U bent hier

Dit is een artikel uit het MagEzine-archief.

Wonen en werken in Rwanda

Wonen en werken in Rwanda

“Hier lig je dan. Ondervoed. Je ene beentje korter dan het andere. En je voorhoofd vol wonden. Want als je bang bent of boos, begin je te klauwen en te krabben. Je mama is laagbegaafd en wellicht ben je verwekt tijdens een verkrachting.” Welkom op de afdeling kinderpsychiatrie in het Rwandese stadje Ndera.

Opvoedster Astrid (33 jaar) liep 4 maanden stage in de kinderpsychiatrie in Ndera. Ze vertelt: “Ndera ligt op 15 kilometer van de hoofdstad Kigali. Het stadje is vooral bekend omdat er een groot psychiatrisch ziekenhuis is. Er verblijven veel patiënten die getraumatiseerd zijn door de genocide. En er is ook een afdeling voor kinderen, wat vrij ongewoon is in Rwanda.

Goedgelovig

Toen ik vorig jaar stage liep op de kinderafdeling, waren er 14 kinderen opgenomen. Ze hadden allemaal hun eigen verhaal. Vaak waren ze niet psychisch ziek, maar konden ze nergens anders terecht. Er was bijvoorbeeld een jongetje dat de politie gevonden had aan het Amahoro-sportstadium in Kigali. Het probeerde een leven bij elkaar te bedelen. Op blote voeten ploeterde het in riolen en graaide naar alles wat eetbaar leek. Naar school gaan, tanden poetsen en spelen. Dat was voltooid verleden tijd. Het enige wat hij met een beverig stemmetje zei, was 'ni meza’, alles gaat goed. En dat hij Thomas heette.

Een ander patiëntje waar ik een goede band mee had, was door z’n papa binnengebracht. Het speelde met z’n kameraadjes op straat en vond een speciale plant. Het jongetje was klein, goedgelovig en dapper, en had de plant opgegeten. Hierdoor begon het onophoudelijk te hallucineren.

Rekensommen

Mijn stage bestond erin om vergaderingen bij te wonen, activiteiten mee te begeleiden voor de kinderen en vooral veel met hen te spelen! Ik schommelde bijvoorbeeld op een oude schommel in de tuin, speelde tikkertje of voetbalde. Als we buiten ravotten, keken mijn collega’s door het raam met grote ogen naar ons. In Rwanda is het niet gebruikelijk dat volwassenen met kinderen spelen.

Aangezien de kinderen geen onderwijs kregen tijdens hun opname, deed ik vaak eenvoudige schrijf- en rekenoefeningen met hen. Dan stonden ze te drummen rond mijn schrift om een rekensom te mogen maken. Hun cognitief niveau was laag maar hun motivatie was des te hoger. Ik heb weken met een jongen van 15 geoefend tot hij zijn eigen naam kon schrijven.

Muziektherapie

De dagen van de kinderen waren nogal leeg. De behandeling bestond vooral uit medicatie. Er was wel een weekschema met activiteiten, maar dat werd niet nauwgezet gevolgd. In de namiddag stond er altijd ‘kaartspelen’ op de agenda; alleen waren er geen kaarten voorhanden. En als een vergadering uitliep, werd de activiteit zonder verpinken geschrapt.

Enkel de eucharistieviering op vrijdag en de muziektherapie op dinsdag werden nooit overgeslagen. De muziektherapie hield in dat alle patiënten samen in de polyvalente zaal dansten en zich helemaal lieten gaan. Als de woorden “Sheeeeeeee's an African woman. She's got this swagger. An African swagger!” weerklonken, ging het dak eraf. 

Eenzaam

Het grote minpunt voor mij was de taalbarrière. Kinyarwanda, Rwandees, is een hele moeilijke taal. Die heb je niet in een paar maanden onder de knie. Daardoor voelde ik me vaak eenzaam. De verpleegkundigen hadden het te druk om alles te vertalen en de verzorgenden spraken geen Frans of Engels.

Rwandezen zijn ook heel anders in hun communicatie. Wij zeggen wat we denken, zij niet. Een ja is geen ja en een nee geen nee. Ben je zelf open en eerlijk, dan nemen ze dit niet in dank af. Toen de hoofdverpleegkundige me vroeg wat ik van haar afdeling vond, gaf ik eerlijk antwoord. Ik vertelde wat er volgens mij goed functioneerde en gaf enkele verbeterpunten aan. Dat had ik beter niet gedaan: ze ging in de clinch met me. Ik was duidelijk te ver gegaan.

Geheimen

Wat me het meest bijbleef? Dat iedereen positief en hoopvol was, ondanks de weinige middelen. En de dankbaarheid van de kinderen. Hoe ze ’s morgens in mijn armen vlogen als ik aankwam, of stilletjes dichterbij schuifelden en 'per ongeluk' op mijn schoot belandden. Of mij een heleboel geheimen toevertrouwden die ik jammer genoeg niet kon verstaan…”

 

E-mail: astrid@herbosch.be

 

Barbara Peirs

 

  • Wil jij ook getuigen over je ervaring in het buitenland? Mail naar de redactie.

  • Lees meer getuigenissen over wonen en werken in het buitenland.

Gepubliceerd in maart 2015