U bent hier

Bedrijfsleider Tim aan het woord

De ene helft van het land schreeuwt moord en brand omdat ze niet meer mogen werken. De andere helft reageert hevig omdat ze in deze bizarre tijden aan het werk moeten blijven. En wat dan te zeggen van de vele slachtoffers van het virus, zij die niet meer kunnen werken? Heftige tegenstellingen.

Om maar te zeggen dat het dezer dagen geen pretje is om aan de beleidsknoppen te zitten, of dat nu in de politiek of in een bedrijf is.

Logica doortrekken in zo'n complex gegeven is ondoenbaar en ook het spreekwoord dat je niet voor iedereen goed kan doen, klopt eens te meer als een bus.

Maar wat in deze periode wel te allen tijde aanwezig zou moeten zijn is het wederzijds begrip en respect. Ook ikzelf heb de laatste maanden wakker gelegen, terechte en onterechte verwijten gekregen over beslissingen, maar dat in de marge.

Onze dienstenchequesector blijft aan het werk. Is dat nu goed of slecht nieuws? De boel platleggen zou bij velen Covid-angst wegnemen en voor minder stress rond kinderopvang zorgen. Aan de andere kant zou een stopzetting ook heel hard aankomen in de portemonnee van veel collega's en in de nood aan dienstverlening van onze hulpbehoevende klanten. En open blijven kost ons bedrijf meer geld dan het opbrengt. Heftige tegenstellingen. Geen pasklare oplossing voorradig.

We hebben dit jaar al applaus gegeven voor de zorg, voor de vuilnisophalers, voor de supermarktmedewerkers. Absoluut terecht! Maar nu is het onze beurt, nu wil ik van de daken schreeuwen en dag en nacht applaudisseren en kaarsjes aansteken voor alle thuishulpen in de dienstencheques. En zeker die van ons! Ze verdienen het meer dan ooit!

Onze sector heeft, onterecht, al niet het beste imago. Maar nu blijven onze medewerkers er wel staan voor de klanten en hun gezinnen. Niet evident. Met een grote glimlach, maar dezer dagen ook met angst om ziek te worden. Om besmet te worden maar ook om te besmetten.

Ik snap hun angst. Je mag je familie niet ontmoeten, maar wel bij tien klanten per week gaan werken. Dat is vreemd, ik snap hun onrust.

Mijn collega's blijven puzzelen nu de schoolvakantie verlengd wordt, nu ze geen opvang meer vinden bij de grootouders. Ik begrijp de radeloosheid. Velen zijn flexibel en absoluut van goede wil, maar het is moeilijk.  

En de klanten maken hun eigen rekening rond gezondheid en veiligheid. Ik begrijp hen. Waarom mag de poetshulp komen en hun moeder niet? Maar de trouwe hulp aan huis voelt deze annulering in haar portemonnee. Voor geen enkele partij leuk, maar voor elk standpunt begrip. 

Iemand een oplossing die voor iedereen goed is? Bestaat er een grootste gemeenschappelijke deler?

Ik kan niet anders dan blijven applaudisseren en mijn bewondering uitspreken. Ook voor onze kantoorcollega's. Met een continu geluid van telefoonrinkels en met rook rond de oren van de ontplofte mailboxen proberen ze mensgericht en met een glimlach voor iedereen een goede oplossing uit te dokteren.

Het is geen intensive care, maar het is een ander soort frontlinie. Respect en waardering.

Vandaag wil ik 1144 knuffels uitdelen, aan elke collega eentje! Maar dat mag dus nog even niet.

Het zal dan wel een cliché zijn, maar in crisis-tijden grijp je terug naar de basis. We kunnen dit enkel en alleen samen doorkomen, met veel wederzijds begrip en respect rond beslissingen en gevoelens. 

En in een ideale wereld behouden we dat respect en begrip voor eeuwig en altijd, ook in niet-covidtijden. En de rest van de dag blijf ik roepen en zingen, viva dienstencheques. Voor alle 1.144!
 

Gepubliceerd in