U bent hier

Begeleiding tussen startdatum WEO en start art60§7 tewerkstelling

A. TWE en getenderde dossiers

Eenmaal je de opleiding voor MLP hebt genoten en je wil ook registratiematig aan de slag gaan met het dossier van de cliënten, kan het soms zijn dat de registratie verhinderd wordt. De oorzaak ligt aan het feit dat een VDAB-bemiddelaar in het verleden een inschatting heeft gemaakt dat een betrokkene klant/werkzoekende met een dienstverlening van een andere partner beter zou geholpen zijn in haar of zijn begeleiding naar werk. Vanuit deze inschatting kunnen cliënten/werkzoekenden doorverwezen worden naar verschillende bestaande tendertrajecten of andere projecten i.s.m. met VDAB:

  • TIBB (Tender-Intensieve Begeleiding en Bemiddeling)
  • TIW (Tender-Intensief Werkplekleren)
  • WIJ (Werk-Inlevingstraject Jongeren, voor -25 jarigen)
  • TIBB Anderstaligen

Deze tenderpartner is op dit moment - voor bepaalde mate - eigenaar van het dossier. Je zal merken dat volgende registraties wel mogelijk zijn:

  • Adreswijzigingen
  • Wijzigen werksituatie
  • Het dossier op je naam plaatsen via de flap dienstverlening  en de dienstverlening wijzigen naar persoonlijke dienstverlening
  • Aanvullen van studiegegevens en attesten
  • Aanvullen van gewenste jobs en scoren van competenties

Het aanmaken van de belangrijke TWE-lijn, in de flap ‘begeleiding’, bij ‘stappen naar werk' is helaas niet mogelijk.
Daarvoor voorzien we volgende richtlijnen: als je merkt dat het dossier van de klant in handen zit van een partner (rode balk), dan neem je best contact op met deze persoon van deze organisatie.
Deze gegevens kan je vinden in het flapje ‘extra’ (zie printscreen).

Opgelet: doe dit voor je het dossier op je naam plaatst (zie hierboven). Vanaf deze aanpassing veranderen de gegevens in deze ‘extra flap’ onmiddellijk in jouw eigen coördinaten en zijn de gegevens van de partner niet meer zichtbaar.

Als het een getenderd dossier is, kan je geen TWE-overeenkomst registreren (WEO). Dit wordt IT-technisch geblokkeerd. Indien deze situatie zich voordoet, volg je de stappen beschreven op www.vdab.be/tijdelijkewerkervaring/registreren of verwijzen we graag naar hoofdstuk 6 van dit draaiboek, waar registratie binnen TWE uitvoerig wordt besproken.

In deze tussenperiode (max. 2 maanden) kan men bij nood aan oriëntering van betrokken cliënten/werkzoekenden een beroep doen op een BVS of BeroepsVerkennende Stage.

Dit instrument kan helpen wanneer betrokken personen niet zeker zijn in hun jobdoelwit.

Het jobdoelwit kan door middel van dit instrument bijgestuurd of verduidelijkt worden of zelfs helemaal wijzigen. Men komt eveneens tot een overzicht van nog te verwerven competenties. Dit kan interessant zijn bij de zoektocht van de toekomstige art. 60§7 tewerkstelling.

Hieronder wordt dit instrument uitvoerig besproken.

 

B. De BeroepsVerkennende stage (BVS) voor OCMW-bemiddelaars

VDAB en partners kunnen in het kader van de bemiddeling en/of begeleiding naar werk een beroepsverkennende stage organiseren. Deze gaat rechtstreeks door op de werkvloer van een werkgever. Het blijft oriënterend, van zodra je wil gaan opleiden ga je over naar werkplekleren of opleiding.

Wat voor stage is het?

Je klant mag vanaf dag één taken uitproberen op de werkvloer om te zien of het jobdoelwit gepast is. Indien het jobdoelwit gepast is, brengen we in kaart wat de reeds aanwezige competenties van de klant zijn ten opzichte van de vereisten van dat beroep en welke competenties al dan niet nog moeten ontwikkeld of bijgewerkt worden. In de beroepsverkennende stage ga je NOOIT competenties bijwerken. Je brengt enkel in kaart wat je klant kan en nog niet kan.

