U bent hier

Wonen en werken in Australië

Mattia studeerde vorig jaar af als huisarts. Net op dat moment kreeg haar vriend het aanbod om een jaar als ‘flying doctor’ in Australië te gaan werken. Ze besloot mee te gaan. Mattia: “Op de luchthaven vragen ze of je sportschoenen mee hebt. Is dit het geval, dan moet je je schoenen daar in een wasmachine steken. Kwestie van de Australische bodem niet te bevuilen met Europese aarde!”

Mattia (27): “We wonen in Adelaide, de hoofdstad van de staat South Australia. Het is één van de kleinere steden. Het centrum bestaat uit een 15-tal lange en rechte straten die haaks op elkaar staan, zoals in New York. Daarrond ligt een groot groen park dat het centrum scheidt van de eerste suburbs.

Je merkt dat de stad is aangelegd. Het is duidelijk dat ze niet spontaan is gegroeid. Er is vooral gedacht aan efficiëntie, en niet aan sfeer. Je hebt shoppingcentra in de kleinste buitenwijken, aangelegde parken... Maar je hebt geen natuurlijke bossen, geen beekjes, weinig lokale ambachtelijke winkeltjes en al zeker geen dorpspleintjes.

Onschuldige chitchat

Momenteel werk ik als administratieve kracht in een grote tandartsenpraktijk. Met een zestal meisjes beheren we de agenda’s van ongeveer 30 tandartsen. We sturen verwijsbrieven naar verschillende specialistische praktijken, beantwoorden vragen van patiënten aan de telefoon en beheren de preventieve tandartsconsultaties.

De sfeer is heel aangenaam en iedereen is supervriendelijk. De managers komen regelmatig op de werkvloer en zijn op de hoogte van wat hun werknemers bezighoudt. Er wordt veel over koetjes en kalfjes gepraat, maar op drukke momenten zoals maandagochtend, is het alle hens aan dek.

Het loon ligt een pak hoger dan in België. Helaas is het leven ook veel duurder. De gezondheidszorg is geprivatiseerd en een jaar unief kost al gauw 60.000 Australische dollar (ongeveer 37.500 euro). Laat je 3 kinderen hier maar eens aan de universiteit studeren... Daarnaast moet je kinderopvang betalen tot je kleuter 4 jaar is, want pas dan kan hij naar school.

Meer draagkracht

De vriendelijkheid en de behulpzaamheid van de bevolking, hebben me aangenaam verrast. Onbekenden vragen standaard hoe het met je gaat en hoe je dag verloopt. Ik loop hier voortdurend rond met een glimlach op m’n gezicht omdat iedereen zo vriendelijk is. Dat verandert je als mens. Het geeft je meer draagkracht.

Wat nog? Je vindt de beste koffie op de meest afgelegen plaatsen. Waanzin! De koffiebars zijn ook al van ‘s ochtends vroeg open. Het warme en droge klimaat spoort aan om vroeg uit de veren te komen. Heel wat mensen spreken af met vrienden om koffie te drinken voor ze gaan werken. Ook koffiepauzes zijn erg populair. De barista’s zijn de hele dag druk in de weer.

Daarnaast bezit Australië de mooiste en meest gedifferentieerde natuur die ik ooit gezien heb. Regenwouden, helderblauw water met witte stranden, eindeloze droge savanne, bergen en een uitgebreid assortiment aan wilde dieren.

Ecologische voetafdruk

Natuurlijk zijn er ook mindere kanten. Ik erger me mateloos aan de ecologische voetafdruk van de gemiddelde Australiër. Die is enorm! Er rijden ontzettend veel vervuilende wagens, elk huis heeft airconditioning, iedereen sproeit voortdurend zijn gras, en vlees is verpakt in enorm grote hoeveelheden.

Een kennis van ons wil een energieneutrale woning bouwen. Hij heeft een 10-tal architecten gecontacteerd, maar tevergeefs. De knowhow ontbreekt en de juiste materialen zijn niet verkrijgbaar. Onvoorstelbaar vind ik dat.

We hebben er bewust voor gekozen om geen auto te kopen en alles met de fiets te doen. Helaas is de infrastructuur er niet op voorzien. Als er al fietspaden zijn, dan eindigen ze regelmatig abrupt, of mag je ze enkel gebruiken in de spits, tussen 6 en 8 ‘s ochtends en 4 en 6 in de namiddag. Bovendien zijn de automobilisten geen fietsers gewoon, dus het is altijd uitkijken geblazen.

Beperkt contact

Het contact met de lokale bevolking blijft grotendeels beperkt tot het werk. We hebben allebei wel een aantal Belgische kennissen met wie we geregeld afspreken. Daarnaast gaan we af en toe naar het theater of naar een concert. Verder lopen we samen en ga ik een keer per week trainen met de lokale volleybalclub.

Als we wat meer tijd hebben, trekken we erop uit. Dan gaan we naar de zee, bezoeken we andere steden, gaan op wijngaardbezoek of pikken lokale events mee.

Niet te onderschatten

Ondanks het feit dat het allemaal wel leuk klinkt, voel ik me hier niet echt thuis. Ik mis het dorpsgevoel: rijden van de ene kerk naar de andere, brood kopen bij de lokale bakker, kinderen die op straat spelen... Ik denk dat ik een vangnet mis. Zowel op cultureel als sociaal vlak.

Het valt dan ook niet te onderschatten: halsoverkop veranderen van thuis, werk en taal. Het feit dat je vrienden thuis slapen wanneer jij wakker bent en omgekeerd, helpt niet. Ik heb me hier al heel erg alleen gevoeld. Maar het went wel. En het leert je wat echt belangrijk is in het leven.

Dit gezegd zijnde blijft het wel een enorme ervaring om hier een jaar te wonen en werken. Al kijk ik er ook naar uit om te starten in mijn nieuwe job in België en terug in te trekken in ons huurhuisje in Mechelen.

 

Elke Duprez

Gepubliceerd in