U bent hier

Dit is een artikel uit het MagEzine-archief.

Glimlach – de camera ziet jou

Een Brit wordt gemiddeld 300 keer per dag gefilmd, klonk het onlangs in de pers. Zo'n vaart loopt het in België nog niet, maar ook hier zie je meer en meer camera's opduiken. Mogelijk zelfs bij jou op het werk. En misschien voel je je daar niet lekker bij. Maar het mag wel degelijk. Tenminste, als een aantal strikte voorwaarden is gerespecteerd.

Na de zomervakantie brak bij een metaalbedrijf in Waregem een staking uit, die een week duurde. De 140 arbeiders (de bedienden volgden hun voorbeeld niet) pikten het niet dat bij hun terugkeer uit vakantie 31 camera’s waren opgesteld –ruim één per vijf arbeiders.

De dingen zaten in een zwarte bol, zodat niet te zien was in welke richting ze filmden, en ze bleken zeer sterk te kunnen inzoomen. De arbeiders hadden het onbehaaglijke gevoel dat ze constant gecontroleerd werden.

Het duurde een maand vooraleer het conflict was bijgelegd. De camera’s bleven, maar over de manier waarop ze zouden worden gebruikt waren nieuwe afspraken gemaakt.

Wat mag en wat niet?

De regelgeving houdt rekening met de wet op de privacy, en zit vervat in een nationale overeenkomst tussen de werkgevers en de vakbonden, nl. CAO nr 68 van 16 juni 1998.

Camerabewaking mag nooit overmatig zijn en mag enkel dienen voor:

  • veiligheid en gezondheid,
  • voorkomen van diefstal,
  • controle van het productieproces,
  • controle van de arbeider.

"Controle van het productieproces" kan slaan op de machines, maar ook op de werknemers zelf. In dit laatste geval mag het doel enkel zijn: de werkorganisatie te bestuderen en te verbeteren. Dit soort bewaking moet tijdelijk zijn. Ook wanneer de "controle van de arbeider" het doel is, moet de camerabewaking beperkt zijn in tijd.
De persoonlijke levenssfeer van de werknemer mag niet in het gedrang komen. Waar dit risico bestaat, moet de camerabewaking tot een minimum worden herleid. Geen wakend oog tot in de wc dus…

Informatie vooraf

De toestemming van het personeel is niet nodig, er is enkel sprake van informatie en consultatie. De procedure is wel strikt. Ze komt er vooral op neer dat de werkgever vooraf uitgebreide informatie dient te geven, op zijn minst over:

  • het doel,
  • of de beelden bewaard zullen blijven of niet,
  • het aantal camera’s en hun plaatsing,
  • de "werktijden" van de camera’s.

De werkgever moet dit allemaal melden aan de ondernemingsraad, of, als er geen is, aan het comité voor preventie en bescherming op het werk. Als er ook geen comité is, moet de vakbondsafgevaardigde worden ingelicht, of, als er geen is, de werknemers zelf.

Bewijsmateriaal voor ontslag?

Kan je ontslagen worden indien de camera je betrapt op een grove fout? Over die kwestie zijn al processen gevoerd.

In 2002 oordeelde de arbeidsrechtbank van Charleroi dat de beelden die de werkgever als bewijs gebruikte, onaanvaardbaar waren omdat ze niet op een wettige manier waren gedraaid. In 2004 besloot het hof van cassatie, de hoogste rechtbank in dit land, dat videobeelden geen bewijsmateriaal vormen indien de werkgever zijn personeel niet op de juiste manier en vooraf had ingelicht over de camerabewaking.

De camerabewaking mag niet geheim zijn. Eén uitzondering: wanneer er aanwijzingen bestaan dat er misdrijven worden gepleegd. De werkgever moet wel eerst de toestemming bekomen van het gerecht vooraleer hij de geheime camera(‘s) plaatst. Zo had een winkelier in Antwerpen ongemerkt een camera geplaatst omdat er geld uit de kassa verdween. De stelende werknemer werd gefilmd, en op staande voet ontslagen. Het afgedankte personeelslid vocht het ontslag aan, en de rechtbank verklaarde de beelden ongeldig omdat de winkelier niet vooraf de toestemming van het gerecht had gevraagd.

 

Hendrik Mertens

Gepubliceerd in