Columns

Guido: oud

Ik stapte de tram op, goedgemutst, en ook een beetje overtuigd dat ik er redelijk goed uitzag. Een klein meisje stond op en bood haar plaats aan. Pijnlijk.

Ik zat in een restaurant, en ik informeerde naar de toiletten die op de eerste verdieping waren. ‘Maar als ik moeilijk ter been was, kon ik ook op het gelijkvloers’. 

Een beetje pijn. 

Ik fiets en stuur ondertussen een sms’je. Natuurlijk mis ik een borduur en klets op de grond met fiets en al. Deuk in het ego, en vijf mensen die meteen een stoel aanslepen, om zeker te zijn dat ik mijn heup niet gebroken heb. Mocht het een jonge snaak zijn, ze hadden allicht geroepen dat het zijn eigen stomme schuld was. 

Heel veel pijn. 

Hoe oud ik ben, hoe oud ik me voel en hoe competent ik me voel, dat wordt de laatste tijd kennelijk niet meer door mezelf bepaald. We beoordelen onze boeken op hun covers. 

Ik word daar niet blij van. Ik heb niets met het verkrampt vasthouden aan een leeftijd die ik niet meer heb. Ik geniet van het opgroeien van mijn kinderen, van het niet meer zo nodig hoeven, maar ik wil absoluut niet dat iemand gaat bepalen wanneer het voor mij gedaan zou moeten zijn, of wanneer ik er niet meer bij zou horen.

Het lijkt alsof er nog zoveel kan, nog zoveel staat te gebeuren, en toch beoordeelt een deel van de buitenwereld mij als ‘has been’. Ik wil niet dat men voor mij beslist.

Toch gebeurt dat. Formeel omdat men voor mij wil bepalen wanneer ik moet stoppen met lesgeven of met een actieve rol in het beroepsleven. Tot daar aan toe, ik zal mijn plan wel trekken. Ik denk niet dat ik ooit van plan ben om te stoppen met werken, daarvoor doe ik het te graag. 

Maar dat informele, dat beoordelende, daar heb ik het lastig mee. Voor de goede verstaander, het meisje dat rechtstaat in de tram, dat is gewoon een mooie vorm van beleefdheid. In haar ogen ben ik ook gewoon oud. En de kelner, tja, die wil gewoon service verlenen, daar is ook niets mis mee. Net zomin als met de mensen die bezorgd om je zijn. 

Waar het om gaat. We worden allemaal ouder, maar we blijven ook allemaal fitter, en helder van geest. En leeftijd is zo ongeveer het laatste formele bastion. Je mag klooien met gender, identiteit, geaardheid, maar je leeftijd die ligt vast. 

Ik wil pleiten voor het invoeren en formaliseren van een ‘gevoelsleeftijd’, en voor mijn part mag je daar zelfs een toelatingsexamen voor invoeren.

Als je vindt dat je nog 35 aanvoelt, hoe zou je dat fysiek vertalen? Een aantal kilometers lopen in een bepaalde tijd? Een aantal push-ups doen, een app configureren? Bring it on. Ik heb vorig jaar een marathon gelopen. Ik ben niet oud!

Wie is Guido?

Guido Everaert is schrijver, spreker en columnist. Daarnaast werkt hij als lector ‘web content' en ‘storytelling' aan de Karel de Grote-Hogeschool. Zijn interesse? De schone en minder schone kantjes van de mens.

Ontvang tips en verhalen over solliciteren en werk

Ook interessant

  • Guido: jongeren

    Ik moet mijn meningen uiterst voorzichtig formuleren omdat ik sowieso iemand zal kwetsen en dat recht niet heb. Ik schrijf deze zin overigens enkel zo om wat te dollen, en duidelijk te maken dat ik heel wat elementen in het debat wel begrepen heb. Natuurlijk doet mijn mening er wel nog toe. Elke mening doet ertoe, als ze aanzet tot nadenken. 

  • Guido: netwerken

    Laten we het eens over netwerken hebben. Ja, ik hoor het je al denken: "Bah, oppervlakkig geneuzel, en het cultiveren van het ons-kent-ons-gevoel, ouwe-jongens-krentenbrood!"

  • Guido: grijs

    Grijs, vlak, zonder reliëf. Monotoon, in de meest letterlijke betekenis van het woord. De hemel boven Berchem. Al maanden. Als het niet regent, miezert het, als het niet miezert is het mistig. Als het niet mistig is, schemert het. De constante is grijs.