U bent hier

Wonen en werken in het buitenland: Hamburg

Isabel (27 jaar) woont nu al 4 jaar in Hamburg. Door de liefde voor haar man kwam ze bij onze oosterburen terecht. Ze houdt gelukkig meer van hem dan van haar nieuwe stad. "Ik voel me hier goed, maar nog lang niet thuis." Welkom in Duitsland, het land waar nogal wat inwoners denken dat wij Belgisch spreken...

Toen ik met Erasmus in Manchester ging studeren, ontmoette ik mijn huidige man. Hij was afkomstig van Duitsland en door hem ben ik in Hamburg terechtgekomen. Ik heb hier een postgraduaat criminologie gestudeerd en nu werk ik al 2 jaar bij een Europese firma. Gelukkig mag ik de helft van de tijd Nederlands praten. Dat vind ik een enorm voordeel.

Ik voel mij hier goed, maar het is nog geen thuis. De sfeer in Vlaanderen is anders, gezelliger, niet zo anoniem. Al heeft dat wellicht te maken met het feit dat Hamburg een stad is met 1,7 miljoen inwoners en Lebbeke, waar ik vroeger woonde, er maar 18.000 telt. Hamburg is de op één na grootste stad van Duitsland en heeft -om je een idee te geven- 2.302 bruggen. Dat zijn meer bruggen dan in Venetië en Amsterdam samen!

Hamburg is een mooie stad. Ook al omdat er in het hart van de stad een groot meer ligt: de Alster. De Hamburgers zelf zijn sympathieke mensen. Er wordt altijd gezegd dat de Duitsers in het noorden van het land koeler zijn dan in het zuiden, maar dat is nonsens. Toen wij naar Hamburg (in het noorden) verhuisden kenden we niemand. Daar is tamelijk snel verandering in gekomen. Nu hebben we -via de sportclub van mijn man- heel wat toffe vrienden. Dus van die koele Hamburgers heb ik nog niet veel gemerkt.

Gratis bij de dokter

Duitsland lijkt op België maar na een tijd merk je wel kleine verschillen. Het schoolsysteem bijvoorbeeld: kinderen gaan een jaar langer naar school en hebben enkel les in de voormiddag. Ook de ziekenkas zit anders in elkaar: als je naar de dokter of de tandarts gaat moet je niet betalen; je stort gewoon een maandelijkse bijdrage. De eerste keer is dat heel bizar. Verder is de beleefheidsvorm in de Duitse taal veel belangrijker dan bij ons. In het begin is het moeilijk om in te schatten wanneer je 'u' of 'jij' moet zeggen. Duitsers zijn weleens op hun tenen getrapt als je te snel 'dutst'; de jij-vorm gebruikt. Wat ik ook merk is dat ze minder familiegericht zijn. Heel wat jongeren die alleen gaan wonen bezoeken hun ouders nog zo'n 4 à 5 keer per jaar. Dat is hier normaal.

En natuurlijk hebben Duitsers ook eigen tradities. Eén van de leukste is de 'Weihnachtskalender'. In de periode voor kerstmis geven ouders zo'n kalender aan hun kinderen en partners aan hun geliefden. Krijg je een kalender dan staat er elke morgen een kleine verrassing voor je klaar tot de dag vóór kerstmis: je lievelingssnoep, een haarspeld, tickets voor de film, een flesje champagne, grappige kousen,…

De kleuren van de vlag

In het begin stond ik ervan te kijken dat Duitsers zo weinig over België weten. Vaak vragen ze me: "Ah, spreek jij dan Belgisch?". Zo'n onwetendheid verwacht je niet direct in een buurland. Weet je trouwens welke kleuren hun vlag heeft, als je hen moet geloven? Zwart, rood en goud. Niet geel, maar goud. Grappig, niet?

Wat ik vooral mis zijn de Belgische frieten. Als je een Duitser vertelt dat onze frieten echt anders en vooral beter smaken, stoot je op ongeloof. 'Frieten zijn toch frieten zeker?' Ook mijn man geloofde me niet. Tot hij in België eens een pak frieten ging halen (lacht).

 

Elke Duprez, juni 2003.