U bent hier

Dit is een artikel uit het MagEzine-archief.

De job van toneelleerkracht Griet

De job van toneelleerkracht Griet
  • Leeftijd: 31
  • Diploma’s: meester in dramatische kunst (afstudeerrichting toneel) en aggregaat
  • Ervaring als toneelleerkracht: 11 jaar

Hoe ben je in dit beroep terechtgekomen?
Griet: “Tijdens mijn studies aan de toneelschool Studio Herman Teirlinck besliste ik om meteen aansluitend mijn aggregaatsdiploma te behalen. Zo kon ik na mijn studies opdrachten voor tv of theater, combineren met lesgeven, en was ik zeker van een vast inkomen. Om het aggregaat te kunnen behalen, liep ik stage in de muziekacademie van mijn gemeente. Na mijn stage werd ik vast aangenomen, en vandaag werk ik er nog steeds. In het begin, elf jaar geleden, zaten er nauwelijks leerlingen in de richting Woordkunst. Vandaag is hun aantal sterk toegenomen. Achteraf bekeken heb ik die richting in de academie zowat uit de grond gestampt. Daar ben ik best trots op.”

Wat houdt je werk concreet in?
Griet: “Ik geef les aan jongeren van 8 tot 18 jaar. De kleinsten krijgen ‘algemene verbale vorming’. Dat zijn groepslessen waarin ze al spelend leren hoe ze iets over zichzelf kunnen vertellen voor een publiek. Aan de 12 tot 14-jarigen geef ik vakken als ‘drama en voordracht’ en ‘voordracht en toneel’. In die lessen komen improvisatie, non-verbale communicatie, mooi taalgebruik en een juiste houding aan bod. Als ze 15 zijn, kiezen ze voor toneel -rollen spelen- of voordracht -het brengen van teksten- en krijgen ze repertoirestudie. Dan gaan we samen naar het theater, en bespreken wat we te zien kregen. De tijd dat Woordkunst in het deeltijds kunstonderwijs stond voor strenge, saaie dictielessen ligt dus ver achter ons. Vandaag ligt de nadruk op zelfontwikkeling, spel en plezier!”

Wat is het fijnste aspect van je job?
Griet: “Dat het geen bureaujob is, en dat ik voortdurend in contact kom met heel verschillende mensen. Elke leeftijd vraagt een andere manier van werken, waardoor mijn creativiteit voortdurend wordt aangesproken. Met sommige leerlingen krijg ik na een aantal jaar ook een echte band. Ik merk dat ze mij soms meer durven vertellen dan hun ouders, en dat ik werkelijk een positieve impact heb op hun ontwikkeling en hun leven. Dat maakt de job voor mij extra boeiend.”

Wat zijn de mindere kanten?
Griet: “Het vele avondwerk. De meeste lessen in het kunstonderwijs vinden ’s avonds plaats, en dat is soms moeilijk te combineren met een gezin. Vooral omdat mijn partner in de horeca werkt, en dus ook vaak ’s avonds werkt. Daarnaast vind ik de lesvoorbereidingen soms echt energievretend. Vooral in het begin, toen ik nog geen lesmateriaal bijeen had gesprokkeld om op terug te vallen in tijden van nood.”

Wat maakt iemand tot een goede leerkracht in het kunstonderwijs?
Griet: “Volgens mij ben je goed bezig als je jezelf en je manier van lesgeven regelmatig in vraag durft te stellen. Zo kan je je capaciteiten als leerkracht verder blijven ontwikkelen, ook al sta je al 11 jaar -of langer- voor de klas.”

Heb je tips voor wie aan de slag wil als leerkracht in het kunstonderwijs?
Griet: “Hou de oefeningen die je tijdens je eigen opleiding krijgt -en leuk vond- bij. Zo kan je ze later in je eigen lessen gebruiken. Creatieve lessen voorbereiden is vaak tof, maar ook vermoeiend. Er bestaan bovendien geen handboeken waarop je kan terugvallen als het even te druk is. En ten slotte: beschouw elke moeilijke leerling als een uitdaging voor jezelf, en niet als een lastpost. Die houding is niet de gemakkelijkste, maar wel de meest leerrijke.”

 

Ingrid Van Wanzeele

Gepubliceerd in maart 2013