U bent hier

Dit is een artikel uit het MagEzine-archief.

Wonen en werken in Frankrijk

Frankrijk

Stephan (30) beleefde drie onvergetelijke zomers in Roquebrune-sur-Argens, een mooi Middeleeuws stadje aan de Côte d'Azur. Hij werkte er als animator op een camping. Hij vertelt: 'Soms ging ik 's avonds met collega's naar het strand. We babbelden en zwommen, en kropen daarna in onze slaapzak voor een heerlijke nacht in open lucht.'

Stephan vertelt: 'De camping waar ik werkte heette Leï Suves en was gigantisch. Er waren meer dan 1.000 kampeerplaatsen. 'k Zou er zelf niet op vakantie gaan -ik zoek kleinere en rustigere oorden op- maar om te werken was het er bijzonder leuk. Er hing een aangename sfeer en mijn job was afwisselend.

Lastige Belgen

Ik organiseerde en begeleidde tal van activiteiten: kajakken op zee, snorkelen, canyoning, wijndegustaties, jeux de boules, dagtrips naar eilanden in de buurt… Fijn, maar wel vermoeiend. Ik was van 's morgens tot 's avonds laat in de weer om de klanten een aangename tijd te bezorgen, en moest tegelijk de activiteiten voor de komende dagen voorbereiden. Bovendien werd ik 's nachts uit mijn bed getrommeld als dronken campingbewoners ruzie maakten. Doordat ik meerdere talen spreek, werd ik tot vertaler en bemiddelaar gebombardeerd.

Ironisch genoeg had ik het meest problemen met de Belgische gasten. Ik wil niet veralgemenen, maar nogal wat Belgen zijn koppig, weinig flexibel en niet begripvol als er iets foutloopt. Ik heb heel vaak het zinnetje 'Ik heb er toch voor betaald!' gehoord.

Bos in brand

Soms was het grappig om de verschillen te zien tussen de nationaliteiten. In de afwasruimte bijvoorbeeld stonden de Nederlandse toeristen 's avonds al af te wassen, terwijl de Fransen nog hun groenten kwamen wassen voor hun slaatje bij het voorgerecht. Er werd dan meewarig naar elkaar gekeken.

Ik herinner me ook nog die keer dat de camping geëvacueerd werd omdat er een brand woedde in een nabijgelegen bos. We moesten de 1.100 gasten verwittigen en vragen om naar de evacuatieplek te gaan. De Belgen en Nederlanders reageerden geschrokken en vertrokken snel. Eén Nederlands gezin vergat zelfs te betalen. De Britten daarentegen waren minder gehaast. Toen ik een Britse meneer inlichtte stond hij rustig op en ging binnen in zijn caravan. Hij vond het nodig om zich eerst nog te scheren en een nieuw hemd aan te trekken.

Hapje zee-egel

Op zondag hadden we vrijaf. Dan trokken we met de hoofdanimator en een aantal mensen van de streek naar een piepkleine, rotsige baai waar weinig toeristen kwamen. Daar waren we echt 'gerust'. Soms pikte een kennis uit de omgeving ons met een bootje op. We voeren dan naar een klein eiland en genoten er na het snorkelen van een stukje brood, een hapje zee-egel en wat olijfjes... 

Je kan je wel voorstellen dat er in zo'n vakantiesfeer intense vriendschappen ontstaan. Helaas moet je telkens opnieuw afscheid nemen. Ik hoorde dan steevast het dodelijke zinnetje 'We houden contact, hé' of 'We gaan zeker nog eens afspreken.' In het begin wou ik dat graag geloven, maar al snel merkte ik dat het een beleefdheidsformule was. Er is maar één persoon met wie ik nu nog contact heb.

Toch houd ik veel goede herinneringen over aan die zomers. Ik ben nu leraar toerisme en de ervaringen die ik toen opdeed zijn goud waard. Door erover te vertellen maak ik het beroep tastbaarder voor mijn leerlingen. Wie weet volgen ze ooit mijn voorbeeld.'

 

E-mail: stephanfiers@hotmail.com

 

Barbara Peirs

Gepubliceerd in