U bent hier

Dit is een artikel uit het MagEzine-archief.

Het beroep van: chef-kok Lies

Het beroep van: chef-kok Lies
  • Leeftijd: 32
  • Diploma’s: gastronomische keuken, specialisatiejaar chocoladepatissier
  • Ervaring: 9 jaar

Hoe ben je in dit beroep terecht gekomen?
Lies: “In het middelbaar onderwijs koos ik ervoor om naar de hotelschool te gaan. Dat was niet bepaald mijn jeugddroom, maar een vriendin van me ging er naartoe en het leek me wel leuk. Na mijn studies deed ik heel wat ervaring op als souschef en kelner in een taverne. Toen die sloot, moest ik op zoek naar ander werk. Dat vond ik als chocoladepatissier in een bakkerij. Ik kwam heel goed overeen met de baas, maar op een bepaald moment kreeg ik een betere aanbieding bij Sodexho: ik kon er als chef-kok in een grootkeuken beginnen. Net toen ik het bij Sodexho -na drie jaar- zo’n beetje had gezien, belde mijn vroegere baas me op met het nieuws dat hij een tearoom opende naast de bakkerij: hij wilde mij als chef-kok! Die aanbieding kwam als een geschenk uit de hemel en heb ik met beide handen gegrepen.”

Wat houdt je werk concreet in?
Lies: “Ik kook en zorg ervoor dat alles vlot loopt in de keuken. Mijn collega, aanvankelijk enkel aangenomen om de afwas te doen, heb ik opgeleid tot keukenhulp. Toen ze bij ons begon, kon ze niets. Ik heb haar eerst geleerd om slaatjes te maken, en intussen draait ze bijna volledig zelfstandig mee als keukenhulp. Dat is handig, want ik kan niet voortdurend in de keuken staan. Bijvoorbeeld wanneer mijn collega die de zaal bedient afwezig is en ik die taak moet overnemen. Maar ook dan kijk ik altijd eerst de borden na voor ze de keuken verlaten. Verder geef ik de keukenbestellingen door aan de leveranciers en stel ik het suggestiemenu samen. Ten slotte verwacht mijn baas -die nog steeds in de bakkerij werkt en niet altijd in de tearoom aanwezig is- dat ik een oogje in het zeil hou.”

Wat is het fijnste aspect van je job?
Lies: “Het liefst van al sta ik achter de kookpotten, en stel ik nieuwe gerechten samen -altijd in samenspraak met de baas! Ik vond het ook heel leuk om mijn collega op te leiden tot keukenhulp. Het is fijn om te zien hoe zij geëvolueerd is en het doet deugd om te weten dat ik daartoe heb bijgedragen. Verder heb ik het geluk dat ik goede werkuren heb: enkel overdag en tijdens de week. Dat is in de horeca meestal niet het geval. Daar heb je vaak onderbroken shiften en avond- en weekendwerk.”

Wat zijn de mindere kanten?
Lies: “Het werk is fysiek zwaar: ik sta een hele dag recht, en loop voortdurend rond. Dat is belastend voor het lichaam. Het lijkt mij in elk geval zwaarder dan een bureaujob. Zeker omdat je soms lange dagen moet kloppen.”

Wat maakt iemand tot een goede chef-kok?
Lies: “In de eerste plaats moet je natuurlijk goed kunnen koken. En daarnaast moet je stressbestendig zijn. Er zijn momenten dat je ineens heel veel tafels tegelijk moet bedienen, bijvoorbeeld op het middaguur. Dan moet je rustig blijven en goed doorwerken, zodat alle gasten hun eten op hetzelfde moment krijgen. Verder is het belangrijk om creatief te zijn, bijvoorbeeld door extra aandacht te besteden aan de afwerking van je borden. Zelf zorg ik ervoor dat ik ze mooi dresseer, door er een eetbaar bloemetje of een toefje peterselie op te leggen. Daarnaast zet ik af en toe eens iets speciaals op het suggestiemenu, zoals een aspergegerecht tijdens het aspergeseizoen.”

Heb je tips voor wie aan de slag wil als chef-kok?
Lies: “Je moet heel graag koken en het echt met volle goesting doen. Het is een zwaar beroep, dus als je niet 100 procent overtuigd bent, hou je het niet vol. En slechte werkuren horen er vaak bij, daar moet je mee omkunnen.”

 

Evelyne Claes

Gepubliceerd in maart 2015