U bent hier

Dit is een artikel uit het MagEzine-archief.

Eén-derde-regel

Eén-derde-regel

Wie deeltijds werkt, moet minstens een loon ontvangen dat overeenkomt met één derde van een fulltime. Deze regel geldt zelfs als de deeltijder een contract heeft voor een kleiner aantal arbeidsuren.

Parttime werk is nogal strak gereglementeerd om te voorkomen dat op papier minder uren worden gepresteerd dan in werkelijkheid. Zoiets zou immers nadelig zijn voor de inkomsten van de Sociale Zekerheid.

  • De arbeidsovereenkomst moet voor iedere individuele deeltijder schriftelijk zijn vastgelegd, uiterlijk op de eerste dag waarop prestaties worden geleverd.
  • De overeenkomst moet duidelijk het afgesproken uurrooster vermelden.
  • Dit uurrooster moet ook in het arbeidsreglement van het bedrijf staan. Het moet trouwens ook altijd uitgehangen worden in de bedrijfslokalen.
  • Het aantal arbeidsuren per week moet minstens één derde zijn van het aantal uren van een voltijdse collega die hetzelfde soort werk doet. Is er zo niemand, dan gaat het om één derde van een voltijdse werkweek in de betrokken sector.

Ontslagen

Niet alle werknemers en werkgevers zijn op de hoogte van de één-derde-regel en in de praktijk worden soms contracten afgesloten voor een kleiner aantal uren. Maar de wet is erg strikt. Dat ondervond een werkgever die een proces verloor voor het Arbeidshof van Bergen (december 2012).

Een verkoopster was ontslagen. Zij had twee jaar lang 8 uren per week gepresteerd. Dat was minder dan één derde van een fulltime (39 uren/week, nadien verlaagd tot 38u). De verkoopster trok naar de rechtbank en eiste de betaling van achterstallig loon, eindejaarspremie en vakantiegeld. Het bedrag dat zij vorderde kwam overeen met het verschil tussen wat zij had ontvangen en wat ze zou hebben verdiend als zij één derde van een voltijdse betrekking had gehad. De rechtbank gaf haar gelijk, maar de werkgever ging in beroep.

Onwetendheid geen excuus

Zo kwam de zaak voor het Arbeidshof. De werkgever verdedigde zich door aan te voeren dat de fout bij zijn sociaal secretariaat lag, dat immers al die tijd zonder verpinken de loonberekeningen had gedaan. In juridische termen beriep hij zich op de “onoverwinnelijke dwaling”.

De rechters wezen dat argument van de hand. Dat buitenstaanders verkeerde informatie geven, is geen excuus om de wet niet na te leven. En die was in dit geval heel duidelijk. De verkoopster won dus over de hele lijn.

 

Hendrik Mertens

 

Het arrest van het Arbeidshof van Bergen: jure.juridat.just.fgov.be

Gepubliceerd in maart 2015