U bent hier

Dit is een artikel uit het MagEzine-archief.

Vast, maar niet gepast

Een job -zelfs een die helemaal niet bij je past- is altijd beter dan géén job, zou je denken. 'Klopt niet!', beweert een Australisch onderzoeksteam nu. Een rotbaan is slechter voor je mentale gezondheid dan werkloosheid. Lea beaamt: 'Mijn eerste vaste baan gaf ik op vóór ik iets anders gevonden had. Zoniet ging ik eraan onderdoor.'

Werkloos zijn is niet leuk en best frustrerend. Maar zomaar het eerste het beste luizenbaantje aannemen, is niet per se beter. Althans niet voor je mentale gezondheid. Dat blijkt uit een Australisch onderzoek aan de universiteit van Canberra. Met die conclusie gaat het onderzoeksteam regelrecht in tegen de gangbare mening dat werken -in gelijk welk baantje-, altijd te verkiezen is, boven werkloos zijn.

Bedenkelijke kwaliteit

Het onderzoeksteam analyseerde de gegevens van 7.000 mensen gedurende een periode van zeven jaar. Elk jaar werden de deelnemers bevraagd over:

  • Hun professionele leven: waren ze werkloos, of hadden ze werk?
  • Hun mentale gezondheid: voelden ze zich angstig en depressief, of eerder blij en rustig?
  • De kwaliteit van hun job: hadden ze een goed loon, werkzekerheid en voldoende controle over de organisatie van hun eigen werk?

Bij de deelnemers die eerst werkloos waren, maar vervolgens een kwalitatief hoogwaardige baan vonden, noteerden de onderzoekers een duidelijke verbetering van hun mentale gezondheid. Dit in tegenstelling tot de groep die een weinig kwalitatieve job vond. Bij hen zagen ze telkens een scherpe terugval op vlak van mentale gezondheid, ten opzichte van de periode waarin ze werkloos waren.

Volgens de onderzoekers denk je dus beter twee keer na, voor je instemt met een baantje van bedenkelijke kwaliteit. Dat kan journaliste Lea (43) beamen. Ze doet haar verhaal.

Slaafje

Lea: 'Toen ik nog niet zo lang afgestudeerd was, startte ik -bij gebrek aan beter- in een job waarvan ik vrijwel meteen doorhad: dit is niks voor mij. 'Office manager', zo luidde de titel. In de praktijk was ik het slaafje van de rest van de medewerkers.

Talloze keren ging ik bij de baas om écht werk vragen, maar telkens kreeg ik te horen dat ik zelf maar wat 'inventief' moest zijn. Het klikte langs geen kanten en er elke dag opnieuw gaan werken, was de hel. Ik voelde me niet gewaardeerd, haalde geen voldoening uit m'n werk en de sfeer was beneden alle peil.

Uiteindelijk besliste ik om er weg te gaan, nog voor ik een andere job gevonden had. Het ging niet meer. Mocht ik daar langer blijven werken zijn, dan zou ik eronderdoor gegaan zijn. Van zodra ik de deur achter me dicht deed, voelde ik me beter. Zelfs al was ik werkloos.'

Woog het werkloos zijn dan niet op Lea's zelfwaardering? Lea: 'Nee, integendeel. In afwachting van een nieuwe vaste baan -een die me wél zou liggen-, schreef ik me in bij verschillende uitzendkantoren. Gedurende een maand of drie heb ik in heel wat bedrijven korte opdrachten gedaan. Het feit dat die werkgevers erg tevreden waren over mijn werk, sterkte me in mijn zoektocht naar een nieuwe job. Die heb ik kort nadien gevonden, en heb ik jarenlang graag gedaan.'

 

Ingrid Van Wanzeele

 

heraldsun.com.au

Gepubliceerd in