U bent hier

Dit is een artikel uit het MagEzine-archief.

De mening van Martin: babyboomers

De laatste negen dagen van september brachten we bij wijze van late zomervakantie (of vroeg herfstverlof) door in de Provence. Daar ligt, in de nabije omgeving van een majestueus mooi turkooiskleurig meer, het kleine maar buitengewoon charmante dorpje S. waar we al een jaar of zeventien komen. We verblijven er niet altijd even lang, maar bij voorkeur vertoeven we er minstens een week. Zelfs tijdens het hoogseizoen ademt de streek de rust, ontspanning en het soort heerlijke loomheid uit waarnaar we om de zoveel tijd verlangen. Noem het gerust onze tweede thuis.

Doorgaans zijn we er in de zogeheten drukkere periode, die loopt van begin juni tot eind augustus. Deze keer was het, door een omstandigheid die we niet zelf in de hand hadden en die diep ingreep in ons leven, aan het einde van het toeristische seizoen. De anders zo drukbezette campings in de buurt waren nu nagenoeg verlaten. De gezellige levendigheid op de terrasjes was gereduceerd tot een minimum. De bankjes rond het meer bleven, op een enkele uitzondering na, leeg en sommige restaurants openden hun deuren enkel in het weekend. Die sereniteit beviel ons uitstekend. Het uiteindelijk het doel van onze vakantie was immers: even weg uit de dagelijkse mallemolen in de hoop dat een aantal bekommernissen netjes op z'n plaats zou vallen.

Het werden dan ook negen dagen waarop onze activiteitsgraad amper boven nul uitkwam. Een tempo dat overigens zeer heilzaam werkt voor de gemoedsrust. Maar voor de wakkere waarnemer in mij bleek deze periode best leerzaam. Tijdens een tussenstop in het historische wijnstadje Beaune hadden mijn vrouw en ik al gemerkt dat er heel wat zwerfwagens op de parkeerplaatsen stonden en dat er vooral ‘oudere’ vakantiegangers op de sfeervolle terrassen zaten. We hoorden veel Nederlands met een Hollandse en Vlaamse tongval, Duits, Deens en hier en daar wat Engels. De mensen die die talen spraken, schatte ik boven de vijftig jaar jong. Een vaststelling die ruimschoots werd bevestigd toen we de volgende dag door een zonnig S. wandelden en vaststelden dat we amper dertigers tegenkwamen, laat staan twintigers.

Zelf zijn we de kaap van de vijftig ook al even gepasseerd. Dat heeft wel wat nadelen, maar op dit moment ondervinden we vooral de voordelen die aan die leeftijd vastzitten. Geen kinderen meer in huis, vakantie buiten de piekperiodes, huis bijna afbetaald, geen slecht inkomen. En op professioneel vlak de nodige ervaring en maturiteit om op terug te vallen. We laten ons niet meer gek maken door pietepeuterigheden. We hebben het allemaal al eens gezien –en vaak zelfs meerdere keren. En we weten dat wie zichzelf voorbij raast daar vroeg of laat de rekening voor gepresenteerd krijgt. Maar, en dat is iets wat een nog immer veel te groot deel van de werkgevers uit het oog verliest, we hebben nog wel de ambitie om de dingen die we doen goed te doen.

Over de mogelijkheid van leven op andere planeten schijnen de meningen redelijk te verschillen, over de voortschrijdende vergrijzing is zowat iedereen het eens. West-Europa veroudert aanzienlijk sneller dan eender welk ander continent en dat zorgt voor een uitgebreide waslijst sociale problemen, zorgen en noden. Ook op de arbeidsmarkt. Daarom trof het mij de voorbije dagen te zien dat oudere toeristen wel voor vol worden beschouwd door de toeristische industrie en niet door nagenoeg eender welke andere industrie. Dat is een tegenstrijdigheid die diezelfde werkgevers vroeg of laat lelijk kan opbreken. Hoog tijd dus om in te zien dat grijs niet per definitie saai is, maar een ruime waaier aan mogelijkheden biedt. Onze vakantie in de Provence heeft alvast uitgewezen dat het ‘toerisme’ het wél begrijpt.

 

Martin Overheul

Gepubliceerd in