U bent hier

Dit is een artikel uit het MagEzine-archief.

Wonen en werken in Spanje

Lore kreeg via LinkedIn de vraag of ze bij Oracle in Malaga wilde gaan werken. Na lang beraad, waagde ze de sprong. Lore: “Ik ben hier intussen he-le-maal op mijn gemak. Mijn zon en mijn zee, wat verderop een Belgische frituur met “de Ronny” aan de friteuse, mijn collega-muzikanten die vrolijk zwaaien als we elkaar kruisen in het dorp... Ik voel me als een vis in het water.”

Lore (34) vertelt: “Ik werkte bij Microsoft toen ik via LinkedIn de vraag kreeg om bij Oracle in Malaga te komen werken. Ik dacht: luisteren kan geen kwaad, dus zo gezegd, zo gedaan. De sollicitatie bestond uit een aantal stappen. Ik had enkele telefonische interviews met het management in Malaga en vervolgens een sollicitatie met de manager in België. Ten slotte werd ik uitgenodigd om een dag naar Malaga te komen en de collega’s en manager te ontmoeten.

Toen ik een concreet voorstel van Oracle kreeg, drong het ineens tot me door: “Ik moet beslissen of ik echt 2800 km verder wil gaan wonen”. Je laat je familie en vrienden achter en dat doe je niet zomaar. Na veel wikken en wegen heb ik de sprong gewaagd, en ik heb er nog geen seconde spijt van gehad.

Zonder siësta

Oracle is een Amerikaans bedrijf en we werken met Belgische klanten. In die zin is het dus niet anders dan werken vanuit België. We doen hier niet aan Spaanse siëstas en volgen een gewone uurregeling. Ik ben begonnen als inside sales, maar ben intussen sales manager. Ik stuur een team van 6 mensen aan: 2 Belgen en 4 Nederlanders. Wat wij doen? Eenvoudig gezegd: software verkopen die ervoor zorgt dat klanten en medewerkers op het juiste moment en de juiste plaats de juiste informatie krijgen.

Wat ik leuk vind aan mijn job is dat ik een verkooptarget heb, maar zelf kan invullen hoe ik dat bereik. Daarnaast is het aanbod trainingen gigantisch, niet alleen in Malaga maar ook daarbuiten. Als je goed plant, kan je af en toe naar het buitenland. Zo heb ik al training gevolgd in Dublin, Londen, Boekarest en Madrid. Minder leuk vind ik het stuk administratie, maar dat is eigen aan elke salesfunctie.

Gepelde scampi’s

In het begin was de taal het moeilijkst. Ik sprak nauwelijks Spaans en de Spanjaarden zijn niet erg sterk in het Engels. Tijdens de eerste weken was het echt behelpen en dingen uitleggen met handen en voeten. Ik kende een paar woorden zoals siesta, sangria, gamba, coche (auto) en ropa (kleren). Met die bagage bestelde ik in de viswinkel moedig gepelde scampi’s: “gambas sin ropa”. De vishandelaar keek me eerst verbaasd aan, maar gaf me toen met de glimlach wat ik nodig had.

Omdat ik in België in een orkest speelde en muziek een universele taal is, had ik m’n klarinet mee naar Spanje genomen. Ik heb hier in Malaga een muziekband gevonden en speel nu bij de officiële “banda municipal” van Benalmádena. Vijftig Spanjaarden groot: ideaal om de taal te leren. Hier ontmoette ik Marianne en Juan. Marianne is Nederlandse en kon me snel wegwijs maken. Juan is haar Spaanse man, en hij spreekt ook aardig Nederlands. Beiden zijn intussen goeie vrienden. We vinden elkaar ook buiten de repetities.

Het paradijs

Heel wat collega’s wonen in de stad, maar ik heb ervoor gekozen in Benalmádena aan de kust te wonen, zo’n half uurtje van Malaga en Oracle. Mijn huis ligt erg rustig, ik heb een eigen tuintje en een zwembad in de grote, gemeenschappelijke tuin. En er loopt enkel een doodlopende weg tussen mijn appartement en de zee! Bij helder weer zie ik Afrika. Voor mij is dit het paradijs.

Malaga zelf is ook een leuke stad. De laatste jaren is er serieus in geïnvesteerd: de haven is heraangelegd, er zijn musea gebouwd... En er is geregeld wat te beleven, zoals de feria in augustus (een grote kermis, maar ook dans- en eetgelegenheid in de stad) of de Semana Santa, de week voor Pasen waarin de processies door de straten trekken.

Cultuur en gewoontes

Welke cultuurverschillen ik opmerk? Dat de Spanjaarden een stuk luider en levendiger spreken dan wij. Tijdens het eten spreken ze heel veel over ander lekker eten. En ze lijken veel minder slaap nodig te hebben dan ik, terwijl ze lang niet allemaal een siësta houden ’s middags. Omdat het hier meestal mooi weer is, wordt er vaak buiten geleefd. Het is crisis, maar toch zitten de eet- en dranktentjes steeds vol. Mensen leven in het nu en het relatief weinige dat ze soms hebben, delen ze graag.

Leuk is ook dat ik mensen heb leren kennen die hechte vrienden geworden zijn. Ik ken een volledige Argentijnse familie waar ik kind aan huis ben. Met oudjaar of Moederdag schuif ik gewoon mee aan tafel bij Alejandra, Eduardo, Celeste, Indiana, José, Marga en Federico (ik noem ze bewust allemaal bij naam met het voornemen hen dit artikel te tonen). Mijn Spaanse vrienden Maru en Angel Luis hebben me dan weer met het gezin een weekend mee naar Cadiz genomen, naar het dorp waar ze opgegroeid waren. Ik zie het in België niet meteen gebeuren.

Toekomst

Ik voel me intussen als een vis in het water. Toch merk ik dat een echte “thuis” nog een diepere dimensie heeft. Ik wandel hier niet door straten vol herinneringen, loop geen oude bekenden tegen het lijf, en kan niet snel even binnenspringen bij familie. Sinds afgelopen mei ben ik meter geworden van het zoontje van mijn zus. Victor kent me voorlopig enkel via de iPad in 2D en denkt wellicht dat ik besta uit een hoofd in een kader.

Ik zou hier graag nog een paar jaar verder groeien in mijn job. Daarna is het de bedoeling om richting Amerika te trekken. In California zit het hoofdkantoor van Oracle en ik zou heel graag werken waar het hart van het bedrijf klopt. Op termijn wil ik  terugkeren naar België, maar ik ben wel van plan om in Malaga een appartement te kopen. Dan kan ik altijd terug.” <lacht>

 

loredierickx@hotmail.com

 

Elke Duprez

Gepubliceerd in