U bent hier

Guido's gedacht: gezellig weg

Ik word er altijd een heel klein beetje treurig van. De zomer, net ietsje minder verkeer op de wegen. Al is dat helaas ook geen zekerheid meer. Je krijgt het gevoel dat het allemaal wel goed komt met de files.

Je mijmert wat over het leven en de lange dagen en plots word je voorbijgestoken door een Nederlandse auto. Volgestouwd tot de nok met overlevingsmiddelen, op hun barre tocht naar het Zuiden.

Je vermoedt dat de achterbank nu al een krakend universum is van strips, chips en snoepwikkels. Pubers vechtend om lebensraum en tegen de verveling van de lange rit. Mama en papa vooraan, ziek van de stress, met alle mogelijke rampscenario’s in hun hoofd. Wat kan er misgaan tussen Drenthe en de finale kampplaats? Want daar trekken ze heen.

Dat kun je zien aan het wagentje dat ze met zich meesleuren. Daar zit een luxetent in. Ze kunnen er gemakkelijk met vijf in want het is bemeten voor minstens zeven personen.  Ik heb daar mijn vragen bij, of sterker zelfs, ik weet dat het een leugen is.

Nauw bemeten miserie, waar elke vierkante centimeter in de komende drie weken druk bevochten zal worden. Laat ons hopen dat het niet regent, zodat de voortent maximaal benut wordt.

Ze hebben vakantie verdiend. Na een jaar zwoegen voor de meesters van de loonbrief. En daar ontstaat mijn tristesse.

Wat hebben wij in godsnaam toch in ons hoofd als we ons een heel jaar kromwerken voor die paar weekjes vakantie per jaar? De beloning? De beloning voor wat? Het zou toch altijd een beetje vakantie moeten zijn?

In alle eerlijkheid, heb ik er nog nooit behoefte aan gehad om met vakantie te gaan. Wat niet betekent dat ik niet graag reis, of kan genieten van een week weg met vriendin en hond. Maar ik vind het erg als men begint te spreken over ‘welverdiende’ rust… Als vakantie voorgesteld wordt als de manier om er ‘tussenuit’ te zijn.

En waar ik al helemaal niet bij kan, is dat hele kampeergedoe. Dan heb je je uit de naad gewerkt, helemaal tot op het tandvlees om alles netjes achter te laten en de ‘hangende dossiers’ door te geven aan een minder fortuinlijke collega, die zijn vakantie nog niet ‘verdiend’ heeft.

Kom je thuis, mag je dat kampeergerief in orde beginnen brengen. Sleuren, stapelen, herstellen, schoonmaken, bijkopen, checken, puzzelen, vloeken om alles in de kar te krijgen.

Dan een stressritje van om en bij de 1.500 kilometer om onder het toeziend oog van reeds uitgeruste medecampers heel die zooi terug uit te laden en in te richten. Improviseren met gaspitjes, vechten tegen insecten en ongedierte, sukkelen met elektriciteit en geimproviseerd sanitair.

En elke morgen de vrolijke ‘walk of shame’ met toiletzak en handdoek naar de wasplaatsen. ‘Maar we zijn toch buiten in de natuur, en voor de kinderen is het geweldig. Straks gaan we naar het grote zwembad, waar iedereen al zit, want we kennen hier ontzettend veel mensen…’

Dat scenario herhaalt zich twee weken of meer. Ondertussen worden er ook wat marktjes en stadjes bezocht. De onvermijdelijke ‘rode kreeftendag’ is ook al lang achter de rug en vergeten. Dan mag je terug beginnen inpakken. Sorteren, opruimen, inladen en vloeken op de rist van souvenirs die ook gekocht werden en waar nu geen plaats voor blijkt te zijn.

Dan maar op de schoot, dat lukt wel.

Neen, echt vrolijk word ik daar niet van.

 

Guido Everaert

Gepubliceerd in augustus 2018

Reageer

Je e-mailadres wordt niet getoond op de website.