U bent hier

Wonen en werken in het buitenland: Afghanistan

Bert (28 jaar) kwam met Artsen Zonder Grenzen in 'Maimana' terecht. Dat is een middeleeuws ogend stadje in Afghanistan. Hij wist dat het niet gemakkelijk zou worden. Zelfs de Lonely Planet-reisgids schrijft: 'Best time to go? Don't go!'

"Toen ik in januari de kans kreeg om 6 maanden naar Afghanistan te trekken, twijfelde ik geen moment. Voor mij was het dé gelegenheid om een andere cultuur te ontdekken en om te proberen 'goed' werk te doen. In Maimana voegde ik me bij een team van 7 mensen om het voedselprogramma te ondersteunen. Er is immers ondervoeding. Vooral door de aanhoudende droogte. Wekelijks komen 2.000 kinderen vanuit de verste uithoeken van de regio naar 1 van de voedselcentra om hun portie op te halen. Wij leidden dat in goede banen.

De eerste maanden was het bitter koud. Gelukkig hadden we hete Afghaanse thee. Overal krijg je het warme vocht voorgeschoteld. Het is zo heet dat je moet slurpen om het te drinken. Slurp je niet, dan is de thee volgens de bewoners slecht of koud. We hadden trouwens geen centrale verwarming maar een 'bukhari', een soort houtkacheltje. Ik herinner me nog dat ik in mijn kamer af en toe de bukhari moest bijvullen met brandhout. Erg gezellig!

In de afgelegen gebieden lijkt het alsof je 100 jaar terugkeert in de tijd. Geen asfaltwegen, geen straatverlichting, hier en daar een Russische jeep die dienst doet als taxi, een kameel eenzaam in de sneeuw en veel mensen met een ezel op weg naar de markt. Ze proberen droog struikgewas te verkopen. Zelfs kinderen van 5 jaar trekken met hun ezeltje rond.

Touwtjespringen op een tank

Het landschap is oogverblindend mooi, maar je kan er beter niet te veel rondwandelen. Afghanistan is één van de gebieden met de meeste mijnen ter wereld. Ook zie je hier en daar nog een gesneuvelde tank van tijdens de Russische bezetting of de Talibanperiode -de regio werd 40 maanden bezet door de Taliban en in november 2001, tot grote vreugde van de inwoners, bevrijd-. Kinderen gebruiken die overblijfselen nu als speeltuig. Ik herinner me nog levendig het beeld van een meisje dat aan het touwtjespringen is op een kapotte tank...

Geldbiljetten weggooien

De islam schrijft voor dat elke moslim een percentage van zijn loon moet afstaan aan bedelaars. De Afghanen leven dit gebod letterlijk na. Uit de autoraampjes zie je soms geldbiljetten ronddwarrelen die bestemd zijn voor de bedelaars aan de kant van de weg. Ongelooflijk! Godsdienst is er echt álles. Zelfs de stoerste truckchauffeurs stoppen langs de weg, slaan hun matje open en bidden. Om op te roepen tot het gebed zingen 'Mullahs' (geestelijke leiders) 5 keer per dag door de microfoons aan de moskees. Die bij ons in de buurt zong om 3.30u 's morgens al luidkeels! Soms ook vals. Even wennen, maar het zorgt wel voor een aparte sfeer.

Afghanen zijn gastvrij en vriendelijk, maar er heerst nog steeds een mannencultuur. In restaurants bijvoorbeeld, zie je enkel mannen. Ook als je mensen thuis bezoekt, ontmoet je zelden vrouwen. In afgelegen gebieden dragen de vrouwen gewone gekleurde sluiers, maar in de grote steden domineert de 'burkha' nog altijd het straatbeeld. Logisch. De doek die lichaam en gezicht bedekt (met een kijkvenstertje in gaas) is voor hen als een tweede huid, hij beschermt. Bovendien past hij binnen hun godsdienst en cultuur. Door de val van de Taliban mogen ze nu tenminste zélf kiezen of ze hem dragen of niet!"

 

Barbara Peirs, september 2002