U bent hier

Wonen en werken in het buitenland: Spanje

In België heet hij Dirk Renaat (60), maar omdat dat moeilijk uit te spreken is, wordt hij in Spanje Diego de Carmona genoemd, naar de historische stad in Andalucía die nooit veroverd werd. Tien jaar lang zocht hij op het Iberische schiereiland naar een thuis. Uiteindelijk vond hij er een in la Tierra de Viriato: kruispunt tussen Kelten, Kelt-Iberiërs, Lusitaniërs, Leoneses, Salmantinos, Sayagueses en nu ook… Vlamingen.

"Sinds twee jaar woon ik in Europa's grootste en jongste internationaal natuurpark: Arribes del Duero in de provincie Zamora. Daar open ik binnenkort een casa rural -zeg maar Bed and Breakfast. Mijn vriendin en kinderen komen me weldra vervoegen. Het cultuurhuis van de vzw Casa de Flandes -el Centro Cultural Maimónides-Averroës- draait al volop. Geen plaats waar "Vlaemsche liedekijns" gezongen worden, maar een huis waar de immigrant aan sociaal-cultureel werk doet. Ik wil de natuurlijke Spaanse krachten en troeven tonen aan wie interesse heeft voor cultuur en ongerepte natuur. Zelf zijn ze er te bescheiden voor. Een Spanjaard die trots is wordt trouwens "muy flamenco" genoemd.

In deze streek kan je eigenlijk maar op drie manieren je kost winnen. In het Tierra del Pan door graan te oogsten en brood te bakken, in het Tierra del Vino door druiven te kweken en wijn te maken en bij ons in El Sayago -de bergen- door schapen te telen. Je ziet hier elke dag ettelijke kudden voor je deur passeren. Zo'n bijbels tafereel, dat geeft een wonderlijk gevoel. Daarnaast is er het ecologische toerisme. Zamora wordt de mooiste provincie van Spanje genoemd, en daar kan ik gerust inkomen. Deze streek telt de hoogste concentratie dier- en plantensoorten van heel Spanje. Enkele jaren geleden zijn er vlakbij mijn huis nog wolven gesignaleerd. Ook de zwarte ooievaar vind je hier nog.

Twaalf stielen

Ik vergelijk de manier van leven wel eens met hoe het er in Vlaanderen in de jaren dertig aan toe ging. Een bestaan buiten de televisie. Iedereen kent iedereen. Het leven wordt gekenmerkt door armoede, eenvoud, hartelijkheid, en veel sociale controle -op een niet-beklemmende manier. Alle inwoners zijn én kleermaker én timmerman én lasser én boer… Ze maken van alles iets en werpen niks weg. Oude schotels in scherven uiteen worden aan elkaar genaaid met draad en nadien met biolijm in elkaar gezet. Hier leer je te overleven. Op je eigen ritme. Volgens de wetten van moeder Aarde en vader Kosmos.

Tijdens mijn jeugd heb ik heel Europa bezocht. Dat heeft me het instinct meegegeven om me ergens te "enten". Ik hecht me en haal de sappen eruit of leef ervan. Twintig jaar lang heb ik bijvoorbeeld elk stukje Frankrijk bezocht. Spanje met z'n warmbloedigheid en fiesta's, daar was ik niet voor te vinden. Tot ik in 1984 als enige afgevaardigde van het officiële jeugdwerk van de Vlaamse Gemeenschap naar een internationaal Cenyc-seminarie trok in Portugal. Daar maakte ik kennis met het Portugese én Spaanse jeugdwerk. De basis werd gelegd. Toen m'n 14- jarige zoon stierf, werd de band met Spanje definitief en onverbrekelijk.

Drie vragen

Noem het voor mijn part gerust mijn eindbestemming. Na de dood van mijn zoon vond ik het 'leven' in Spanje -¡Hay que vivir, coño!- en na zeven jaar ook een nieuwe toekomst. Ik leerde mijn huidige partner kennen op de alternatieve studiereis die ik organiseerde naar aanleiding van het heilig jaar 1993 (Santiago de Compostela) en het klikte. Ik weet nog dat ik haar vroeg of ze bereid was om met mij naar Spanje te gaan, er te wonen… en te sterven. Ik stelde maar drie vragen. Het antwoord was driemaal… ja!

Ik ben nu in Argañín gemeenteraadslid en doe binnen twee jaar de gooi naar het schepenambt. Verder ben ik volop bezig met de restauratie van het landhuis uit 1812 in traditionele bouwtrant met granieten rotsblokken. Het enige van Vlaanderen dat ik mis, is een internetverbinding en een schotelantenne. Maar dat komt nog.

Een inwoner vroeg me ooit: "Wat kom jij hier doen? Je loopt binnen de kortste keren huilend naar huis." Niets is minder waar. Ik leef in een cultuur die 4000 jaar oud is en woon in een archeologisch paradijs. Dat is genieten! Ik luister en leer van alle gesprekken die ik heb met -vooral- oude inwoners. Wandel ik ergens naartoe, dan neem ik altijd een andere weg terug. Er rest me te weinig 'leven' om dat niet te doen."

 

Elke Duprez, april 2005

E-mail Dirk Renaat: casa.de.flandes@telenet.be