U bent hier

Wonen en werken in het buitenland: Manilla

Vijftien en gebeten door de diplomatiemicrobe… het overkwam Jeroen (29). Al was z'n fascinatie meer gebaseerd op clichés dan op de realiteit. "Tijdens m'n opleiding stond ik ervan versteld hoezeer een diplomaat in de eerste plaats bezig is met België." En bezig zijn met België, dat doet Jeroen, in Manilla op de Filippijnen.

Mijn interesse voor diplomatie is geleidelijk aan gegroeid. Tijdens mijn humaniorajaren was ik lid van een jongenskoor dat minstens één keer per jaar een concertreis ondernam naar het buitenland. Vaak was een optreden op de Belgische ambassade een verplicht nummer. En zo vroeg ik me als 15-jarige al af wat die mensen in het buitenland deden, in hun verzorgde pakken en mooie huizen. Alsof het leven bestond uit naar concerten gaan en lekker eten...

Tijdens mijn studies Germaanse Talen had ik een fantastische ervaring als Erasmusstudent in Engeland. Iets later leerde ik mijn Duitse vriendin -nu vrouw- kennen. Nadien studeerde ik Europese studies en internationale betrekkingen, deels in Parijs. Het was duidelijk dat een leven in het buitenland mij wel lag. Toch wou ik de band met België niet verliezen. Dat leidde me naar de diplomatie. Als diplomaat probeer je immers te bepalen hoe je België het best kan 'dienen', waar je ook bent. De zwaarste fout die een diplomaat kan maken is geen aandacht te hebben voor wat in België gebeurt, welke debatten er gevoerd worden, welke kansen er zich voordoen.

Laagje vernis

Voor een periode van drie of vier jaar werk ik op de ambassade in Manilla op de Filippijnen. Waar je terechtkomt kies je niet zelf, maar je mag wel een voorkeur uitspreken. Ik had geluk. Ik had een post in een Aziatisch land gevraagd en mijn vrouw wilde ook mee. Al vroeg ik me de eerste weken af of ik wel in Azië was beland. De meeste Filippino's hebben immers een Spaansklinkende naam, zijn katholiek en spreken uitstekend Engels.

Bovendien zijn het straatbeeld (zeker in de hoofdstad Manilla) en het dagelijkse leven grondig geamerikaniseerd. Maar dat alles is misleidend. Het duurde niet lang om te beseffen dat de driehonderd jaar Spaanse overheersing en de 50 jaar Amerikaans bestuur niet voldoende waren om de Aziatische cultuur en ingesteldheid van de mensen te verdringen. Uiteindelijk zijn ze slechts een laagje vernis op een ingewikkelder denk- en leefpatroon dat door en door Filippijns is.

Saaie das

De rol van de Belgische ambassade in de Filippijnen? Ontwikkelingshulp. Economisch hebben de Filippijnen nochtans een enorm potentieel. Zo werd de metro van de miljoenenstad Manilla door een Belgisch consortium gebouwd. En verder is er de bijstand aan landgenoten: een gearresteerde Belg steunen, een adoptie van Filippijnse kinderen in goede banen leiden, een geblokkeerde container met Belgische voedingswaren in de haven van Manilla proberen los te krijgen...

En de clichés over het diplomatenbestaan? Ze horen er voor een stuk bij, maar maken slechts deel uit van een omgangsvorm. Een code die voor een deel historisch is gegroeid en nog steeds heel nuttig is. Een diplomaat moet een rustige, aangename sfeer creëren waarin mensen kalm en in alle sereniteit met elkaar soms moeilijke en delicate kwesties kunnen bespreken. Je doet dat niet door je stem te verheffen of door je aanstootgevend te kleden. Dat wil niet zeggen dat ik steeds een keurig, onopvallend pak met saaie das moet dragen. In Manilla, bij 32°C het hele jaar door, ben ik gelukkig ook wel eens professioneel bezig in korte mouwen en zonder das...

 

Barbara Peirs, mei 2003