U bent hier

Wonen en werken in het buitenland: Azië

Een man met een missie. Zo kan je Frans (62) het best omschrijven. In '65 trok hij als missionaris naar Taiwan. De liefde was groot. Het afscheid pijnlijk. Even toch. Want na Taiwan kwam Singapore, en sinds 2 maanden woont en werkt hij in de Filippijnen. Azië: waar godsdienst 'in' is en de kerken stampvol zitten.

"37 jaar werk ik al als missionaris. Begonnen in Taiwan, met als grootste struikelblok de taal. Mijn oudere voorgangers zeiden al lachend: "In het Chinees zeg je niet wat je wilt…je zegt enkel wat je kunt." of "In andere missiegebieden hebben missionarissen andere kruisen te dragen… maar in China zal jouw kruis altijd en overal de taal zijn… Maar ik red me wel: zowel in het Mandarijnen-Chinees en ook het Taiwanees (het dialect gesproken door de meerderheid van de bevolking). Wat ik er deed? Lesgeven, ik was er onderpastoor en pastoor, een beetje van alles…

Na 15 jaar Taiwan, had men een "jonge" missionaris nodig (ik was toen net veertig) voor Singapore. Een voor mij toen heel pijnlijke beslissing. Tranen met tuiten heb ik gehuild. Verdriet dat snel week, want ik maakte er kennis met een heel bruisende en enthousiaste kerkgemeenschap. Wat ik het liefst deed, was het opvangen en begeleiden van nieuwe gelovigen. En dat zijn er heel wat. De Kerk is aantrekkelijk in Singapore. In de letterlijke zin van het woord. Het is bijna een modeverschijnsel om er katholiek of christen te worden. Jaarlijks worden er 2.500 tot 3.000 volwassenen gedoopt! Je kunt je dat moeilijk voorstellen wanneer je de Kerk in Vlaanderen hoort kreunen en zuchten… Soms heb ik de indruk dat de Kerk in Vlaanderen (en de rest van West-Europa) aan bloedarmoede lijdt.

Het rode boekje

Vanaf l994 werd ik ook gevraagd om te helpen in de Ferdinand Verbiest Stichting. In dat kader maakte ik een twintigtal reizen naar de grote Chinese seminaries, waar honderden jonge Chinezen zich voorbereiden om priester te worden. Kwestie van hun 1.3 miljard rasgenoten nog wat ander voedsel aan te bieden dan het Rode Boekje van Mao Tse Tung en de consumptiemaatschappij van Deng Xiaoping…

Tijdens die reizen kregen we van enkele enthousiastelingen de vraag: "Kunnen wij ook missionaris worden? Na nogal wat aarzeling werd het een 'Ja'. Maar China is China. Het is niet zo eenvoudig om in China mensen te vormen die lid willen worden van een Internationale Missie Congregatie. Het werd duidelijk dat die kandidaat-Scheutisten best in het buitenland zouden worden opgeleid. Maar waar? Het werden uiteindelijk de Filippijnen, waar net als in Singapore Engels gesproken wordt, een dynamische kerkgemeenschap leeft…maar de levensstandaard wel heel wat lager is. De keuze voor de begeleiding viel op mij.

Sinds 6 December 2001 zit ik hier dus. Met de jonge Chinese priesters en seminaristen spreek ik meestal Chinees, hoewel ik beter Engels zou praten, want ze hebben het niet makkelijk om de taal van Shakespeare onder de knie te krijgen. Eigenlijk is de "streektaal" in en rond Baguio 'Ilocano'. Maar Baguio is een echte smeltkroes geworden van verschillende stammen in de Filippijnen. Op straat hoor je dan ook van alles… Daarom is het een gemakkelijkheidsoplossing om Engels te gebruiken in het onderwijs en ook in de Kerk. De Paters van Scheut hebben hier zelfs een universiteit (Saint Louis University) met meer dan 22.000 studenten. Dat is bijna evenveel als de Katholieke Universiteit van Leuven!

Of ik ooit definitief terugkom hangt af van mijn gezondheid. Mijn benoeming in de Filippijnen geldt voor drie jaar. Daarna zou ik teruggaan naar Singapore of mijn "eerste liefde" Taiwan. Ik wil gewoon niet negatief eindigen. Ook in Vlaanderen zou ik nog nuttig en mooi werk zou kunnen doen... En toch… dat missionaris zijn zit in mijn bloed. Het geeft een speciaal "cachet" aan het leven."

 

Elke Duprez, februari 2002