U bent hier

Onvergetelijke vakantiejobs

Hilde, Stefaan en Anna deden alledrie een vakantiejob die ze niet snel zullen vergeten. Over rondvliegende croissants aan de lopende band, slapen tussen de muizen en diepvriesboontjes met rat.

Sexy haarnetje

Hilde (46), webdesigner: “Ooit ging ik als jobstudent aan de slag in een bedrijf dat diepgevroren croissants, chocoladekoeken en ander lekkers fabriceerde.

Ik werd in een hygiënisch wit pakje gestopt, kreeg een sexy haarnetje en werd aan de lopende band met de croissants geplaatst. 

De band startte op en er vloog driehoekig deeg voorbij. Team A zwierde de hesp op het deeg, team B de kaas op de hesp en team C rolde de croissants vakkundig op tot de gekende vorm.

Ondanks mijn gebrek aan snelheid -ik ben niet echt Speedy Gonzales- ging het vrij goed. Tot ik moest inspringen voor de dame aan het einde van de band… 

De croissants vielen via een soort glijbaan naar beneden en ik moest ze in dozen opvangen. Toen ik een doos gevuld had en een andere wou nemen, ging het mis. De croissants bleven toestromen!

Om te vermijden dat ze op de grond zouden rollen, vond ik er niets beter op dan ze terug te duwen op de glijbaan.

Algauw stond ik met mijn armen vol, en ze bleven komen. 

Ik was ten einde raad. Gelukkig had een alerte dame de chaos opgemerkt. Ze kwam me redden uit mijn benarde situatie en vertelde me dat ik de doos voor een sensor moest plaatsen om de toevoer te stoppen. Had ik dát geweten!

De volledige productielijn moest worden stilgelegd om de situatie recht te trekken. Ik kon wel door de grond zakken. 

Achteraf kon ik er mee lachen, maar één ding is zeker: respect voor alle bandwerkers! Mij krijgen ze nooit meer zover.”

Nacht doorsteken

Stefaan (57), manager: “Mijn vader was directeur van een mouterij. Toen ik 14 was, mocht ik er een vakantiejob doen. 

Ik draaide mee met de nachtploeg, die uit twee medewerkers bestond. Het was hun taak om de productieprocessen in het oog te houden.

Ik was erg opgewonden, want het was de eerste keer in mijn leven dat ik een hele nacht zou opblijven. Om 2 uur ’s nachts vroegen mijn nieuwe collega’s: “Kan je een geheim bewaren?” 

Toen ik knikte, zeiden ze: “We doen af en toe een dutje. Wil je ook wat slapen?” 

Mijn antwoord was duidelijk: ik dacht er niet aan. Het was mijn droom om eindelijk eens een nacht door te steken!

Zij lieten zich door mij niet tegenhouden: de ene ging een paar uur op het toilet slapen, en daarna nestelde de andere zich in een donker hoekje op een hoop jutezakken. 

Toen we hem gingen wekken, zag ik dat er het vol muizen zat. Ze wriemelden aan zijn voeten, maar hij sliep door. De muizen en de schone slaper waren het duidelijk gewoon om hun bed te delen.

Uiteindelijk ben ik als enige de hele nacht wakker gebleven. ’s Morgens kroop ik moe, maar voldaan mijn bed in met een groot geheim.

Nu ik eraan terugdenk vind ik het toch straf dat ze de zoon van de baas vroegen om zoiets te verzwijgen. 

Het was ook niet echt verantwoord wat ze deden: er stonden gigantische branders in de fabriek om het graan te drogen. Moest daar iets mee gebeurd zijn… In ieder geval heb ik hun geheim altijd bewaard, tot nu." <lacht>

Boontje komt…

Anna (43), redacteur: “Ik werkte in een fabriek die diepvriesboontjes inpakte. ‘k Herinner me nog dat ik op een hoog platform moest klimmen in de open lucht. 

Het was een gigantische machine die warmte gaf en trilde.

De boontjes die geplukt waren op het veld, kwamen er voorbij op een lopende band. Ik moest de bladeren en andere vuiligheid tussen de boontjes uitvissen. 

‘k Was een plichtsbewust meisje en deed erg mijn best, ook al leek het me onbegonnen werk. De boontjes passeerden zo snel dat ik geen tijd had om er alles uit te halen.

Ik was net aan het denken dat het werk wel meeviel tot ik iets zag naderen dat helemaal niet groen was, maar grijs. 

Het was een gigantische dode rat die al trillend voorbijkwam! ‘k Denk dat ik gegild heb, want plots kwam er een werkman naar boven. 

Hij heeft de rat er voor mij netjes uitgevist met een grijns. Hij had wellicht medelijden met me.

Vanaf toen hielp hij me iedere keer als er zo’n exemplaar voorbijkwam. Dat was echt heel vriendelijk. 

Er passeerden ook geregeld dode muisjes en kikkers, maar die durfde ik er zelf uithalen met wat bladeren. 

Ik moet wel zeggen dat ik lange tijd geen zin meer heb gehad in diepvriesboontjes.”

 

Ingrid Van Wanzeele

Gepubliceerd in