U bent hier

Dit is een artikel uit het MagEzine-archief.

Wonen en werken in Zuid-Korea

Oosterse lampionnenMet Poolse roots aan moederszijde, een Italiaanse peetvader en een Russische oom stond het in de sterren geschreven: Nadine zou het verder zoeken dan de kerktoren. En dat deed ze. Ze trok met haar man naar Zuid-Korea. 20 jaar geleden keerde ze terug, en 5 jaar geleden startte ze met een b&b. “Buitenlandse bezoekers verwelkomen is ook een beetje reizen”.

Nadine (50): “In de zomer van 1987 volgde ik mijn man naar Seoul. Hij werkte er al een jaar als docent in de lerarenopleiding Engels aan de unief. Voor onze omgeving was dat niet simpel. Zuid-Korea kwam in die periode regelmatig in de pers omwille van zware studentenrellen, overstromingen en tropische stormen. Bovendien herinnerde iedereen zich nog de Koreaanse Oorlog begin jaren '50. Al was het maar omdat M.A.S.H. toen speelde op tv. Je kan je dus wel voorstellen dat vrienden en familie mij met zeer gemengde gevoelens uitzwaaiden.

Buffel en kar

Het feit dat mijn man er al een jaar woonde en werkte, maakte het voor mij wel makkelijker. Hij had al een vriendenkring opgebouwd waarin ik met open armen werd ontvangen. En hij kende het reilen en zeilen. Ik heb me in het begin vooral beziggehouden met het leren van de taal. Daarnaast organiseerde ik op de afdeling Nederlands van de universiteit waar m’n man lesgaf, 'free talking' sessies (een soort van taalbad) voor geïnteresseerde studenten. Ik was ook vrijwilliger bij de jeugdwerking van de YMCA, en vond in 1988 werk bij de Belgische Ambassade in Seoul.

Seoul was toen al een mega-metropool met zo’n 20 miljoen mensen, en nog volop in de groei. Maar Zuid-Korea was in 1987 ook nog altijd internationaal erkend als ontwikkelingsland. Dat was heel duidelijk in het straatbeeld. Buiten de hoofdstad waande je je in de 18de eeuw: een groot agrarisch gebied, waar rijst met de hand geteeld werd op kleine perceeltjes, boeren met buffel en kar naar de markt gingen, en vrouwen nog aan de rivier hun was gingen doen.

Man en clan

Het culturele verschil dat me het meest frappeerde was het plichtsbewustzijn van de bevolking. Er is een groot respect voor ouderen en meerderen in rang, zowel in bedrijven als in families. En dan vooral naar mannen toe. In het verleden was het zo dat wanneer de oudste zoon trouwde, het jonge koppel minstens een jaar thuis bij de ouders van de man bleef inwonen. Zo kon de jonge bruid van haar schoonmoeder leren wat het lievelingseten en andere voorkeuren waren van haar echtgenoot. Vaak was ze het veredelde slaafje van de schoonmoeder en werd er goed op toegezien dat ze werkte aan de voortzetting van de clan.

Ook op het werk kwam het respect voor hiërarchie en de paternalistische maatschappij erg tot uiting. Als "ondergeschikte" (assistente, secretaresse of ander kantoorpersoneel) hoorde je op 't werk toe te komen vooraleer je baas arriveerde. En je werd verondersteld om te blijven tot je baas vertrok. Als de baas na de werkuren iets wou gaan drinken, kon je niet anders dan meegaan. Bovendien moest je ervoor zorgen dat je lustig met hem meedronk, maar wel nog alert genoeg was om een taxi te regelen die hem veilig thuisbracht. En ik heb me laten vertellen dat je als vrouw niet anders kon, dan ingaan op de avances van je -al dan niet dronken- baas. Mijn werkgever was gelukkig de Belgische ambassade. Een stukje Belgisch grondgebied in het verre buitenland, met goed afgelijnde rechten en plichten.

Toetsen en testen

Toen ons tweede kind op komst was hebben we bewust gekozen terug naar België te komen. Het was dat of ginder blijven en de kinderen er naar school laten gaan. En dat was niet meteen een optie. Het is hier een tijd geleden nog in de kranten verschenen: kinderen worden er te hard gestimuleerd om "het goed te doen". Ze moeten naar de beste lagere scholen, om door te stromen naar de beste middelbare scholen, en af te sluiten aan de beste universiteiten van het land. Kinderen worden van jongs af naar bijlessen en avond- en weekendonderwijs in privéscholen gestuurd. Alles om hen zo competitief mogelijk te maken, terwijl het uiteindelijk maar enkelen gegeven is.

Spijt dat we zijn teruggekomen, heb ik niet. Maar ik heb wel wat moeten zoeken om mijn plekje terug te vinden. Ik wilde ook blijven contact houden met het "buitenland". Vandaar onze b&b. Buitenlandse bezoekers verwelkomen is ook een beetje reizen, denk ik dan maar. <lacht> En het geeft me de kans om ons kleine landje te promoten. Van Hagelandse streekproducten, tot onze befaamde chocolades en bieren. Ook mooi, toch?”

 

E-mail: nadine@yenn.be

Site b&b: www.yenn.be

Elke Duprez

 

  • Wil jij ook getuigen over je ervaring in het buitenland? Mail naar de redactie.

  • Lees meer artikels over wonen en werken in het buitenland.

 

 

Gepubliceerd in december 2013