U bent hier

Voorspellingen na corona

Hoe zien de arbeidsmarkt en het kantoorleven eruit als de coronacrisis voorbij is? Drie experts uit verschillende vakgebieden kijken in de toekomst en geven hun prognoses. Deze maand is Stijn Baert aan de beurt, professor arbeidseconomie aan de UGent en lid van het Vlaamse economische relancecomité.

Stijn vindt het moeilijk om nu al voorspellingen te doen over de arbeidsmarkt. 

Hij legt uit: 'We moeten eerst nog twee stappen zetten. Een: in welke mate krijgen we de gezondheidscrisis onder controle? En op basis hiervan, stap twee: wat zijn de economische gevolgen? Pas als we de economische gevolgen kennen, kunnen we voorspellen wat de impact is op de arbeidsmarkt. 

De arbeidsmarkt volgt namelijk de economische activiteit. Draait de economie goed, dan zijn er meer vacatures en vallen er minder ontslagen. Draait de economie niet goed, dan moeten de bedrijven meer mensen laten gaan. We weten ook nog niet welk verloop de economie gaat kennen. Is het een V-vorm met één korte dip, of bijvoorbeeld een U-vorm met een dip die lang aansleept? Of een W-vorm, met twee opeenvolgende terugvallen?'

Toch ziet Stijn drie ontwikkelingen die zich duidelijk aftekenen.

1. Minder vacatures waardoor werkgevers in machtspositie zitten

Op korte termijn was de terugval in het aantal vacatures opvallend. We verwachten dat het aantal vacatures ook de komende maanden lager zal blijven dan het niveau van de vorige jaren. 

Dit is helemaal anders dan de situatie waaruit we komen, waarbij er een grote krapte was op de arbeidsmarkt en er weinig werklozen waren. Nu gaat die krapte tijdelijk of gedurende een langere periode wegvallen, toch zeker voor bepaalde beroepen.

Hierdoor hebben de werkgevers een ruimere keuze en zitten ze wat meer in de machtspositie. Werkzoekenden kunnen minder eisen stellen, zeker als ze voor niet-knelpuntberoepen solliciteren. Het gevaar bestaat ook dat kansengroepen benadeeld gaan worden. Werkgevers hebben nu meer keuze waardoor ze kandidaten uit kansengroepen sneller kunnen afwijzen.

"Zes op tien werkgevers denken dat hun medewerkers door telewerk efficiënter zijn en zich beter kunnen concentreren."

2. Grote kans dat telewerk een blijver is

Vlaamse werknemers zijn erg tevreden met het verhoogde telewerk. Dat blijkt uit een grote enquête die we uitvoerden bij Vlaamse werknemers. Het is goed voor hun work-life-balans, ze kunnen zich beter concentreren en voelen zich productiever. Het enige negatieve is dat ze denken dat het hun kansen op promotie verlaagt. 

De vraag is: betekent het feit dat werknemers zich goed voelen bij telewerk ook dat het gaat doorbreken? 

Niet noodzakelijk. Werkgevers moeten er ook het nut van inzien. Vergeet niet dat ze nu terug een sterkere positie hebben doordat de krapte op de arbeidsmarkt afneemt. Ze kunnen gemakkelijker zeggen: ben je het er niet mee eens, ga dan maar ergens anders solliciteren. 

Toch ben ik optimistisch. Uit een enquête bij werkgevers blijkt dat 6 op de 10 bevraagden vinden dat hun medewerkers door telewerk efficiënter zijn en de meerderheid denkt dat hun werknemers zich door telewerk beter kunnen concentreren.

De bevraagde werkgevers beschouwen telewerk bovendien als interessant vanuit bedrijfseconomisch perspectief. Bijna 8 op de 10 zien het als een mogelijkheid om goed personeel te kunnen houden en ongeveer evenveel zien een positief effect op het aantrekken van nieuwe goede krachten. 

3. Levenslang leren is nog belangrijker

Ik denk dat het door de coronacrisis nog belangrijker wordt om levenslang te leren. We moeten ons heruitvinden en wendbaarder worden zodat we ook kunnen solliciteren voor vacatures die, op het eerste gezicht, verder van ons af staan. Dit is de enige manier om de mismatch op de arbeidsmarkt aan te pakken en ervoor te zorgen dat de knelpuntberoepen ingevuld geraken. 

Levenslang leren is zowel de taak van de overheid, werkgevers als werknemers. We moeten hiervoor samenwerken, en elkaar niet met de vinger wijzen zoals we nu soms doen.

De overheid zou één duidelijke website moeten voorzien waarop ze het hele aanbod aan opleidingen duidelijk vermeldt. Daarnaast moet ze sterkere incentives geven om levenslang leren te stimuleren. Misschien gaat de overheid werknemers op termijn zelfs moeten verplichten om zich bij te scholen.

Werkgevers moeten hun werknemers meer opleidingen laten volgen. Nu denken ze nog vaak: eigenlijk leiden we hen op voor onze concurrenten. Maar dat betekent ook wel dat hun concurrenten hetzelfde doen voor hen.

En als werknemer moet je beseffen dat de kans groot is dat je ooit een ander beroep gaat uitoefenen dan het beroep waarmee je startte. Door de toegenomen robotisering gaat je takenpakket veranderen, en de doorbraak van de robotisering zal zeker niet stilvallen door de coronacrisis. Integendeel.'

 

Barbara Peirs

Gepubliceerd in