballen zit gewoon niet in onze genen. En wat je niet hebt, kan je niet doorgeven. Het nageslacht van iemand met weinig voetbaltalent zal hoogstwaarschijnlijk ook weinig voetbaltalent hebben. Of er moet al een genetisch incidentje gebeuren. Before you ask. Nee, ik ben geen geneticus en nog minder een natuurkundige. En ik heb ook geen boeken van Charles Darwin gelezen. Maar als iets logisch is, dan is het logisch hé.

‘Wat met het wereldkampioenschap van 1986 in Mexcio dan?’, hoor ik je vragen. God ja. Daar haalden de Duivels de halve finale na een aantal keer door de mazen van het net te zijn geglipt. En in die halve finale werden ze in acht minuten door Diego Maradona opgerold.

Met ons koerstalent is het gelukkig beter gesteld. Zo hebben we een paar coureurs die het heel goed doen. Maar het zijn geen renners van het type Armstrong, Indurain of Contador die altijd op de afspraak zijn. Daarvoor moeten terug tot de generatie De Vlaeminck, Van Steenbergen of Musseuw -voor hij aan de wespen zat.

Eigenlijk hadden we tot nu maar één echte grote fietser: Merckx. En Merckx zegt zelf dat hij is noch Vlaming noch Waal is. In ieder geval was hij beter dan alle Hollanders samen. Alleen al daarvoor verdient hij in elke stad aan de grens met Nederland een standbeeld met: ‘Welkom in Merckxland. Kunnen we niet sjotten? Koersen kunnen we des te beter!’

Bijna zijn we van het vervelende gezoem van de vuvuzela’s af. Nu het oranje legioen zijn felbegeerde finaleplaats haalde, wacht ons nog enkel de strijd tussen Duitsland en Spanje en de finale. Ik hoop dat de Spanjaarden het halen! Over een paar weken ga ik er op vakantie, en zoals steeds zal het Iberisch schiereiland overspoeld worden door horden van onze noorder- en oosterburen. Dat op zich is al niet aangenaam. Maar als Nederland of Duitsland ook nog eens wereldkampioen ‘balletjeschoppen’ wordt, is het helemaal om zeep. Viva España dus!

Gelukkig kunnen we sinds zaterdag ook ons hartje ophalen aan de heroïek van de koers. Een kermis van twee- en vierwielers trok vanuit Nederland door België naar La douce France. Ik was bevoorrecht toeschouwer tijdens de bepalende kasseienstrook in Sars-et-Rosières. Die ligt al flink op Frans grondgebied, maar naar aloude Paris-Roubaix-gewoonte kon je slechts met moeite een niet-Vlaming vinden tussen de toeschouwers. De Fransen laten die kelk blijkbaar graag aan zich voorbij gaan. Maar wij niet: de koers is van Vlaanderen en Vlaanderen is de koers! Zelfs als het over de Ronde van Frankrijk gaat.

Gisteren reed ik voor dag en dauw met de auto volgestouwd met drank en eten -twee uur later al zo warm als de pest- en gewapend met GPS richting ‘boereweggetjes’ van Noord-Frankrijk. Eens aangekomen, zorgde de politie ervoor dat ik mijn heilige koe zo’n twee kilometer verderop moest parkeren. Op dat moment verstonden ze blijkbaar ook geen Frans. Want ‘Pas de moyen’ was het enige wat ze zegden toen ik tegensputterde. Niets aan te doen. Dan maar sleuren met die frigobox en bak bier.

Dat alles om na drie uur wachten een karavaan luide promowagens te zien voorbij sjezen die allerlei projectielen naar mijn hoofd mikten. En toen het stof om mijn hoofd was verdwenen, mocht ik nog eens anderhalf uur bakken en braden in afwachting van de coureurs.

Maar wat was het de moeite toen ze er eindelijk aankwamen. De spanning die opgebouwd werd door de politiemotards, de helikopters die laag over scheerden, de geluidsmuur van geschreeuw van het uitzinnige publiek, en dan de renners... die probeerden recht te blijven in de hel van het noorden. Hangend over het stuur, de pijn verbijtend, door elkaar geschud door de kinderkopjes, trekkend en sleurend aan de ‘guidon’. Vallen, weer opstaan en weer vallen. Vloeken en sakkeren. Supporters die hun helden aan hun kont weer de weg opduwden, drinkbussen die alle kanten opvlogen. Sleutelbenen en mannen die braken vlak voor onze neus. En geen vuvuzela in de buurt.

Aaarh de koers! Die zeven seconden pure opwinding, daar doen we het voor. Zoals je hierboven kan zien, leverde het ook een mooie foto op...

Bloggen op de VDAB-site, het lijkt me een leuk idee. Want laat ons eerlijk zijn. Een goed georganiseerde databank doet wat hij moet doen: volk lokken. Wie bezoekt deze site? Onder andere mensen die werk zoeken. Of ze nu zonder zitten of op zoek zijn naar een nieuwe uitdaging speelt geen rol. Laat ik hen voor het gemak 'de zoekers' noemen.

De joblog was al vaker een forum voor zoekers om ook een andere kant van hun leven te belichten. Het is immers niet allemaal kommer en kwel als je je weg moet banen tussen al die verschillende -euh- banen. Zoekers zijn gewone mensen, die gewone én minder gewone dingen meemaken. Het is altijd leuk als je als lezer even mag meekijken in de potten van een ander. Dan kom je al eens iets te weten.

Ik ben ook een zoeker en volg momenteel een VDAB-opleiding. Mijn doel is programmeur te worden, in DotNet dan nog wel. Dat lukt vooralsnog aardig. Maar het is vooral het extraatje dat het aangenaam maakt: je leert tientallen nieuwe gezichten kennen. Zo blijkt dat je -ook zonder facebook!- kan achterhalen dat je een medecursist ooit tegenkwam in een sporthal aan de andere kant van het land. Voor zover er nog een land is. ;-) De wereld is echt klein.

Waar ik ook van geniet is mijn dagelijkse motortrip naar het opleidingscentrum. De meeste mensen slapen dan nog half, maar ik heb de slapers dan al uit mijn ogen gehaald en zie een hele wereld voorbij komen. Zo zie ik de habitués, die elke ochtend op hetzelfde tijdstip op dezelfde plaats staan te wachten. Op de bus bijvoorbeeld. Pas wanneer ze er niet staan, vallen ze je op. Een beetje fantasierijk persoon is dan onmiddellijk vertrokken voor een rondje wilde verhalen verzinnen…

Soms zie ik ook 'nieuwkomers' op de bus staan wachten. De onverlaten die zich op het terrein van de habitués wagen. Ik benijd hen niet. Neem maar eens voor het eerst een bus en vlei je neer op een zitje dat blijkbaar persoonlijk eigendom is van een medereiziger. Ja, zo gaat dat op een bus. Als je tien keer op dat ene zitje hebt gezeten, wordt dat zitje van jou! Ik dacht dat dat alleen voor de chauffeur telde…

Kortom elke dag brengt wel iets nieuws!