U bent hier

Werkgever aan het woord: 3 - 3

Manager Steven: "Mijn levensleuze wordt -iedere dag dat ik iets ouder word- een steeds groter levensdoel: ik stap elke dag uit mijn bed met de gedachte dat het een dag moet worden die ik de komende tien jaar niet wil vergeten.

Afgelopen 14 november was er mij zo’n dagje.

Zat ik toen op een romantisch spierwit zandstrand met wuivende palmbomen en een smachtende exotische temptation-cocktail in de hand? Neen, ik trok die dag met enkele Japanners in België rond als een ronddollende en dolende missionaris.

14 november was de dag van de voetbal-non-klassieker België - Japan in Brugge. 

Ik moest de Japanse aftrap geven toen ik ’s morgens om kwart na acht werd opgebeld door een Vlaamse radiozender om mijn gedacht over het Japanse voetbal en de Japanse sportcultuur te geven. Altijd vreemd om je eigen stem in de ether te horen en zeker om eens te kunnen praten met een journalist die zo vertrouwd klinkt maar die je nog nooit hebt gezien.

Mijn uitgangspunt was duidelijk: Japanners zijn de grootste egoïsten als ze op het voetbalveld rondcrossen terwijl ze op de werkvloer de grootste teamplayers zijn of zouden moeten zijn. De ware aard van het beestje komt naar boven als de gedachten op nul worden gezet. 

België - Japan = 1-0

’s Middags had ik bij mij thuis -in de omgeving van Brugge- een vergadering gepland met onze belangrijkste Japanse zakenpartner. Dit als voorbereiding van een grote contractbespreking met een Franse multinational maar vooral: om daarna samen naar de voetbalwedstrijd te gaan.

Japanners vinden het vreemd dat je je privéwereld laat samensmelten met het professionele gedeelte van je bestaan, maar ik denk net dat dit een sterkte is. Door een inkijk te geven in je persoonscocon, krijg je een sterkere en beter uitgebalanceerde positie, ook al stel je je hierdoor kwetsbaarder op.

Ik had de open haard aangepookt en serveerde koffie en moorkoppen. De sfeer veranderde al snel van gereserveerdheid in een gezellige en constructieve meetingattitude met de gewenste resultaten.

België - Japan: 2-0

Voor we het voetbalstadion binnen laveerden, had ik een gezellig restaurant geboekt in een klein dorpje nabij het stadion. ‘Het Oud Gemeentehuis’ deed onze Vlaamse keuken en gemoedelijkheid alle eer aan. De Westmalles en het everzwijnstoofpotje lieten de Japanse heimwee naar sushi en tempura in zwijm vallen. ‘Oishii’ en ‘umai’ waren de Japanse superlatieven. 

Eten en alcohol zijn in de zakenwereld niet zelden de juiste drug om de zeden te verzachten en het water bij de wijn te laten blenden. Een voltreffer.

België - Japan: 3-0

Om half acht op naar het voetbalstadion. Gelukkig ken ik de omgeving als mijn broekzak zodat we de enorme files en parkeerschaarste konden ontwijken. Onze Japanners zagen de verkeerschaos en ongecontroleerde mensenmassa. Het eerste gezucht en Aziatische ongeloof op de kabuki-maskers kwamen tevoorschijn.

Bij de ticketcontrole was het een en al amateurisme. Ondanks de classificatie van ‘risicomatch’ moest ik als Vlaming bij de Japanners in het bezoekersvak. Ongeloof bij mij, zeker toen de stewards beweerden dat ik mij tijdens de boeking had voorgedaan als Japanner. Toen ik mijn West-Vlaamse familienaam op mijn ticket toonde was hun enige reactie: dat is raar... Bizar, zeker als je weet dat we met meer dan 300 Belgen in vak 421 van de Japanse bezoekers moesten samenhokken.

De wedstrijd van de Belgen was een dikke belabberde nul. De supporters keken als konijnen naar een lichtbak met de uitstraling van glimwormen in plaats van vonkende helden. Wat een gebrek aan beroepsernst als je weet wat wij doen om hen te komen aanbidden. SCHULDIG VERZUIM.

Gelukkig was de sfeer en ambiance tussen de Japanse fans van topniveau. Vanaf het begin tot aan het eindfluitje pompten ze met hun trommels het Japanse ritme erin terwijl de backing vocals ‘Nippon’, ‘Nippon’ scandeerden. Zeker de helft van de Japanse fans in Brugge was vrouwelijk. Dit is ook zo in de Japanse nationale competitie. Het zijn vooral de jonge meiden die de voetbalgoden aanbidden zonder echt veel van het voetbal te snappen. Daarom waren ze ook zo goedgemutst. Ze kirden van plezier wanneer de bal in het Japanse kamp vertoefde en zeker toen hun doelman Kawashima een bal moest oprapen. Wat een beroepsernst als supporter!

Het Japanse koppel dat naast me zat had hun baby van vijf maand meegebracht die ze tijdens de rust kleine klompjes sushirijst gaven. Dat ze hun baby meebrachten is echt wel een bewijs dat ze geloven dat sport mensen vredelievend samenbrengt. 

Ze gaven tijdens de wedstrijd zelf het goede voorbeeld: ze waren supervriendelijk, lachten, vroegen beleefd of we een foto van hen wilden nemen en deelden snoepjes uit aan de vele kleine Japanse peuters die mochten meekomen.

Hun vredelievendheid werkte aanstekelijk en maakte van hen een medestander in plaats van een tegenstander. De kracht van de zachtheid stond die avond in volle bloei.  

Hiermee scoorden de Japanners een prachtige en onvergetelijk hattrick.

België - Japan : 3-3 

En ik? 

Ik heb opnieuw een juweeltje in mijn levenskampioenschap kunnen binnenkoppen. Een dag van mijn leven die ik zeker tien jaar zal kunnen blijven koesteren dankzij die enige Vlaamse held Jan Breydel die op niveau wou acteren. In het land der blinde voethelden is de eenogige hofnar Jan, de koning!"
 

Manager Steven stelt zich voor in 813 woorden

"Ik werk al meer dan 20 jaar bij een Japanse multinational. Misschien heb je nu medelijden met me, maar dat hoeft niet: ik voel me redelijk goed in mijn vel. Mijn kennissen beweren af en toe wel dat ik een halve Japanner geworden ben.

Momenteel ben ik verantwoordelijk voor onze activiteiten in het Midden-Oosten. Ik vorm een brug tussen de Arabische cultuur en het Japanse management in Europa. Een enorme uitdaging om die verschillende werelden op dezelfde golflengte te laten communiceren! Het is een job met heel wat zakenreizen: ik ben ongeveer 120 dagen per jaar een Vlaming op en in de vlucht.

Ik hoor vaak dat ik moeilijk gezag kan aanvaarden. Dat was zo als kind, op school en zeker tijdens mijn legerdienst. En ook op het werk! Maar ik denk toch dat ik vooral in opstand kom tegen echte bazen, en niet tegen goede leiders. In mijn huidige job moet ik zelf leiding geven. Daarom sta ik dikwijls stil bij vragen als 'wat is een goede leider?' en 'ben ik het waard om leiding te geven?'"

Steven blogde vroeger voor VDAB. Bekijk zijn blog.

 

Gepubliceerd in december 2017

Reageer

Je e-mailadres wordt niet getoond op de website.