U bent hier

Wonen en werken in het buitenland: Singapore

Net toen Tom (44) z'n baan grondig beu was, riep z'n baas hem bij zich. Of hij het niet zag zitten een tijdje in Singapore te gaan wonen en werken. Na een lauw fiat van vrouw en kinderen, én de zekerheid dat ze elkaar elke vakantie zouden zien, vertrok hij. Naar waar de zon "altijd aanwezig en heet is", maar je wel met een sjaal naar de bioscoop moet.

"Singapore is een stadstaat in Zuidoost Azië op ongeveer 1 graad van de evenaar, met zo'n 3.6 miljoen inwoners en de oppervlakte van West-Vlaanderen. Het is een economisch zeer liberale staat. Politiek is het een democratie. Officieel althans. Verder is het een hypermoderne stad, met een levensstandaard die de onze evenaart, zoniet overtreft.

Klappertanden

De zon is een verhaal apart in Singapore. De meeste Singaporezen hebben er duidelijk een afkeer van. "Altijd aanwezig en altijd te heet" is de heersende populaire mening. Singaporezen zitten dan ook het liefst binnen met luchtkoeling, terwijl de buitenlanders zich met plezier op de terrasjes vleien. Vele verkoudheden en andere longaandoeningen hebben te maken met de forse overgang van binnen (18° C) naar buiten (30° C). Toen ik collega's op het werk vertelde dat ik soms te voet van mijn werk naar mijn appartement ging, wat zo'n 40 minuten wandelen betekende, keken ze me aan alsof ik dringend in de psychiatrie moest. Het vervelendste was de bioscoop. Niet alleen was het er ijzig koud, maar door het lange stilzitten begon je soms gewoon te bibberen of te klappertanden. Een filmpje meepikken betekende een lange broek aantrekken, een trui en liefst ook nog een sjaal meenemen.

Velen Singaporezen zijn hooggeschoold. Je kan je afvragen waarom er dan zoveel "expatriates" zijn. Een van de oorzaken ligt bij het onderwijssysteem. Dat is heel erg op autoriteit gericht. Een gevolg daarvan is dat vele Singaporezen moeite hebben met creativiteit. Als er zich een ongewone situatie voordoet of er is een crisis, dan valt de -anders zo geoliede- organisatie stil. Bij mij op het werk werd van expatriates vooral verwacht in crisissituaties het heft in handen te nemen en te beslissen. Als iets niet in de procedures staat, blijft men immers gewoon bij de pakken zitten.

Lachcampagnes

De Singaporezen zijn opvallend vriendelijke mensen. En dat ligt niet aan de terugkerende "Smile Singapore"-campagnes van de overheid. Diegene die ooit zei dat de Chinezen "ondoorgrondelijk" zijn, hebben nooit de moeite gedaan zich te interesseren voor hun leven en cultuur. Ze zijn ook erg bijgelovig. Er wordt wel eens gezegd dat de Chinezen bijgeloof als geloof hebben en daar is iets van. Ons bureau bevond zich op de 40ste verdieping van een gebouw ontworpen door de gerenommeerde architect Pei (die ook de piramide aan het Louvre ontwierp). Jammer genoeg is zowat alles met een vier slecht. Dus moest de verdieping eerst door een paar meesters van de Feng Shui gezuiverd worden.

Vooral de jonge Singaporezen zijn erg benieuwd naar de wereld en ander culturen. Ze klagen ook over het feit dat hun eilandje zo klein en zo saai is. En inderdaad, Singapore geeft vaak het gevoel een groot dorp te zijn. Het nieuws op televisie brengt zogezegde schokkende berichten, zoals de reportage over de explosie van jeugddelinquentie. De politiecommissaris wist te melden dat er het laatste jaar zo'n 70(!) jojo's gestolen werden.

Een minder fraaie kant van Singapore is de behandeling van zijn gastarbeiders. Daarmee bedoel ik de Filippijnen en Indonesiërs die de straten proper vegen, de bouwwerven bemannen en de horde huisbedienden leveren die elke zichzelf respecterende familie moet hebben. Amah's (inwonende huismeiden) werken vaak zonder rustdag en vakantie, jaar in en jaar uit. Toen ik voorstelde die amah's zondagsrust te gunnen, werd me smalend gezegd: "Die Europeanen met hun mensenrechten". "Trouwens", zo luidde het nog, "wat zouden ze dan wel doen? Seks hebben en zwanger worden!"

 

Elke Duprez, februari 2005

E-mail Tom: thomas.melsens@kbc.be