U bent hier

Dit is een artikel uit het MagEzine-archief.

Wonen en werken in Guatemala

Wonen en werken in Guatemala

Pedagoge An werkte een jaar als vrijwilligster in Guatemala. Ze runde een hotel in Livingston, een relaxt dorpje waar de dikke mama’s kokosbrood verkopen en Bob Marley 24 u op 24 door de luidsprekers schalt. An: “Ik droomde al lang van een eigen hotel. Nu kreeg ik de kans om te testen of die droom iets voor mij was.”

An (36) vertelt: “De eigenaars van het hotel -een Belgische vrouw en haar Guatemalteekse man- wilden graag een jaar in België komen wonen en zochten iemand die hen kon vervangen. Ik stelde me kandidaat en werd uitgekozen. ‘k Was laaiend enthousiast, maar helaas leerde ik net op dat moment een toffe man kennen in België. We werden verliefd en begonnen een relatie, ook al hing Guatemala als een donkere wolk boven ons hoofd. Hij kon niet met me mee, maar beloofde dat hij me na 10 maanden zou komen opzoeken.”

Dansen op het strand

Toen ik na een lange reis aankwam in het hotel, was ik verrukt. Het lag vlak aan de zee en zag er paradijselijk uit. Het bestond uit tien tweepersoonsbungalows: romantische houten hutten met palmdaken en muskietennetten. Ana, de zus van de eigenaar, verwelkomde me. Het komende jaar zou ik samen met haar het hotel runnen. We verdeelden het werk: Ana was elke dag van dienst in de voormiddag, en ik van 13 tot 21 uur. We stonden de klanten te woord, regelden hun transport, planden trips, hielden de boekingen bij, maakten promotie, hielpen in de keuken en het restaurant, en coördineerden het lokale personeel.

Mijn nieuwe leven was aangenaam. Ik vond het zalig om op te staan met zicht op de blauwe Caribische zee, de palmbomen en de aanlegsteiger vol reigers en pelikanen. Ook het eten was heerlijk. Ik genoot van kokosbrood, exotisch fruit en verse zeevruchten. Bovendien had ik -doordat er haast niks te doen was in Livingston- tijd om me op mijn passie te storten: juwelen maken. Ik leerde Maya-juwelen ontwerpen en creëerde een collectie die ik in de receptie uitstalde. Af en toe ging ik ook naar een kleine disco op het strand. Dat was eigenlijk een houten barak die uitmondde in zee. De opzwepende ‘punta’ was er erg populair. Dat is een dans waarbij de meisjes tegen de muur staan, met hun achterwerk omhoog gekromd. De mannen schuren er hitsig tegenaan op het ritme van de muziek, terwijl de meisjes schijnbaar ongeïnteresseerd rondkijken.

Beestjes onder het bed

Het werk zelf viel minder mee. Op den duur begon het zwaar te wegen. Aangezien ik in het hotel woonde, spraken de toeristen me dag en nacht aan. Ik moest de gasten op elke moment glimlachend te woord staan, zelfs als ze op mijn toiletdeur klopten om informatie te vragen over een trip of als ze ’s nachts krijsten omdat er een lek in het palmdak zat of omdat er krabben onder hun bed trippelden. Dat laatste gebeurde geregeld. Ik veegde de diertjes met een bezem naar buiten. Van krabben was ik niet bang, maar wel van slangen. Mijn collega’s hadden me echter verzekerd dat die er niet waren. Ik geloofde hen tot ik op een dag met warme vissoep door het restaurant wandelde en bijna over een zwarte slang struikelde… Maar, ik heb geen kik gegeven om de klanten niet te verstoren.

Na een tijd begon ik me opgesloten te voelen. Livingston is erg geïsoleerd -je kan er enkel met de boot naartoe- en bovendien had ik geen vakantie. Het knaagde als de hotelgasten me vertelden over hun lange reizen en belevenissen. Ik bevond me op enkele kilometers van het avontuur maar zat vast op ‘mijn eiland’. Gelukkig was er Skype: ik belde mijn vriend bijna dagelijks. Na 10 maanden kwam hij me eindelijk bezoeken. Het was een blij weerzien. Hij heeft een maand met me in het hotel gewerkt, en daarna namen we onze rugzak en volgden we het voorbeeld van de reizigers. De eigenaars van het hotel vonden het goed. We trokken gedurende twee maanden door Guatemala, Mexico, Belize, Honduras, El Salvador en Nicaragua. Het was zalig. Ik keek nu met heel andere ogen naar de hotels en het personeel. Ik herkende perfect signalen van vermoeidheid en routine.

Intussen woon ik weer in België. Ik volg een opleiding juweelontwerp in avondschool en heb mijn eigen webshop opgestart. In Guatemala heb ik ontdekt dat mijn creaties mensen aanspreken en dat ik veel energie krijg als ik juwelen maak. En mijn hoteldroom? Die is realistischer geworden. Ik sluit niet uit dat mijn vriend en ik ooit onze eigen B&B hebben, maar één ding weet ik zeker: er zullen juwelen in de receptie liggen.”

 

Wil je de juwelen van An in het echt zien? Ze stelt haar creaties samen met andere Belgische ontwerpers tentoon in de tijdelijke shop ‘Lolly Pop-up’. Adres: Aalmoezeniersstraat 22, 2000 Antwerpen. Open van 21 januari tot 25 februari vanaf 11 uur (gesloten op zondag en maandag).

E-mail: info@jolyjewels.be

 

Barbara Peirs

 

  • Wil jij ook getuigen over je ervaring in het buitenland? Mail naar de redactie.

  • Lees meer artikels over wonen en werken in het buitenland.

    Gepubliceerd in februari 2015