U bent hier

Werken na kanker

Werken na kanker

Je krijgt kanker. Maandenlang ben je out. Chemo, operatie, bestralingen… Je levert een verbeten en moedige strijd. En dan is het zover: je mag opnieuw aan de slag. Eindelijk terug de draad van je leven oppakken, weer onder de mensen komen en je nuttig voelen. Of niet? Josee: “Ik voelde me de eerste dagen op het werk een beetje een alien.”

Elke Roex (38) is Brussels parlementslid. Josee Janssens (64) diensthoofd Corporate Projectbeheer bij VDAB. Twee verschillende vrouwen. Twee sterke karakters. Wat hen bindt? Ze herstelden allebei van borstkanker. Bij Elke werd de diagnose 6 jaar geleden gesteld. Bij Josee vorig jaar. Ze vertellen welke invloed dit had op hun werk en leven.

Zot volhouden

“Horen dat je borstkanker hebt is niet onmiddellijk wat je verwacht als je 31 jaar bent”, vertelt Elke. “Ik was op dat moment net een heleboel nieuwe dingen aan het ontdekken in m’n leven en job. Maar ik heb geluk gehad: ik doorstond de chemo en borstamputatie wonderlijk wel en ben blijven werken. Dat lukte omdat ik sowieso geen nine-to-five job heb, mijn eigen agenda kon regelen, en omdat ik ‘nee’ leerde zeggen. Hierdoor was ik soms, op een vergadering na, een hele dag thuis. Door bezig te zijn, voelde ik me nuttig en nodig. Het was zwaar, maar zo hield ik contact met het ‘gewone’ leven. Let wel, mijn kanker had prioriteit. Ik heb nooit een medische afspraak uitgesteld omdat ze niet paste in mijn professionele agenda. Die switch heb ik snel gemaakt.”

Na haar borstreconstructie en de preventieve amputatie van haar tweede borst, nam Elke wel zes weken vakantie. “Toen pas heb ik beseft dat ik een zeer zwaar jaar achter de rug had. Chemo, operatie, bestralingen, een politiek mandaat…, het is eigenlijk zot om dat vol te houden. Toch denk ik niet dat het vechten was tegen de realiteit, tegen het feit dat Elke Roex erg ziek kon worden. Ik ben gewoon iemand die niet lang kan stilzitten en het gaf me moed. Ik besef dat niet iedereen dat geluk heeft…”

Behoorlijk bevreemdend

Josee was zo iemand. Blijven werken was voor haar geen optie. Ze vertelt: “Midden augustus had ik op verzoek van mijn gynaecologe een mammografie laten doen en een maand nadien een biopsie. Toen ze me belde voor een dringende afspraak, wist ik het wel. Twee dagen na de diagnose ben ik in ziekteverlof gegaan. Ik ben bijna een jaar thuis geweest.”

Sinds begin september is Josee terug deeltijds aan het werk. “Hoe dat voelt? Langs de ene kant goed. Bij het ziekenfonds stond ik een jaar lang geboekstaafd als ‘chronisch zieke’, dus het feit dat ik terug kon gaan werken, gaf me een gevoel van ‘oef, ik ben er geraakt’. Langs de andere kant is het een hele uitdaging. Tijdens mijn ziekteverlof is er een reorganisatie geweest. Dit heeft tot gevolg dat mijn job eigenlijk niet meer bestaat en dat ik voor een nieuwe baas werk. Behoorlijk bevreemdend en niet gemakkelijk.” Maar ook de kleine dingen terug oppikken, was niet evident. “Ik moet over de onnozelste dingen nadenken. Wat was nu weer het paswoord van mijn pc? Hoe heet die collega nu weer die me net groette? En hoe krijg ik nu weer koffie met melk en suiker uit de automaat? Nee, niet simpel…”

Knuffelende collega’s

Als een collega ziek is, dan leeft vaak een heel team mee. Elke: “Omdat ik wou blijven werken heb ik mijn collega’s meteen ingelicht. Ze moesten weten waarom ik soms moe of afwezig zou zijn. Ik vond het ook belangrijk dat ze het van mij hoorden. Ik heb hen uitgelegd wat er aan de hand was en hen gewaarschuwd dat het bij momenten wat minder zou gaan. En samen hebben we er ons doorgeslagen. Wat ik het moeilijkste vond? Collega’s die ervan uitgingen dat je er zelf wel over zou beginnen als je iets kwijt wou. Maar dat is niet zo. Een simpele vraag als ‘Hoe gaat het ermee?’ volstaat. Je kan gewoon ‘goed’ zeggen als er niets te melden is of je er niet op in wil gaan, maar je kan ook even kwijt dat het die dag niet zo goed met je gaat. Ziek zijn maakte deel uit van mijn leven en dus ook van mijn job. Je wil geen medelijden, maar wel begrip.”

Josee: “M’n medewerkers en ex-baas hebben een jaar lang heel erg met me meegeleefd. En de eerste dagen dat ik terug was vlogen zelfs collega’s met wie ik niet of weinig samenwerk me om de hals, ook mannen! Wat me in het bijzonder raakte was een collega die me speciaal tussen een aantal ziekenhuisbezoeken door is komen bezoeken. Bij hem was ook net kanker vastgesteld en hij wou me absoluut zien voor hij aan zijn helletocht begon. Net of je de fakkel doorgeeft. Ik hoop dat hij er volgend jaar ook weer staat.”

Andere kijk

Het cliché wil dat je na een ernstige ziekte anders in het leven staat. Elke: “Volgens mij klopt dit. M’n ziekte heeft me rustiger gemaakt. Ik ben nogal een doordrijver en nu kan ik beter relativeren. Ze heeft me ook doen stilstaan bij de keuzes ik gemaakt heb. En ik kan met een gerust geweten zeggen dat ik nergens spijt van heb. Toch een hele opluchting!”

Ook Josee kan nu beter relativeren. “Als je ernstig ziek bent, besef je pas hoe gelukkig je bent als je gezond bent en geen pijn hebt. Ik ben blij dat ik weer haar heb, dat ik weer met smaak kan eten en drinken, dat ik me niet meer zo vreselijk uitgeput voel. Vroeger nam ik werk mee naar huis. Dat doe ik niet meer. Al dat gehol, die stress… Ik probeer daar nu komaf mee te maken. En ik geniet van kleine dingen: de zon die schijnt, een mooie bloem in de tuin, familie. Dat zijn de dingen die er toe doen!”

 

Elke Duprez

 

(Ex-)patiënten kunnen hun ervaringen anoniem vertellen op www.werkennakanker.be of aan de Vlaamse Kankertelefoon op 078/150.151 (elke werkdag van 9 tot 17u).