U bent hier

Dit is een artikel uit het MagEzine-archief.

Jonge vaders beter beschermd

Pas papa of meeouder geworden? Sinds kort ben je tijdens je verlof beter beschermd tegen ontslag dan vroeger. Alleen in uitzonderlijke omstandigheden kan je baas je de laan uitsturen.

In het stelsel van de arbeiders en de bedienden heeft niet alleen de pas bevallen moeder recht op verlof. Haar partner mag 10 dagen verlof opnemen in de vier maanden na de geboorte. Vroeger heette dit vaderschapsverlof, sinds kort spreken we van geboorteverlof omdat nu ook vrouwen ervoor in aanmerking komen, met name de lesbische partner van de jonge moeder.

Over het geboorteverlof zijn in juli 2011 twee nieuwe wetten verschenen in het Staatsblad. We vertellen in een notendop wat je daarover moet weten.

  • Ontslagbescherming bij geboorteverlof: als werknemer die recht heeft op geboorteverlof (10 dagen, op te nemen in de vier maanden volgend op de geboorte), geniet je voortaan van een ontslagbescherming. De bescherming gaat in op het moment waarop je aan je werkgever schriftelijk meedeelt dat je het geboorteverlof wil opnemen en ze duurt drie maanden.
    Als de werkgever jou ontslaat, zal hij bovenop de normale verbrekingsvergoeding een forfaitaire vergoeding moeten betalen gelijk aan drie maanden brutoloon.
  • Bij overlijden of hospitalisatie van de mama: de tweede wet gaat over een speciale situatie. Het kan gebeuren dat een jonge moeder na de bevalling overlijdt of in het ziekenhuis moet blijven. Dan mag de vader (of de meeouder) extra verlofdagen opnemen om voor de baby te zorgen. In feite wordt het moederschapsverlof op hem overgedragen, en geniet hij van de ontslagbescherming die daarbij hoort. De gehospitaliseerde moeder blijft wel haar eigen ontslagbescherming behouden.
    Deze wet bestond al. Nieuw is dat de vader of de meeouder die zich op dit recht beroept, bij onrechtmatig ontslag een vergoeding krijgt van zes maanden brutoloon; vroeger was dit drie maanden. De ontslagbescherming loopt tot één maand na de laatste dag van het “omgezette” moederschapsverlof.

Niet absoluut

Voor alle duidelijkheid: de ontslagbescherming in deze beide wetten is niet absoluut. Er blijven situaties mogelijk waarin de werkgever de betrokken werknemer mag afdanken zonder dat hij bovenop de verbrekingsvergoeding een forfaitaire vergoeding van drie, respectievelijk zes maanden brutoloon moet betalen.

Concreet: de wetgeving op de dringende reden (“ontslag op staande voet”) blijft gelden, en ook een zware fout van de werknemer of economische redenen kunnen het ontslag rechtvaardigen. Als het zover komt, zal de werkgever aan de rechtbank wel moeten bewijzen dat het ontslag rechtmatig was en niets te maken heeft met het feit dat de werknemer gebruik had gemaakt van zijn recht om verlof op te nemen.

 

Hendrik Mertens

Gepubliceerd in september 2011