U bent hier

Wonen en werken in het buitenland: Italië

Twee jaar geleden vroegen we Jos (36) en Annick (34) om te getuigen over hun buitenlandervaring. "Graag, maar we wonen er pas. Neem binnen een jaar of twee nog eens contact op", was het antwoord. Bij deze. Hoe luidt het verdict? "Het enige dat we hier missen is Studio Brussel. Als je dat al een gemis kan noemen natuurlijk."

"Ongeveer twee jaar geleden zijn we met onze drie kinderen naar Italië verhuisd. Mijn man kon in de Europese hoofdzetel vlakbij Milaan gaan werken. Het leek ons een uitgelezen kans om dit land te ontdekken. Op zoek naar een huis bleek al snel dat de huurprijzen in Milaan onbetaalbaar waren. Bovendien was de omgeving er vrij grauw. Dan maar in de buurt van het Lago Maggiore gezocht. Nu wonen we op een uur van Milaan in het midden van de natuur: we zien het meer en -bij helder weer- de Alpen. De lucht is hier minder zwoel en heet dan in de steden en er zijn veel bossen in de buurt waar we prachtige wandelingen en mountainbiketochten kunnen maken.

Ook de fauna en flora zijn hier adembenemend. Rondom het huis komen we niet alleen regelmatig schorpioenen en slangen tegen, maar ook roofvogels, prachtige vlinders en een hele reeks planten die we alleen uit tuinboeken kenden. Het klimaat is vrij vochtig, maar na een bui klaart het meteen weer op en de temperaturen liggen hoger dan in België. De oleander binnen zetten hoeft niet meer en in de moestuin groeien paprika's en aubergines als kool. Wordt het in de zomer toch te warm, dan gaan we in het meer zwemmen. In de winter biedt een skitochtje in de bergen verademing.

Assertief

De plaatselijke bevolking is erg vriendelijk, maar daar blijft het bij: hun vriendenkring is gestabiliseerd en nood aan een nieuwe wind hebben ze niet. Iedereen lijkt hier ook familie van elkaar te zijn. Vaak wonen ouders, broers en zussen met hun gezin in hetzelfde huis of naast elkaar. De grootouders zijn de gedroomde kinderoppas. Handig, want buitenschoolse opvang voor kinderen is erg duur. Het zorgt er wel voor dat contact leggen met de plaatselijke bevolking eerder moeizaam verloopt. Ons sociale leven beperkt zich dan ook tot een overwegend internationale vriendenkring, wat uiteraard ook erg boeiend is.

Het cliché van de temperamentvolle Italianen klopt wel. We hebben al dikwijls kunnen meegenieten van burenruzies op straat. Voor de kindjes is het een prima leerschool in assertiviteit. Ze zijn lang niet meer zo verlegen als vroeger. Een nadeel van het Italiaanse temperament zijn de hoogoplopende -en vaak tot niets leidende- discussies tijdens vergaderingen. Om nog maar te zwijgen van de chaotische feestjes, waar het altijd gissen is met hoeveel je gaat zijn. Verontschuldigen als je niet kan komen, is hier alvast niet de gewoonte. Echt vervelend wordt het gebrek aan organisatie als je iets administratiefs moet regelen, of als je te maken krijgt met de ondoorzichtige gezondheidszorg. Als het belangrijk is kan je beter aankloppen bij geprivatiseerde diensten. Dat kost wat, maar je wordt wél op een efficiënte manier geholpen.

Hagelslag

Behalve deze kleine ongemakken missen we eigenlijk niets. Buiten vrienden en familie natuurlijk, en "Studio Brussel", als je dat laatste al een gemis kan noemen. Verder is het een kwestie van aanpassen. Zo hebben we op culinair vlak een heleboel nieuwe smaken leren kennen: risotto's in alle variëteiten, panettone, grissini, pizzoccheri, bresaola, Italiaanse kazen,... En bepaalde etenswaren vervangen we nu door een Italiaans equivalent: hespenworst door mortadella, platte kaas door ricotta, Jupiler door Nastro Azurro,... alleen voor hagelslag hebben we nog geen oplossing gevonden."

 

Elke Duprez

E-mail: jos.vandenblock@tin.it