U bent hier

Werkgever aan het woord

Hoeveel nieuwjaarsspeeches kreeg jij de afgelopen weken door je strot geramd? Ik heb het niet over dat geleuter en gekleuter van alle politieke partijfeestjes deze maand, maar wel over die in je bedijf. Bedrijfsmensen uit de hogere regionen die normaal nooit tegen je praten, voelen in januari de behoefte om hun visionair ei te leggen in de aanwezigheid van al hun onderdanen.

Mijn lever is tot foie gras verpest door al die luchtledige gesnater-evenementen. Zeker niet door dat ene glaasje champagne dat we aangeboden kregen. Een heildronk moet dezer dagen politiek correct gebeuren en wordt gedomineerd door groene sapjes. De speeches zijn ofwel zo kort omdat de spreker niets te zeggen heeft ofwel zo lang omdat hij wil verdoezelen dat hij niets zinnigs te zeggen heeft.

De aanwezige mensen staan stilzwijgend te kijken (echt luisteren, doen ze meestal niet) en wachten tot het laatste woord valt. Dan is er even stilte en een beleefdheidsapplausje. Dit handgeklap is meestal het sein waarop de meute zich opsplitst in de eigen favorietenclubjes en de vlucht neemt naar betere oorden.

Dit doet me denken aan de jaarlijkse terugkerende hordes vriezeganzen die in januari mijn favoriete habitat komen bevolken in Damme en waar ik samenwoon met mijn paarden.

Tijdens het weekend trek ik met mijn paarden de wijde natuur in. Dit is altijd een heel intense ervaring. Zo was het ook vorige zondagochtend. Met Wiske -een trotse witte merrie- huppelde ik langs de Damse Vaart toen ik plots -midden in een stuk ongerepte natuur- opnieuw werd geconfronteerd met een bende migranten.

Het was een ochtend zoals in de film: een dichte mist dreef over het water, een dampend paard probeerde de nevel te vertrappelen en er heerste een doodse stilte waar een stadsmus gegarandeerd depri van zou worden. Ik voelde een speciale band met Wiske, op dat moment mijn enige toeverlaat. En ook zij voelde die band. Dat zag ik aan haar alerte constant draaiende oren.

Het waren diezelfde witte paardenoren die me duidelijk maakten dat er een decorverandering op komst was. Het begon met een vaag krijsend geluid dat aangroeide tot een monotoon gegalm en dan overging in een onsamenhangend gebulder. In muzikale termen zou je kunnen zeggen: van een wiegeliedje tot stevige hardrock van AC/DC. Dit gesnater kon gemakkelijk een man van zijn paard slaan!

De orkestleden? Een paar honderden vriezeganzen. Ze zijn afkomstig uit Siberië en Spitsbergen, en komen hier elk jaar tijdens de wintermaanden het groene gras van de Damse polders oppeuzelen. En dat zonder enige verblijfsvergunning. Het puurste profitariaat, dus. En toch hebben ze een enorme fanclub (een paar vloekende boeren niet te na gesproken). Elke keer bestuderen turende vogelaars hen met de meest vernuftige apparatuur.

Het vogelspektakel is hetzelfde als nieuwjaarsrecepties. De ganzen komen luid kwakend in kleine groepjes aangevlogen. Landen en groeperen zich tot een luidruchtig massa op een plekje met voedsel en drank. Dan wordt het even stil want iedereen is bezig met zijn primaire behoeftes. Plots begint een vreemde gans in de bijt luid te roepen uit angst of omdat hij er genoeg van heeft. De hele meute schakelt over op automatische piloot, schijt nog even op de feesttafel en vertrekt met een geluidscocktail van gefladder en gekrijs naar hun vertrouwde jachtvelden.

Mocht ik het voor het zeggen hebben, dan schaf ik alle nieuwjaarsrecepties af en organiseer op 21 maart een 'lente'-receptie in de open natuur. Dan pas is alles ontluikend, verfrissend, bruisend en groen. En de ganzen leggen dan het ware ei vol jong leven en nieuw verkennend gefladder.

Gepubliceerd in