Onze 550 beroepenfiches zijn gebaseerd op CO.BR.A (= COmpetenties en Beroepen Repertorium voor de Arbeidsmarkt) en de beroepsprofielen van SERV. CO.BR.A is een classificatiesysteem van beroepenclusters en is afgeleid van het Franse ROME (Répertoire Opérationnel des Métiers et des Emplois). We leggen uit welke info je terugvindt op de fiches.

Omschrijving beroep

  • Opsomming van de kerntaken van het beroep.
  • Geeft een eerste indruk van de essentie van het beroep, van de meest voorkomende taken binnen de dagelijkse bezigheden.

Arbeidsomstandigheden

  • Beschrijving van de eigenheid van de werkplek en het arbeidsregime.
  • Bijvoorbeeld:
    • 'onderbroken diensten' voor horecapersoneel
    • onregelmatig uurrooster
    • weekenddiensten
    • nachtdiensten
    • wisselende werven
    • verre verplaatsingen
    • in de hoogte werken
    • in de buitenlucht werken, in alle weersomstandigheden
    • in abnormale temperaturen werken

Attesten en diploma's:

  • In reglementen voorziene vereisten waaraan een beroepsuitoefenaar moet voldoen.
  • Diploma's of attesten die een beroepsuitoefenaar moet bezitten.
  • Bijvoorbeeld:
    • voor een vrachtwagenbestuurder: rijbewijs C
    • voor de bouwsector: VCA-attest
    • algemeen: rijbewijs B, schools diploma indien vereist

Competenties

  • Het begrip competentie slaat op de reële en individuele capaciteit om theoretische en praktische kennis, vaardigheden en attitudes in het handelen aan te wenden. En dit in functie van de concrete dagdagelijkse en veranderende werksituatie en van de persoonlijke en maatschappelijke activiteiten.
  • Competenties zijn persoonsgebonden, ontwikkelbaar, leerbaar. Competenties hebben te maken met een geïntegreerde toepassing van kennis, vaardigheden en attitudes, met handelingsbekwaamheid. Ze zijn tijdsgebonden omwille van de veranderende arbeidsmarkt.
  • We onderscheiden drie verschillende groepen: basiscompetenties, specifieke competenties en sleutelvaardigheden.
  • Basiscompetenties:
     
    • Maken de essentie van het beroep uit, staan in verband met de kerntaken van de beroepsuitoefenaar.
    • Belangrijk bij het volgen van een opleiding: slechts iemand die op het einde van zijn opleiding deze basiscompetenties verworven heeft, is de naam van het beroep waard. 
    • Bijvoorbeeld:
      • voor een metselaar: binnenmuren metselen
      • voor een bediende: kantoormachines gebruiken (fotokopieerapparaat, telefoon...)
  • Specifieke competenties:
    • Hebben te maken met 'verdieping' binnen het algemene beroep, met het gebruik van specifieke materialen of technieken die het niveau van een beginnend beroepsuitoefenaar overstijgen.
    • Betekenen een verbreding van de inzetbaarheid van de beroepsuitoefenaar omdat ze bovenop de basiscompetenties komen.
    • Maken een precies onderscheid tussen de competenties van verschillende kandidaten: hier wordt duidelijk voor welke specifieke taken de werkgever iemand zoekt.
    • Bijvoorbeeld:
      • voor een metselaar: siermetselwerk uitvoeren
      • voor een bediende: efficiënt zoeken op internet of intranet
    • Sleutelvaardigheden:
      • Zijn cognitieve, affectieve of psychosociale eigenschappen die eerder tot de persoon behoren dan tot het beroep.
      • Typische managementvaardigheden behoren ook tot de sleutelvaardigheden: communicatief zijn, contactvaardig zijn, kunnen luisteren, kunnen delegeren, empathie of inlevingsvermogen tonen.
      • Zijn omwille van hun algemeenheid in zeer veel beroepen en sectoren waardevol.
      • Zijn veeleer algemeen omschreven en moeten telkens in een bepaalde beroepscontext gesitueerd worden.
      • Hebben te maken met kwaliteitsaspecten die een bekwame beroepsuitoefenaar onderscheiden van een minder bekwame.
      • Kunnen soms zelfs zwaarder wegen dan technische competenties.
      • Worden in literatuur ook wel "generieke competenties" genoemd.
      • Onderverdeling:
        • Waardegebonden sleutelvaardigheden: betrouwbaar zijn, commercieel inzicht hebben…
        • Persoonsgerelateerde (interpersoonlijke) sleutelvaardigheden: stressbestendig zijn, verantwoordelijkheidsgrenzen kennen…
        • Interpersoonlijke sleutelvaardigheden: assertief zijn, conflicten kunnen hanteren…
        • Omgaan met informatie: abstract denken, analytisch denken…
        • Probleemoplossend gedrag: besluitvaardig zijn, flexibel zijn…
        • Beheersmatig gedrag: aandachtig zijn, economisch werken…
        • Managementvaardigheden: adviseren, bemiddelen, controleren

Persoonskenmerken

  • Lichamelijke of mentale eigenschappen die eerder een gegeven zijn dan een beïnvloedbaar of veranderbaar kenmerk.
  • Bijvoorbeeld:
    • minimale lichaamslengte
    • kleuren kunnen onderscheiden
    • op een hoogte werken
    • een goede oog-hand-coördinatie hebben
    • zware lasten kunnen tillen

Werkdomeinen

  • Geeft meer informatie over de verschillende bedrijfstakken waarin het beroep voorkomt.
  • Typische sectoren, doelgroepen en deelterreinen waarin het beroep voorkomt.
  • Bijvoorbeeld:
    • voor een metselaar: woningbouw, appartementenbouw, bouw van kantoorcomplexen, bouw van openbare gebouwen...
    • voor een secretariaatsbediende: administratieve dienst, verkoopdienst, notariaat, medisch secretariaat...
    • voor een leerkracht: lager onderwijs, beroepssecundair onderwijs...
    • voor een opvoeder: werken met kinderen, met volwassenen, werken met personen met een fysieke, mentale of sociale handicap...
  • Kan ook te maken hebben met een specialisatie (bijvoorbeeld verpleegkundige op spoeddienst) of met producten (bijvoorbeeld verkoper van terreinwagens).

Wil je meer info over de beroepenfiches?

  • Stuur een mail naar cobra@vdab.be.
  • Voor meer info over beroepen, kan je ook een kijkje nemen op de site van SERV.