U bent hier

Innige deelneming

Stel: een collega heeft haar dochtertje verloren aan botkanker. Enkele dagen later kom je haar tegen in de gang. De schrik slaat je om het hart. Je weet niet wat te zeggen en bent bang om de verkeerde woorden te gebruiken. Herkenbaar? Logisch: we hebben nooit geleerd hoe we moeten omgaan met mensen die rouwen. Een snelcursus.

Laat ons beginnen met hoe het niet moet. Enkele citaten van werknemers die een dierbare verloren:

  • Sommige collega's negeerden me of deden alsof hun neus bloedde. Dit kwetste me enorm.
  • Een collega zei me: "Je staat ervoor, je moet erdoor." Daar had ik geen boodschap aan.
  • Ik kreeg van mijn leidinggevende te horen: "Enkel werk telt."
  • Mijn leidinggevende zei nog geen jaar na mijn verlies: "Ik weet dat het erg is wat er is gebeurd, maar het wordt tijd dat je je herpakt". Ik was op dat moment niet down, maar had gewoon door het vele werk een kleinigheid over het hoofd gezien.

Tips om goed te reageren als collega

  • Weet je niet hoe je moet reageren op het overlijden? Geef dat eerlijk toe: "Ik weet niet zo goed wat ik tegen je moet zeggen. Maar ik leef erg met je mee."
  • Toon je medeleven op een manier die bij je past, bijvoorbeeld via een kaart, een mail of een bos bloemen.
  • Vraag niet: "Hoe gaat het?" als je geen tijd en zin hebt om het antwoord te horen. Deze vraag is trouwens niet relevant want meestal gaat het rotslecht. Een betere formulering is: "Hoe voel je je?" of "Hoe gaat het, gezien de omstandigheden?"
  • Zeg geen oppervlakkige dingen als: "Je moet maar eens bellen als je hulp nodig hebt". Rouwende mensen hebben daar de energie niet voor. Bel zelf.
  • Luisteren is het belangrijkste. Vertel je collega niet hoe hij zich moet gedragen, geef geen advies en verzin geen oplossingen. Probeer het verdriet ook niet te minimaliseren ("Tijd heelt alle wonden" of "Je hebt gelukkig nog twee kinderen"). 
  • Mijd je collega niet, doe gewoon en spreek met hem over alledaagse dingen. Het is niet zo dat hij aan één stuk door verdrietig is of voortdurend de behoefte voelt om erover te praten. Het kan een opluchting zijn voor hem om gewoon te werken en even geen verdriet te voelen.
  • Denk niet dat het verdriet van je collega over is, als hij lacht of er goed uitziet. Ups en downs zijn eigen aan een rouwproces. Het ene moment kan de rouwende het leven van alledag aan en plots voelt hij zich weer diep wanhopig en verscheurd.
  • Voel je niet beledigd als je collega er niet met jou over praat. Hij weet soms niet meer aan wie hij het verhaal al deed en heeft ook niet altijd behoefte om erover te spreken.
  • Kom af en toe nog eens terug op het verlies, ook na een jaar. Bijvoorbeeld op 'moeilijke' dagen, zoals 1 november, Kerstmis, verjaardagen... "Denk je nog vaak aan Anna? Je moet haar wel vreselijk missen. Zeker nu met de feestdagen…"

Tips om goed te reageren als leidinggevende

  • Probeer aanwezig te zijn op de begrafenis. Lukt dit niet, laat dan een mooi rouwboeket leveren op naam van je bedrijf.
  • Is je medewerker terug op het werk? Zorg voor een bos bloemen op zijn bureau of een kaartje dat alle collega's getekend hebben.
  • Hang het rouwprentje op aan het prikbord waar ook de geboorte- en vakantiekaartjes hangen. Dit rouwprentje is je medewerker erg dierbaar: het is z'n laatste aandenken aan de overledene. Door dit uit te hangen, toon je respect.
  • Zit samen en vraag hem of jij of z'n collega's iets kunnen doen om hem te helpen. Zou hij bijvoorbeeld graag een bepaalde taak doorgeven aan iemand anders?  
  • Toon begrip voor het feit dat hij niet optimaal functioneert en geef hem alle tijd die hij nodig heeft om weer ten volle te functioneren.
  • Veroordeel hem niet als hij zijn verdriet toont, ook niet twee jaar na het overlijden.

Het rouwproces in een notendop

  • Als je iemand verliest die jou dierbaar is, moet je dit verlies verwerken. Je verdriet gaat nooit helemaal over, maar als je je verlies verwerkt hebt, wordt je dagdagelijkse leven er niet meer door beheerst.
  • Hoe je verwerkingsproces precies verloopt en hoelang het duurt, verschilt van persoon tot persoon, en wordt door verschillende factoren beïnvloed. Bijvoorbeeld:
    • Band met de overledene: hoe nauwer je band, hoe 'groter' het verlies.
    • Omstandigheden van het overlijden: een plotselinge dood (verkeersongeluk, zelfdoding…) of een dood met een onduidelijke oorzaak (wiegendood, moord…) is meestal moeilijker te verwerken dan een verlies waarbij je afscheid kan nemen.
    • Leeftijd van de overledene: een kind 'hoort' zijn ouders te begraven. Als je als ouder je kind verliest verloopt de verwerking vaak moeizamer.
    • Persoonlijkheid: als je emotioneel kwetsbaar bent, heb je meer moeite om het overlijden van een dierbare te verwerken.
    • Meerdere verliezen: als je verschillende mensen na elkaar verliest, is de verwerking moeilijker.
    • Niet erkend verlies: als je niet erkend wordt als nabestaande, bijvoorbeeld omdat je een buitenechtelijke relatie had met de overledene, is de verwerking zwaarder.

 

Diederik Van Vlem

Gepubliceerd in