U bent hier

Wijzigingen BTW-wetgeving: wijziging in de vrijstelling voor onderwijs volgens artikel 44 van het Wetboek BTW

  • De partner moet een niet-commerciële instelling zijn. De kwalificatie als niet-commerciële instelling kan meestal afgeleid worden van het juridische statuut (vereniging zonder winst).
  • De prestaties moeten volgens de BTW-administratie gekwalificeerd zijn als onderwijsprestaties. De nieuwe wetgeving verandert niets aan de bepaling van wat een onderwijsprestatie (opleiding) is.

De partner moet zelf de nodige kennis en informatie verwerven om met zekerheid vast te stellen of de vrijstelling van BTW voor onderwijs (opleiding) nog van toepassing is. Dit kan gebeuren via contacten met de BTW-administratie, de BTW-rulingcommissie of bij BTW-experten/consultants.

Ook voor Taalonderwijs worden de commerciële instellingen onderworpen aan BTW. Hier wordt evenwel voorzien in een overgangsperiode, waardoor de BTW-vrijstelling verder kan worden toegepast door de commerciële instellingen voor de opleidingen verstrekt tot 1 september 2014.

De VDAB-medewerkers kunnen zelf geen uitspraak doen over het al dan niet onderworpen zijn aan BTW van prestaties door derden. De VDAB zal wel bij het gunnen van opdrachten aan elke partner informatie vragen over het aanrekenen van BTW. De partner is verantwoordelijk voor de correctheid van de informatie, de VDAB kan niet aansprakelijk gesteld worden betaling van achterstallige BTW of BTW-correcties, wanneer de partner in eerste instantie geen melding had gemaakt van de BTW-plicht of geen BTW had gefactureerd.