U bent hier

Wonen en werken in het buitenland: Nigeria

Steve (30 jaar) heeft een job als IT-manager bij een Belgisch bedrijf dat palmolie maakt. Dat klinkt nogal saai, maar schijn bedriegt. Hij brengt zijn dagen namelijk niet door in een duf kantoor. Integendeel, een enorme plantage met palmbomen, dát is zijn werkplek. Welkom in Nigeria, het land van de slaap, het getoeter en de woeste natuur.

"In Afrika maak je vreemde dingen mee, maar meestal merk je achteraf dat je de situatie gewoon verkeerd hebt ingeschat. Neem die keer dat we een museum bezochten. De conciërge gaf ons een rondleiding. Plots kwam er een enthousiaste jongeman binnen met een geweer; zijn vinger aan de trekker. We slikten even en luisterden verder, nu iets geïnteresseerder. Na de rondleiding zei de conciërge: "Jullie waren toch niet bang, hé. Dat was gewoon de bewaking. Jullie hadden niks te vrezen, hoor." Jezus, kon hij dat niet eerder vertellen?

Waarom weet ik niet, maar 's namiddags is iedereen hier doodmoe. In België zouden we een middagpauze nemen en thuis een dutje doen, maar niet in Nigeria. Moe is gelijk aan slapen, dus slapen gebeurt op de plaats waar je je op dat moment bevindt. Als je een supermarkt binnenstapt bijvoorbeeld liggen de kassiersters met hun hoofd op de kassa te slapen. Soms voel je je schuldig omdat je inkopen komt doen.

Het verkeer in Nigeria is een regelrechte ramp. Tachtig procent van de auto's heeft geen licht. Je moet dus zelf proberen in te schatten wat je voorganger gaat doen. Weet je trouwens wie voorrang heeft? De grootste wagen. En een inhaalmanoeuvre werkt zo: knipperen met de lichten (als die er zijn), toeteren en er van uitgaan dat iedereen uit de weg zal gaan. Vreselijk!

Kameleon Alfred

Ik woon samen met een collega, Bruno. 's Avonds gaan we lopen in de plantage of zwemmen. Niet in lieftallig kabbelend water maar in een echte rivier van zo'n 60 meter breed. We proberen niet te denken aan de glibberige dingen die tegen ons aan zwemmen of aan hoe ver de bodem zou zijn...

We zijn ook lid van het 'Nigerian Conservation Fund'. Nu mogen we voor de rest van ons leven gratis wandelen in alle Nigeriaanse wildparken. Onlangs hebben we in een stukje primair regenwoud een boomhut bezocht. Het was even slikken: we zagen een ladder aan de voet van een enorme boom. Van de hut zelf konden we geen glimp opvangen. We moesten 80 meter naar boven klauteren maar het uitzicht was mooi: we konden de moerassen zien waar de dieren komen drinken...

We zijn overigens zelf een kleine 'zoo' aan het oprichten. We hebben Alfred, een kameleon die weigert van kleur te veranderen als we toekijken, en de charmante schildpad Carolien. Bovendien vonden we onlangs een jonge gazelle. Ze was in shock en uitgehongerd. We voeden Bambi nu met een papfles en ze sabbelt al lustig. We denken dat als ze nog een week leeft, ze er wel zal doorkomen. Het enige vervelende is dat een gazelle maar een paar uur slaap nodig heeft per nacht en wij iets meer.

In het begin is alles nieuw en dat maakt het leuk. Nu ik hier al 3 jaar woon, is het nieuwe er wat van af. Toch blijft het heel aangenaam. Het klimaat is fantastisch en de mensen zijn open, goedlachs en vriendelijk. Bovendien ben ik minder gestresseerd en kan ik beter relativeren. Maar ik heb het ook moeilijk. Met de ontwikkelingshulp, bijvoorbeeld. Al die organisaties die in de hoofdstad zitten te discussiëren over hoe ze hun budget kunnen opmaken. Lange termijn is totaal geen prioriteit. En de mensen die wel veel ervaring hebben en interessante dingen voorstellen, worden zelden betrokken. Dat vind ik jammer."

 

Barbara Peirs, november 2003

Je kan Steve contacteren: steve.decroubele@siat.be.

http://www.gopdc-ltd.com/