U bent hier

Wonen en werken in het buitenland: Benin

Liesbeth (25 jaar) droomde al jaren van Afrika. Toen ze klaar was met haar bijkomende opleiding 'Culturen en ontwikkeling', kreeg ze kans om de theorie aan de praktijk te toetsen. Ze koos voor Benin, waar 'poulet bicyclette' het streekgerecht is en het niet uitmaakt of je Moslim of Christen bent, want iedereen is gewoon voodoo.

"Enkele jaren geleden, vertrok ik met 2 vriendinnen en een vriend naar het stadje Cotonou in Benin. Toen we er net aankwamen en overspoeld werden door de hitte, was de eerste opmerking die we kregen: 'Aha, lui, c'est le coq de bascourt'. En dat hebben we nog vaak gehoord. Het is een echte mannencultuur. Als een man iets zegt, wordt dat voor waar aangenomen. Zeg je als vrouw exact hetzelfde, dan horen ze je niet of nemen ze je niet serieus. Het kwam er dus op neer dat de jongen uit ons groepje altijd het woord moest nemen.

We werkten allevier als vrijwilliger in een NGO met de nogal optimistische naam 'La Vie Nouvelle'. De arme bevolking kon er terecht voor seksuele voorlichting, aidsbehandeling en algemene ziektebijstand. Een apotheek leverde de medicijnen, maar ze werden in warme temperaturen bewaard en de ratten vonden het karton van de doosjes wel lekker. Dat was maar één van de vele problemen waarmee we te maken kregen...

Brommer met matras

Ik had me voorbereid op een verblijf zonder frieten, maar de eerste avond stond er al een schotel met frietjes en 'poulet bicylette' op het menu. De naam 'poulet bicyclette' duidt erop dat de levende kippen, met de poten aan elkaar vastgebonden, op de fiets vervoerd worden. In Benin is het nationale vervoermiddel overigens de zemidjan, een kleine bromfiets. Je kan tegen betaling achterop zitten. Het is wel niet bepaald comfortabel of veilig. Vaak ben je niet de enige klant en zit je met 3 anderen achterop. En de Beninezen vervoeren ook enthousiast ijskasten, tv's, matrassen of palen van 5 meter.

De tweede dag werden we al meteen uitgenodigd op de begrafenis van een 80-jarige kerkhofwachter. De begrafenis duurde een week en alle dorpelingen waren aanwezig. Er was volop eten, drinken en vooral muziek. Mooie, gespierde jongemannen speelden urenlang traditionele ritmes op hun djembés (bekervormige trommels). Toen ik, net zoals alle bewoners, begon te dansen, gaf een oudere man me een bankbiljet. Ik schrok me een hoedje, maar de anderen legden me uit dat hij hiermee gewoon zijn dankbaarheid wou tonen.

Kastelen van 4 m²

Benin is de bakermat van de voodoo. Denk daarbij niet aan spelden om in poppen te prikken, maar aan amuletten van gedroogde hondenkoppen, kikkers, vogels of slangenhuid. Via ingewikkelde rituelen roepen de Beninezen geesten op die voor gezondheid en welvaart zorgen. Het maakt er niet uit of je Moslim of Christen bent, want iedereen is daarnaast ook voodoo. Hun geloof weerhoudt hen er overigens niet van om er een beetje mee te foefelen. Een verkoper op de markt vertelde ons dat de amuletten persoonlijk zijn en zegende ze voor ons. Toen wij ze niet wilden, bood hij ze even gezwind aan andere voorbijgangers aan.

Benin is geen uitgesproken mooi land. Alleen het Noorden, dat is prachtig: uitgestrekte velden, katoenakkers en adembenemende baobabs (apenbroodbomen). Het is er desolaat en alles heeft een goudgele gloed. Bovendien is het de plek van de tata-somba's: minuscule bouwsels met torentjes. Deze 'kasteeltjes' zijn volledig opgetrokken uit aarde. Op het gelijkvloers wonen de dieren, op de eerste verdieping de mensen. In de torentjes wordt de oogst opgeslagen om te rijpen. Het geheel is niet groter dan 4 m² en de kamers zijn amper 1 m hoog. De trap is een boomstam met kerven in. Ook oude mensen wonen in deze ingenieuze constructies... Ik zie het mijn oma nog niet doen (lacht)."

 

Barbara Peirs, januari 2005

 

E-mail Liesbeth: liesbethverhaert@hotmail.com