U bent hier

Dit is een artikel uit het MagEzine-archief.

Fabels en feiten over griep

Je bent snotterig, je spieren beginnen pijn te doen, en een paar uur later heb je koorts. Je voelt je beroerd en snakt naar je bed. Grote kans dat je getroffen bent door het griepvirus. Elke winter is het opnieuw van de partij. Het ene jaar al wat heviger dan het andere. Maar wat is griep eigenlijk? En hoe kan je griep voorkomen? Acht feiten en fabels.

1. Griep is gewoon een zware verkoudheid – Niet waar!

Griep is een besmettelijk virus dat jaarlijks meer dan één op tien Belgische werknemers gemiddeld zeven dagen aan bed kluistert. Veel mensen verwarren een gewone verkoudheid met griep. Het gaat in beide gevallen om een infectie van de bovenste luchtwegen door virussen. Maar van griep ben je meestal ernstiger ziek dan van een verkoudheid. De symptomen van een verkoudheid verdwijnen in het algemeen ook sneller, en complicaties zoals een longontsteking komen zelden voor, terwijl dat bij griep wel het geval is.

De belangrijkste griepsymptomen zijn:

  • snel opkomende koorts
  • spierpijn, hoofdpijn
  • rillerig
  • vermoeid en uitgeput
  • keelpijn
  • hoesten

2. Griep hangt als het ware in de lucht - Waar!

Hoesten of niezen zijn de belangrijkste oorzaken van besmetting. Hierdoor komen besmette speekseldruppeltjes vrij. Deze druppeltjes, die zich in de lucht verplaatsen, kunnen je rechtstreeks besmetten via de ademhaling. Daarom zijn besloten ruimtes potentiële broeihaarden, en is voldoende verluchten belangrijk.

3. Je kan het griepvirus ook overdragen via de handen - Waar!

Via de lucht komen virussen ook terecht op allerlei voorwerpen. Je kan besmet worden als je een voorwerp aanraakt (bv. een deurknop, toetsenbord…) waarop zich virussen bevinden en daarna aan je ogen, neus of mond komt. Het is dus belangrijk dat je voorwerpen die je vaak aanraakt regelmatig schoonmaakt. Daarnaast is het ook aangewezen om je handen voldoende te wassen met water en zeep.

4. In de winter zijn er meer virussen - Niet waar!

Virussen krijgen alleen meer kans om toe te slaan. Want in de winter kruipen we dicht tegen elkaar aan. In huis, in de trein, op het werk. Met de ramen potdicht en de verwarming aan. Perfecte condities voor virussen om zich makkelijk te verspreiden.

5. Kinderen zijn langer besmettelijk dan volwassenen - Waar!

Volwassenen zijn besmettelijk -en kunnen het virus dus verspreiden- één dag voordat de symptomen zich openbaren. Jonge kinderen kunnen het virus al bij zich dragen tot zes dagen voordat de symptomen zich openbaren. Al die tijd kunnen ze andere mensen aansteken. Volwassenen zijn tot vijf dagen na de eerste symptomen besmettelijk en kinderen tot tien dagen erna.

6. Antibiotica helpen bij griep - Niet waar!

Omdat griep een virale infectie is, hebben antibiotica geen zin. Alleen bij bepaalde complicaties kunnen antibiotica nodig zijn.

7. Als je een goede weerstand hebt, ben je sneller beter - Waar!

Er bestaat geen effectief geneesmiddel tegen de griep. Er zit dan ook niets ander op dan uitzieken. Wie griep heeft, moet antistoffen en afweercellen aanmaken om het virus te bestrijden. Een goed werkend afweersysteem helpt daarbij. Voldoende drinken, gezond eten, veel uitrusten en zorgen voor frisse lucht in de kamer dus.

8. Een griepvaccin helpt niet - Niet waar!

Het jaarlijkse griepvaccin beschermt tegen de virusvarianten die in het vaccin zitten. Omdat er ieder jaar weer andere griepvirussen kunnen circuleren, heb je elk jaar een nieuw vaccin nodig. Natuurlijk is het altijd mogelijk dat er nog een andere variant van het griepvirus de kop opsteekt. Dus 100 procent garantie heb je nooit, maar het is de beste preventie die er is.

 

www.gezondheid.be

 

Elke Duprez

Gepubliceerd in