U bent hier

Dit is een artikel uit het MagEzine-archief.

Wonen en werken in Japan

"De eerste les die ik in Japan leerde, was in welke volgorde je in een lift moet stappen. Als jonge buitenlander vond ik het respectvol om te wachten tot ik de laatste was. Grote blunder. Als man had ik voorrang op de vrouw, dus die vrouwen bleven op hun beurt wachten tot ik de lift wou instappen", aldus Stefaan (46), Vlaming in Japan.

Ik werkte vier jaar voor een Japanse dochteronderneming in Brussel toen ik de mogelijkheid kreeg om in het hoofdkantoor in Tokyo te gaan werken. Tokyo was niet meteen mijn droom, maar in het buitenland wonen en werken wel. Een bijkomende motivatie was gebaseerd op frustratie: namelijk het feit dat Japanners hun taal te pas en te onpas gebruiken als een geheim wapen. Als ze met een delegatie naar België kwamen, dan spraken ze alleen maar Japans. Verschrikkelijk vond ik dat! Ik voelde me niet alleen dom, maar ook nog eens het vijfde wiel aan de wagen, en dat in m'n eigen auto. Op dat moment heb ik me voorgenomen om dat geheime wapen onschadelijk te maken. Ik moest en zou Japans spreken. De eerste zes maanden van mijn verblijf heb ik acht uur per dag van drie verschillende leraren privéles gekregen.

Nieuwe vullingen

In het Tokyo-hoofdkantoor werken 7.000 Japanners, een Amerikaan, een Australiër, een paar Chinezen en een Belg. Eigenlijk is kantoor een slechte benaming. Het is een kleine stad. Er zijn verschillende winkels en restaurants, een bank- en postkantoor, een kliniek, zes tandartsen, een haarkapper en een opticien. Ben ik toe aan nieuwe vullingen of wil ik een frisse snit, dan kan ik dat rustig tijdens de werkuren laten doen. De volgende keer dat je alarmerende berichten hoort over de gigantische overurenberg in Japan, neem je dat dus best met een korrel zout.

Er wordt in Japan enorm veel aan kennisoverdracht gedaan. Jonge werknemers krijgen op vlak van training heel wat mogelijkheden. Bedrijven kijken ook op geen Yen om hun mensen in de juiste vorm te kneden. Daardoor krijg je een heel beschermd gevoel. Er is wel een voorwaarde: je moet je heel erg plooien naar hun idee en je zo flexibel mogelijk opstellen. Als je denkt: ze moeten me maar nemen zoals ik ben, dan geraak je nergens. Als je erop staat anders te zijn, word je ook anders behandeld. Op termijn is dat ondraaglijk. Vandaar het grote verloop van buitenlanders in Japan. Mij heeft het zes maanden gekost voor m'n collega's me aanvaardden en vertrouwden. Maar, van zodra dat een feit is, werk je in een heel harmonieuze omgeving. Zelfs al bega je een grove fout, dan nog word je niet uitgekafferd. Problemen worden besproken en gezamenlijk opgelost.

Bebloede hand

Wat niet zo aangenaam is: je krijgt hier als mens redelijk snel een stempel, al naargelang je origine, familie, opleiding, verleden, school en vooral het bedrijf waarvoor je werkt. Een Japanner zal bij een kennismaking eerst zijn werkgever vermelden en dan pas z'n eigen familienaam. Mijn businesskaartje geniet een veel hoger aanzien dan mijn Japanse identiteitskaart. Zo had ik eens een ongeval op straat. Mijn snijwonden waren zo ernstig dat er een ziekenwagen bijgehaald werd. Toch mocht ik pas met de ziekenwagen mee nadat ik met bebloede hand m'n businesskaartje had bovengehaald.

En helaas is vakantie in Japan een vies woord. Officieel heb ik 20 dagen, maar dat is slechts zo op papier. Toen ik na een week zomervakantie ( = dat is het maximum dat je in een keer kan opnemen) zonder schroom aankondigde dat ik er in september drie dagen op uit wou trekken, werd er meteen een spoedvergadering belegd. Ik kreeg te horen dat je in Japan niet wordt verondersteld je totale aantal vakantiedagen zomaar op te nemen, want die moet je sparen voor als je ziek wordt."

 

Elke Duprez

 

E-mail Stefaan: S.Billiet@mitsui.com