U bent hier

Dit is een artikel uit het MagEzine-archief.

Terug naar school

September is voor veel kleuters een sprong in het duister. Voor ‘t eerst gaan ze de grote schoolpoort binnen, zonder ma of pa in de buurt. Gelukkig staan de hummels er niet alleen voor. Een legertje enthousiaste kleuterleidsters staat voor hen klaar. Zo ook Ellen en Katrien. Ellen: “Als juf sta je hoog aangeschreven bij de kleuters. Ze kijken naar je op.”

Ellen (21) is pas afgestudeerd en staat dit schooljaar voor het eerst voor de klas. Spannend! En Katrien (28) begeleidt al zeven jaar anderstalige kleuters met een matig tot zwaar mentale handicap. Waarom kozen ze voor een job in het kleuteronderwijs? Waar halen ze het meeste voldoening uit? En wat zijn de mindere kanten van het beroep? Ze getuigen.

Iets met kindjes

Ellen: “Voor mij was het een logische keuze om voor het kleuteronderwijs te kiezen. Zowel mijn tante als mijn moeder zijn kleuteronderwijzeres. Toen ik nog in het middelbaar zat, hielp ik hen altijd mee als we een dagje vrij hadden. Ook op schooluitstapjes was ik steeds van de partij. Ik ben dus als het ware opgegroeid in de kleuterklas.”

Ook Katrien wist al vroeg dat ze graag met kinderen wilde werken. Katrien: “Na het middelbaar waren er twee dingen die me aantrokken: ‘iets met kindjes’ of ‘iets kunstig’. Onder invloed van mijn ouders koos ik voor het kleuteronderwijs, want “daarin vind je sneller werk dan in de kunstwereld”. Toen ik me na mijn studies niet echt voldaan voelde -en twijfelde of kleuterleidster wel de job van mijn leven was- deed ik een stage in het bijzonder onderwijs. Pas daar kon ik me helemaal geven! Dus volgde ik een voortgezette opleiding voor het bijzonder onderwijs, aangevuld met een stage in SPES Bubao, de school waar ik nu werk.”

Experimenteren

Katrien vervolgt: “Ik heb nog geen seconde spijt van mijn keuze. De grootste voldoening haal ik uit de glimlach van de kinderen als ze me zien, of wanneer de ouders me vertellen hoe graag hun ukje naar school komt. Mijn grootste zorg is dat de kindjes zich goed voelen, en vertrouwen krijgen in de wereld rondom zich. Ik laat hen zoveel mogelijk experimenteren zodat ze zelfredzaam worden. Als zo’n kind dan plots zijn eigen jas aan de kapstok hangt, alleen zijn handen wast of zindelijk wordt, geeft dat een enorme voldoening. Voor kinderen uit het bijzonder onderwijs zijn die zaken soms erg moeilijk. Ook de eerste Nederlandse woordjes zijn een feest! Die vreugde wordt gedeeld met ouders en collega’s, en dat maakt dat ik m’n job zo graag doe.”

Hoewel Ellen nog aan het begin van haar carrière staat, weet ook zij al waarom dit beroep haar op het lijf geschreven is. Ellen: “Tijdens mijn stages merkte ik dat je als juf hoog aangeschreven staat bij de kleuters. Ze kijken naar je op. Die waardering, én de liefde die je krijgt van de kinderen, is enorm. Ik vind het ook heel leuk om de evolutie die de kinderen doormaken te zien. Als kleuterjuf leg je echt de bouwstenen van hun toekomst.”

Cliché

Ellen: “Natuurlijk zijn er ook mindere kanten aan de job. Zo vind ik het echt jammer dat het werk van kleuterleidsters vaak onderschat wordt door buitenstaanders. Als ik sommige mensen hoor praten, gaan mijn haren rechtstaan. “Schoon leven, zoveel vakantie” of “Hoe moeilijk kan het zijn? Een beetje babysitten.”. Ze zien niet dat je als kleuterleidster ook werkt buiten de schooluren: klas opruimen, thema's uitwerken, knutselwerkjes uittesten en die van de kinderen afwerken.”

Dat kan Katrien beamen. “Als kleuterleidster moet je inderdaad vaak opboksen tegen clichés. Wij zouden veel verlof hebben, weinig uren presteren, eigenlijk alleen maar een beetje spelen. Er zijn weinig momenten waarop je als leerkracht geprezen wordt voor het werk dat je thuis doet: voorbereidingen maken, materialen zoeken, verslagen maken… Maar daar leer je mee omgaan.”
 

Heb jij interesse om in het kleuteronderwijs te stappen? Dan maak je een goede keuze. Kleuteronderwijzer(es) staat nog steeds op de lijst van de knelpuntberoepen. Na je studies heb je dus een zeer grote kans om snel aan de slag te gaan!

 

Ingrid Van Wanzeele

Gepubliceerd in september 2011