U bent hier

Dit is een artikel uit het MagEzine-archief.

Het beroep van: gids Paul

spijker duidt punt aan

  • Leeftijd: 63
  • Diploma’s: licentiaat theologie, aggregaat godsdienstwetenschappen, getuigschrift toeristische gids COOVI-Elishout
  • Ervaring: 6 jaar

Hoe ben je in dit beroep terechtgekomen?
Paul: “Tijdens mijn studies theologie verving ik af en toe een medestudent die reizen naar Lourdes begeleidde. Zo ben ik in het vak gerold. Ook na mijn studies deed ik nog gidswerk -in Lourdes en andere Europese bestemmingen- maar toch lag de focus vanaf dan op ander werk. Zo werkte ik verschillende jaren als verkoper, stockbeheerder, programmeur en software supportmedewerker. Toen ik op mijn 56 -weer eens- ontslagen werd, bleek uit de outplacementgesprekken dat gidsen nog steeds mijn ding was. Toen hakte ik de knoop door: ik mat mezelf het zelfstandigenstatuut aan, solliciteerde links en rechts naar opdrachten en begon aan de gidsenstudie. In die volgorde. Want door mijn nieuwe statuut had ik plots geen financieel vangnet meer, en moest ik meteen voor geld in het laatje zorgen.”

Wat houdt je werk concreet in?
Paul: “Tijdens stadsrondritten en -wandelingen vertel ik toeristen -via de microfoon, of gewoon luid op straat- wat er zoal te zien en te beleven valt in Brussel, Gent, Antwerpen, Brugge, Luik, Namen… Ik neem overal opdrachten aan. Daarnaast verzorg ik rondleidingen in het Atomium, de Coudenbergsite, het Folonmuseum en de Audifabriek. Verder doe ik af en toe ‘transfers’ in opdracht van reisbureaus. Dan haal ik groepen toeristen op aan de luchthaven of het station, en breng hen naar een hotel of andere afspraakplek. Daarbij zorg ik dat alles in orde is: heeft iedereen zijn bagage? Krijgt de klant waarvoor hij betaald heeft? Zijn de terugreisdata- en tijden gekend? Zijn er speciale noden zoals medicatie? Ten slotte studeer en lees ik veel. En ik bezoek regelmatig nog onbekende toeristische sites, en woon vergaderingen bij in het kader van permanente vormingen.”

Wat is het fijnste aspect van je job?
Paul: “Gehoord, gezien en gewaardeerd worden. Als gids voel ik me als een verteller die de juiste ondertitels voorziet bij wat mensen zien en beleven. Mijn klanten optimaal laten genieten, daar is het me om te doen. Het leuke is dat de meeste toeristen van goede wil zijn, en positief ingesteld. Ze willen mooie dingen beleven, en staan open voor wat ik vertel. De contacten zijn altijd kort, en daardoor is elke dag anders. Dat houdt me alert en fris van geest.”

Wat zijn de mindere kanten?
Paul: “Ik moet áltijd het beste van mezelf geven. Als er iets misloopt, kan alleen ik het oplossen. Word ik ziek, of heeft mijn familie me nodig? Dan moet ik zelf voor een vervanger zorgen. Dat brengt stress met zich mee. Als gids werk je ook vooral in het weekend en ’s avonds, dat moet je liggen. En je hebt vrij veel kosten: voor aangepaste kleding, transport, voedsel, drank... Wat ook niet altijd makkelijk is: je moet onder alle weersomstandigheden de baan op. Bedenk maar eens een alternatief als het pijpenstelen regent terwijl een groep toeristen je staat op te wachten voor een stevige stadswandeling!”

Wat maakt iemand tot een goede gids?
Paul: “Een goede gids luistert naar wat de klant wil, maar beperkt het programma tot wat mogelijk én betaalbaar is. Hij is vriendelijk, geduldig en vrolijk, maar ook -op een discrete manier- de baas. Hij is doortastend, en werkt volgens de principes van een winkelier: met goede spullen en goed advies, lok je klanten terug. En vooral: doe niet alsof je alles weet. Krijg je een vraag waarop je het antwoord niet weet? Wees dan eerlijk. Dat wordt geapprecieerd.”

Heb je tips voor wie aan de slag wil als gids?
Paul: “Het getuigschrift ‘toeristische gids’ behalen is een troef, maar de beste leerschool is meelopen met een ervaren gids die je de kneepjes van het vak leert en veel contacten in de gidsenwereld heeft. Help hem waar je kan, zo leer je de stiel al doende. En maak werk van je eigen netwerk: andere gidsen zijn concurrenten, maar je hebt ze ook nodig. Om je te vervangen als je ziek bent bijvoorbeeld, of om een opdracht te aanvaarden die te groot is voor jou alleen. Het principe is: geef en je zult krijgen. Uiteraard is ook een stevige talenkennis een sterke troef. Vooral in het Duits, Spaans en Portugees vindt men vandaag niet genoeg geschoolde gidsen. Beheers je een bepaalde taal niet perfect? Wees dan niet bang om ze te gebruiken. Stuntelen mag, zolang de inhoud klopt. En ten slotte: wil je als gids de kost verdienen, aanvaard dan elke opdracht die je te pakken krijgt. Ook opdrachten die je om een of andere reden minder liggen.”

 

Ingrid Van Wanzeele