U bent hier

Wonen en werken in het buitenland: Indonesië

Schoenmaker blijf bij je leest. Dat nam Roel (35) nogal letterlijk. Hij trok ervoor naar Indonesië, waar stakingen meer regel dan uitzondering zijn, de pechstrook een extra rijvak vormt en het bier niet dronken maakt.

"Het was een kans uit de duizend. Net op het moment dat ik een beetje ademruimte nodig had in mijn relatie, kon ik in Indonesië als schoenmaker aan de slag. Ik was er een jaar lang verantwoordelijk voor het uitwerken van de modellen en de collecties in een schoenenfabriek.

Vijfendertig mensen werkten onder me, allemaal van een bedroevend laag niveau. Zin voor verantwoordelijkheid kenden ze niet en hun werktempo liet ook te wensen over. Bovendien hielden ze nauwelijks rekening met m'n opmerkingen. Resultaat: veel overwerk voor mij, en we werkten er al 6 dagen op 7. Soms waren er maanden dat ik maar één zondag niet werkte, maar 'k werd er wel goed voor betaald.

In lichterlaaie

Indonesië is een jonge democratie. Dat betekent: veel kinderziekten, politiek getouwtrek en machtsspelletjes. Om de haverklap breekt er wel ergens een staking uit. Zo ook bij ons in de fabriek. Van de 1800 mensen, staakten er 1400. Aangezien de nationale vakbond de staking niet steunde, lagen die 1400 werknemers een week later allemaal buiten.

Twee maanden nadien is de hele handel geëscaleerd. Werknemers van een naburige stakende firma kwamen rel schoppen. Dan maar de oproerpolitie erbij gehaald, met als gevolg dat de arme, lokale bevolking besloot de boel in de fik te steken. De overgebleven werknemers, waaronder mezelf, konden niet weg en moesten onder politiebescherming via de rijstvelden vluchten.

De bevolking is heel begaan met haar geloof, of dat nu de islam, het hindoeïsme of het christendom is. Nadenken hoeft niet, want dat doet god in hun plaats. Daarom gebeuren er ook zoveel ongelukken. Ze rijden er maar op los, ook op de pechstrook, god beschermt hen toch.

Neem je er de bus, dan riskeer je ook al je leven. De buschauffeurs worden namelijk betaald aan rato van het aantal passagiers dat ze vervoeren. Ze racen als gekken om als eerste aan de bushalte te zijn, want wie er eerst is, krijgt de meeste passagiers.

Chinese hersenen

De wijk waar ik woonde was poepsjiek. Mijn huis zag er aan de buitenkant fantastisch uit. Binnenin was een andere zaak. Maar 't was leefbaar, ook al zat het vol met kakkerlakken... Er woonden ook veel Chinezen. Die hebben daar trouwens heel veel eigendommen. Zij zijn de mensen met de hersenen en de ondernemingszin. Ze werken ook veel efficiënter: snel, veel en goed. Alles kopen ze op, wat dan weer aanleiding is tot wrevel.

Met de Europeanen hebben de Indonesiërs ook weinig uitstaans. De weinige vrije tijd die ik had, bracht ik dan ook door met andere expatriates. Zo voetbalden we elke zaterdag. Tot 14 uur werken, een match spelen en dan de après-voetbal. Indonesisch bier is trouwens fantastisch: je kan er liters van drinken en wordt er quasi niet zat van. Ironisch toch? Ik moest als Belg naar Indonesië verhuizen om bier te leren drinken.

Of ik het opnieuw zou doen? Misschien voor een maand of 2, 3. Het is altijd een plezante ervaring. Maar niet langer. Ik heb er veel tijd gehad om na te denken. Het leven in België is lang zo slecht niet. Bovendien zit mijn relatie weer op 't goede spoor, en dat hou ik graag zo.

 

Barbara Peirs, oktober 2002