U bent hier

Wonen en werken in het buitenland: Tanzania

Sofie (30) nam 6 maanden loopbaanonderbreking bij de VDAB om aan ontwikkelingswerk te doen in Kigoma. "'t Is hier niet altijd makkelijk werken. De elektriciteit valt te pas en te onpas uit. Ik heb dan ook 2 agenda's: eentje voor als er elektriciteit is en eentje voor als er geen is. Maar de voldoening die dit project me geeft, maakt alles goed."

"Ik werk aan het Newman Institute of Social Work, een hogeschool waar je via afstandsonderwijs een opleiding tot sociaal werker kan volgen. Ik begeleid lesgevers bij het organiseren van praktijkdagen en het opvolgen van laatstejaars. Ik denk ook mee aan de structuur van het instituut. De school bestaat 4 jaar, maar sinds maart 2004 heeft ze een Tanzaniaanse registratie. Dat is belangrijk voor de afgestudeerden omdat die nu een erkend diploma krijgen. Het studentenpubliek is erg divers: sommigen werken als onderwijzer of verpleger, anderen komen uit het secundair, nog anderen zijn vluchtelingen uit Kongo, Rwanda en Burundi en wonen in de kampen in de Kigoma-regio.

De nood aan professionele sociaal werkers is groot. De sociale structuren waar de mensen vroeger op terugvielen zoals familie en dorpsgemeenschap verdwijnen. Ouders sterven aan aids, kinderen blijven alleen achter of worden opgevoed door de grootouders, die weer een fulltime zorgtaak krijgen op hun oude dag. Jongeren zoeken hun geluk in de stad en verlaten de dorpen. Er zijn veel ngo's, maar de sociaal werkers zijn op 1 hand te tellen in Kigoma. De stagiairs van het instituut worden met open armen ontvangen. Zij kunnen er hun bagage aan theoretische modellen in de praktijk omzetten.

Malariamug

Ik woon in een van de huisjes op de "compound" die bedoeld zijn voor leraars. Op een lap grond van ongeveer 5 hectaren staan schoolgebouwen en 6 huisjes die gebouwd zijn met steen en beton en een golfplaten dak. Er zijn geen ruiten, maar de metalen buizen tussen de ramen beschermen tegen diefstal en gaas houdt de insecten buiten. In theorie. In de praktijk trekt de malariamug zich daar weinig van aan. Muskietennet en ettelijke smeerbeurten ten spijt, heeft ze me al twee keer liggen gehad. En malaria is echt geen lachertje: hoge koorts, spierpijn, slap,... Slangen vind je hier ook, maar ik ben nog geen levende exemplaren tegengekomen. Als ik 's avonds naar mijn huisje ga, ben ik wel op mijn hoede.

Het comfort is basic. Sinds nieuwjaar is er een pomp geïnstalleerd en hebben we stromend water. Wat een feest! Geen gedoe meer met emmers. Maar de douches blijven koud. En de was doe ik met de hand. Bovendien valt de elektriciteit hier te pas en te onpas uit. Ik heb dus 2 agenda's: eentje voor als er elektriciteit is en eentje voor als er geen is. Elektriciteit wordt gegenereerd met dieselmotoren, die heel vaak defect zijn, zodat er altijd een deel van de omgeving zonder stroom zit. Kopiëren lukt ook al niet meer, sinds de kopieermachine in panne ligt. De stukken zijn al 4 weken onderweg...

Padden en krekels

Culinair zijn het hier geen hoogstandjes. Het eten bestaat uit een dagelijkse portie rijst en rode bonen, aangevuld met kool en een soort spinazie met de klinkende naam mchicha of tomatensaus. Ik droom van pasta's, chinees, paella, salades en chocomousse... Maar daarnaast zijn er zoveel dingen waar ik wel van geniet. Als ik 's morgens naar m'n bureau wandel, en een prachtig landschap strekt zich voor me uit onder de opgaande zon... 's Avonds zingen de padden en krekels me in slaap. En de voldoening die ik heb door mee te werken aan dit project maakt gewoon alles goed."

 

Elke Duprez, december 2004

 

E-mail: sofie.devos@vdab.be

Coördinator van het project is broeder Johan Bruers: newman@africaonline.co.tz