U bent hier

Dit is een artikel uit het MagEzine-archief.

Leedvermaak

Een collega die net naast een promotie grijpt. Een vriendin die niet in jouw droomjurk kan. En jij die een glimlach niet kan onderdrukken. Geen beter vermaak dan leedvermaak. We bezondigen er ons allemaal aan. En dit terwijl lachen om andermans ellende eigenlijk niet mag. Wat bezielt ons?

Kijk je naar tv-programma's als 'Idool' of 'Beauty en de nerd', dan zal je dit wellicht niet doen omdat de kandidaten zo goed kunnen zingen, of omdat je in sprookjes gelooft. Je zal dit doen om eens flink te kunnen lachen. Niets zo lachwekkend als een slechte auditie gevolgd door cynisch commentaar van de jury. Niets zo hilarisch als een dom antwoord van een bloedmooi blondje.

Positieve emotie

Professor Wilco Van Dijk van de Vrije Universiteit deed onderzoek naar leedvermaak. Volgens hem is een van de fascinerende aspecten van leedvermaak dat het regelrecht indruist tegen de sociale conventies. Plezier om het ongeluk van een ander, dat mag toch helemaal niet? Hoe komt het dan, dat we er ons allemaal wel eens aan bezondigen? "Omdat het een positieve emotie is", legt Van Dijk uit. "Negatieve emoties geven aan dat onze belangen worden geschaad, positieve dat onze belangen worden gediend. Mensen denken graag positief over zichzelf. Heb je een deuk in je zelfvertrouwen, dan helpt het als je je kan verkneukelen in het ongeluk van een ander. Te meer omdat je bij leedvermaak het leed zelf niet veroorzaakt. Daarmee onderscheidt het zich van wreedheid of sadisme."

Naast een gebrek aan zelfvertrouwen kan ook afgunst leedvermaak veroorzaken. Ben je afgunstig op die collega met haar 'perfecte' relatie, dan gniffel je als blijkt dat haar vriend er al maanden een ander op nahoudt. Ben je jaloers op de nieuwe jurk van een vriendin, dan lach je stiekem wanneer blijkt dat die onherstelbaar beschadigd werd tijdens een foute wasbeurt.

Nobel motief

Maar, er is ook een nobeler motief dat leedvermaak veroorzaakt, namelijk onze voorliefde voor rechtvaardigheid. Al speelt ook daarin ons eigenbelang een rol.

"Vroeger had ik een buurmeisje met wie ik goed bevriend was", vertelt Marthe. "Ik keek zelfs een beetje naar haar op. Ze was populair, slank, zag er goed uit… Ze wist het en profiteerde er af en toe ook van. Tijdens onze puberteit is het helemaal fout gelopen. Er kwam een jongen tussen ons te staan. Ze werd jaloers en maakte me zwart bij wie er oor naar had. Nadien is het nooit meer goed gekomen. We verloren alle contact." Marthe ziet haar nog af en toe. “Vanuit de verte, als ik bij m’n ouders ga. Van de mooie, populaire meid van weleer schiet niets meer over. Ze is erg zwaar geworden en verzorgt zich niet. En, ik beken, dat doet deugd. Stiekem denk ik: je kreeg wat je verdiende."

Volgens Van Dijk herstellen mensen met leedvermaak de balans. Het is dan ook niet zozeer het leed van haar vriendin waar Marthe blij om is. Het is de wetenschap dat gerechtigheid is geschied. "We vinden het fijn wanneer iemand van zijn voetstuk valt die daar volgens ons onterecht op terecht is gekomen. De balans herstellen kan natuurlijk alleen wanneer het leed in verhouding staat tot wat het 'slachtoffer' heeft misdaan. Stel: je wil als wetenschapper publiceren in een wetenschappelijk tijdschrift. Dat lukt jou niet, maar een collega heeft een onderzoek waarmee het wel kan lukken. Dan vind je het wellicht fijn als zijn artikel wordt afgekeurd. Je zal echter geen plezier voelen wanneer hij onder een auto loopt."

 

Elke Duprez

www.psychologiemagazine.nl

Gepubliceerd in december 2006