U bent hier

Wonen en werken in het buitenland: Thailand

Bangkok zie je de mensen bij tropische temperaturen met een paraplu of met een boek op hun hoofd. Een bruine huid getuigt immers van armoede. Marie-France, blank én blond, werd met open armen ontvangen. Welkom in Thailand, land van de glimlach en geesthuisjes.

Marie-France (26 jaar): "Vorig jaar vertrok ik voor 6 maanden naar Bangkok. De Belgische dienst voor buitenlandse handel stuurde 14 Belgen naar het buitenland om aan een project te werken. Mijn opdracht: nagaan of het voor Belgische bedrijven interessant is om er handel te drijven. Ik werkte er op de Belgische ambassade die een kamer voor me regelde in een pension. Ik kon er niet zelf koken, maar dat stoorde me niet. De Thaise keuken is fantastisch. Ik at meestal op een marktje vlakbij mijn deur. Gewoon op straat. Erg gezellig. Alleen het ontbijt beviel me minder. Warme soep met noedels en vlees!

's Avonds werkte ik lang. Er wachtte toch niemand op mij. En het was leuk werk. Ik heb zelfs prins Filip en prinses Mathilde ontvangen, toen ze Thailand bezochten. Het was aan mij om hun programma uit te stippelen en ik verzeker je: elke seconde moest vastliggen. Het personeel van de ambassade probeerde zelfs vooraf het programma uit om te zien of het tijdschema klopte! Filip en Mathilde gedroegen zich nogal stijf, op één onbewaakt moment na: toen ze gearmd hun hotel verlieten. Misschien verwekten ze die nacht Elisabeth (lacht). Volgens mijn berekening gebeurde het in Thailand.

Ik trok vooral op met mijn collega's, hoofdzakelijk Belgen. Met de lokale bevolking had ik weinig contact. De taalbarrière was te groot. De meeste spraken geen Engels en Thai was te moeilijk voor me. Zo bestaat het alfabet uit 70 letters en speelt de toonhoogte een rol. Naargelang de hoogte waarop je de letters uitspreekt -zingt eigenlijk- krijgen je woorden een andere betekenis.

Dag en nacht verschil

Ook de gebruiken zijn er compleet anders. Als je iemand groet, maak je de 'wai'. Je vouwt je handen in elkaar, houdt hen voor je hoofd en buigt. Je spreekt mensen ook enkel met de voornaam aan. En dan is er de godsdienst. De meeste Thailanders zijn boeddhisten. Als ze een huis bouwen, bouwen ze ook een huisje voor de geest. Elke dag leggen ze er voedsel als dank voor de grond die ze mogen gebruiken.

Plaatsen waar iemand gestorven is worden gemeden omdat ze onheil brengen. Zo kwamen twee mannen om op een bouwwerf. Wel, daar woont nog altijd niemand. Ook cijfers brengen ongeluk. Vraag Thailanders nooit de 13de van de maand een contract te tekenen. Ze komen gegarandeerd niet opdagen. En in flatgebouwen staat de 13de verdieping altijd leeg. Of bestaat ze doodgewoon niet.

De lokale bevolking geeft nooit toe dat het slecht gaat. Altijd lachen, weet je wel. Als je handel drijft, is het goed dat te beseffen. Dus: zelf naar de bedrijven stappen en nagaan of ze goed draaien. De inwoners zullen het je niet vertellen! In 'het land van de glimlach' word je trouwens beter ook niet boos. Zij beschouwen dat als vernederend en dan mag je het wel vergeten!"

 

Elke Duprez, augustus 2002