Fase 1: Beroepsverkenning
De klant heeft geen duidelijk of realistisch jobdoelwit, maar beschikt wel over arbeidsmarktgerichte perspectieven. In maximaal vijf kalenderdagen gaan we de klant laten proeven van alle taken die bij het jobdoelwit horen. Welke taken uitgevoerd worden, waarom en hoe we evalueren wordt vastgelegd in het stageplan. Op basis van deze beroepsverkenning kan de klant zelf en in overleg met de bemiddelaar oordelen of het jobdoelwit geschikt is voor hem.

Wanneer het jobdoelwit geschikt is, kan:

  • men rechtstreeks naar vacatures gaan
  • men werkplekleren of een opleiding voorstellen
  • indien nodig, overgaan naar een tweede fase van de beroepsverkennende stage.

Bij het aanmaken van het contract BVS plan je onmiddellijk een evaluatiemoment in voor de beroepsverkenning. De samenvatting van dit evaluatiemoment geef je in de ‘begeleiding-stagelijn’ in.
Wanneer het jobdoelwit gekozen is kan, alleen indien nodig, overgegaan worden naar een tweede fase:

Fase 2: Competentiekloof in kaart brengen
De competentiekloof vaststellen tussen de vereisten van het jobdoelwit en het kennen en kunnen van de klant.

Fase 1 + Fase 2 = maximum 30 kalenderdagen!

Waarom doen we dit?

Dit is de tool van de bemiddelaar om in een oriënterende fase de werkzoekende zijn kennen en kunnen te toetsen aan de realiteit van een arbeidscontext.
Op voorhand spreekt de bemiddelaar 'het doel van de beroepsverkennende stage' goed door met de werkzoekende zelf en de werkgever!

Je denkt niet in prestaties van je klant maar in het bereiken van jullie doelstelling.
Het stageplan moet dus op maat van je klant worden samengesteld zodat er op vijf kalenderdagen voldoende mogelijkheid is gecreëerd om te proeven van dat beroep.
Je zorgt er in de beroepsverkenning dus voor dat er van zoveel mogelijk taken is geproefd. Je laat de werkzoekende geen acht uur aan één stuk dezelfde taak uitvoeren. De beroepsverkennende stage mag geen economische meerwaarde leveren voor een werkgever. De beroepsverkennende stagiair moet steeds onder begeleiding de taken uitvoeren.

Wanneer je na dertig kalenderdagen weet wat de werkzoekende effectief kan t.o.v de vereisten van het jobdoelwit, kun je:

  • bemiddelen naar werk
  • competentieversterking voorzien
  • werken aan randvoorwaarden  

Duurtijd

Enkel in TWE mag de klant maar maximum 30 kalenderdagen stage doen voor alle beroepsverkennende stages gecumuleerd!!!

We doen dit gefaseerd:

Fase 1: beroepsverkenning (maximum 5 kalenderdagen te tellen vanaf dag 1 van de start van je stage)

Wanneer je merkt dat de werkzoekende geen duidelijke of realistische beroepskeuze heeft, kan deze beroepsverkenning de toets zijn aan de realiteit van de werkvloer.

  • Kijkstage/observatiestage? (Kort vastleggen in het stageplan dat pure observatie het doel is. Dit wil zeggen dat de stagiair geen enkele taak mag uitvoeren op de werkvloer. Er is geen Dimona nodig wanneer er geen taken uitgevoerd worden.)

  • Kort enkele taken X-aantal uren uitvoeren? (In stageplan gieten: Wat ga je doen? Waarom? Hoe lang? Wie begeleidt?)

    • Beroepsverkenning maximaal vijf kalenderdagen om te proeven van die beroepen

    • De taken die de werkzoekende zal uitvoeren vermeld je in het stageplan. Dit laat je tekenen door beide partijen.

