U bent hier

Wonen en werken in Bolivia

Op de lagere school was Rik gefascineerd door de verhalen over de Duitse dokter Albert Schweitzer. Het feit dat die man in z’n eentje een ziekenhuis in Gabon oprichtte, boeide hem mateloos. Het was dan ook geen verrassing toen hij jaren later besloot om geneeskunde te gaan studeren en in Bolivia ‘Doctors on Mission’ op te richten. Zijn doel? De allerarmsten van hulp voorzien.

Rik (55): “De opzet van ’Doctors on Mission’ is simpel. In eerste instantie zetten we mobiele medische teams op, die naar de allerarmste regio’s trekken. Deze teams verstrekken medische hulp en verzekeren het transport naar stedelijke ziekenhuizen en universiteiten, in binnen- én buitenland. Zo brachten we een vrouw met leukemie naar Barcelona voor een beenmergtransplantatie en een jongeman met een hersentumor naar Mexico City.

In tweede instantie bouwen we een medische hoofdbasis die voorzien is van elektriciteit, water en internet. Daar worden de missies georganiseerd, de ambulances hersteld en de lokale dokters en verpleegkundigen bijgeschoold.

In derde instantie richten we, binnen een straal van 500 kilometer rond de hoofdbasis, medische centra op. We zorgen voor lokaal personeel en proberen de centra te integreren in het nationale gezondheidsnetwerk. Zo verzekeren we de continuïteit van de verzorging, kunnen we sneller en beter coördineren tijdens epidemieën en rampen én krijgen de mobiele teams meer vrijheid om uit te rukken naar andere regio’s.

Bolivia als thuisbasis

Onze eerste medische hoofdbasis bouwden we in het Andesgebergte in Bolivia, op zo’n 3200 meter hoogte, te midden van de Inca’s. Een tweede volgde in het verre Zuiden, tegen de grens met Paraguay en Argentinië, woongebied van de Guaraní. Een derde kwam er langs de Mamore-rivier in het Amazonegebied nabij de Braziliaanse grens, waar we werkten met een mengelmoes van kleinere stammen.

Daar liep het begin 2010 mis. We werden er het slachtoffer van geldafpersing. Onze missiebasis werd bezet en m’n huis leeggeplunderd.

Net op dat moment -januari 2010- sloeg het noodlot toe in Haïti: de verschrikkelijke aardbeving die 220.000 levens eiste. Nederlandse vrienden die een weeshuis runnen in Port-au-Prince vroegen me of ik kon komen helpen. Dag en nacht werkte ik er, zeven dagen op zeven, in rampzalige omstandigheden. En alsof er nog niet voldoende ellende was, brak er eind 2010 een cholera-epidemie uit, en verwoestte orkaan Sandy in oktober 2012 in het zuidwesten zowat alle gewassen en vissersbootjes.

Redenen te over om in Haïti, net als in Bolivia, te starten met ‘Doctors on mission’. En hetzelfde verhaal in Noord-Pakistan. Wederom liep het niet van een leien dakje. Vanaf het begin stuitten we op veel tegenstand van de Taliban en andere extremistische moslimgroeperingen. Die wilden niet dat we de niet-moslimminderheden hielpen. In 2011 beschoten ze ons medisch team zelfs met Kalasjnikovs! En tijdens een grote vaccinatiecampagne ontvoerden ze onze lokale directeur.

Administratieve rompslomp

Wat ik minder vind aan de job, is de niet aflatende stroom aan administratie. Doordat er zoveel corrupte en vage beloftes zijn, is het nodig om alles strikt op te volgen. Maar de allergrootste opgave is de fondsenwerving. Onze werking is afhankelijk van giften. Helaas wordt steeds moeilijker om de projecten financieel rond te krijgen.

Soms ben ik wel wat jaloers op collega’s van ‘Artsen Zonder Grenzen’ (AZG). Zij kunnen immers terugvallen op een sterke administratieve basis. Langs de andere kant kost die administratieve basis ook heel veel geld. Kijk maar eens naar de immense gebouwen van AZG over de hele wereld. En, ook al heb ik bewondering voor die artsen, de meesten zoeken een kortetermijn-ervaring in de grootsteden, terwijl het voor mij een levensroeping is om die dorpen te bereiken waar gezondheidszorg onbestaande is.

Woede van de armoede

In de dorpjes waar we komen, worden we enthousiast ontvangen. Toch is er de laatste tijd een duidelijke mentaliteitswijziging naar ‘blanken’ toe. Zeker in Bolivia wordt ‘blank’ meer en meer aanzien als ‘Amerikaans’ en dus komende van het ‘grote, imperialistische rijk’. Maar ook in Haïti ondervind ik, als blanke, de woede van de armoede.

Toch is het niet al kommer en kwel wat de klok slaat. De lokale bevolking is gelukkig met wat ze heeft en maakt nog echt tijd voor elkaar. Overal wordt er gezongen en je proeft nog ware vriendschap en liefde. Ook bij de lokale dokters en verpleegkundigen, die een grote bereidwilligheid aan de dag leggen.

Omgekeerde cultuurschok

Na 26 jaar ‘Doctors on mission’, besef ik heel goed hoeveel onrechtvaardigheid er is in de wereld. Doodzieke kinderen die zelfs geen aspirientje krijgen tegen de pijn, miljoenen euro’s die worden opgehaald voor Haïti waar je als ontwikkelingswerker nooit een cent van ziet, voortdurende angst voor conflicten…

Als ik dan op bezoek ben in België, begrijp ik niet waarom velen zo ongelukkig en doelloos rondlopen in dit land van ‘melk en honing’. Soms lijkt het wel alsof iedereen gevangen zit in een ratrace!

Familie blijf ik natuurlijk wel missen, net als stoofvlees met frietjes en een goed glas wijn of bier. En af en toe wou ik dat ik eens naar de opera of de film kon gaan, of het voetbal en het wielrennen op televisie kon volgen. Toch weegt dat alles lang niet op tegen het grote verschil dat ik hier kan maken. Als ik gezond blijf, dan zie ik mezelf hier nog minstens 20 jaar werken!”

 

Meer info over ‘Doctors on mission’: https://www.doctorsonmission.org/

 

Elke Duprez

Gepubliceerd in december 2018

Reageer

Je e-mailadres wordt niet getoond op de website.