    • Oriëntatie gaat over het geheel, niet over de te presteren dagen per beroep. Je maakt dus een stageplan op maat voor die klant, maximum 5 kalenderdagen. Een hulpmiddel zijn de competentiefiches: per taak kan je een stagebegeleider vanuit het bedrijf aanduiden en bepalen hoe lang deze taak mag/moet uitgevoerd worden om te kunnen spreken van beroepsverkenning.

    • Wanneer de stagiair wettig afwezig is omwille van bijvoorbeeld ziekte, bekijk je of je vooropgestelde doel is bereikt?
      - Indien ja, werk je het contract af. (De opleidingslijn moet dezelfde einddatum hebben als je stagelijn.)
      - Indien niet kun je de stagelijn verlengen met de wettige ziektedagen zolang de opleidingslijn niet afgesloten is.

Na de beroepsverkenning wordt het jobdoelwit bevestigd. Deze evaluatie wordt neergeschreven in de ‘begeleiding-stagelijn’. Alleen indien nodig kan overgegaan worden naar een tweede fase.

 

Fase 2: Competentiekloof in kaart brengen (de reeds opgebruikte dagen van beroepsverkenning trek je af van het maximum van dertig kalenderdagen)

De competentiekloof van je klant zijn kennen en kunnen ten opzichte van de vereisten van het jobdoelwit vaststellen. Er wordt in samenspraak met de werkgever een stageplan opgemaakt waar instaat:

  • Wat gaat de stagiair doen? (Welke taken?)

  • Waarom gaat de stagiair dit doen? (Per taak vastleggen wat het doel is van het X-aantal uren uitvoeren van die taak.)

  • Hoe gaat dit gebeuren? (bv: De werkgever legt eerst uit, doet voor, stagiair voert taken uit onder supervisie van de stagebegeleider,...)

  • Wie begeleidt de stagiair? (Deze stagiairs mogen nooit alleen werken! Verplicht uitvoeren van de taken in aanwezigheid van de stagebegeleider van het bedrijf.)

  • Evaluatie: wat, hoe en waarom evalueren we?

Leerwegbepaling/objectiever een POP in kaart brengen:

De bemiddelaar zet het jobdoelwit in het dossier van de klant en scoort de competenties door de balkjes te verschuiven. Dit is het vertrekpunt van de verdere acties in het traject.
 

Opgelet!

Fase 1 + Fase 2 = maximum 30 kalenderdagen per bedrijf!
Voor klanten in TWE maximum 30 kalenderdagen gecumuleerd!!

Er kan geen enkele beroepsverkennende stage doorgaan zonder:

  • Contract (drie partijen ondertekenen),
  • Indien vereist medisch onderzoek
  • Verzekering (VDAB en werkgever)
  • Stageplan (VDAB en werkgever maken, iedereen ondertekent)
  • Een Dimona-aangifte (een Dimona Without DmfA door de werkgever= ‘niet onderworpen DWD’. Voor een kijkstage is echter geen Dimona nodig omdat de klant geen enkele taak uitvoert.)

Waarvoor NIET gebruiken?

  • Niet inzetten voor voltijdse werknemers
  • Enkel "vaststellen" van reeds aanwezige en ontbrekende competenties ten opzichte van het jobdoelwit. Het gaat niet over het aanleren of remediëren van de competenties van de werkzoekende (=werkplekleren).
  • Gaat nooit uit van een bedrijf, de bemiddelaar is de beslissende partij. Een werkgever kan niet zomaar eisen dat er een beroepsverkennende stagiair eerst dertig kalenderdagen op zijn werkvloer moet doorbrengen als selectiemiddel of vervanging van de proefperiode.
     

Welke bedrijven?

Bedrijven in de privésector, een VZW of een openbare dienst, met uitzondering van de uitzendsector.

  • De stage gaat rechtstreeks door bij een werkgever (Dimona without DmfA)
  • De stage kan enkel doorgaan in bedrijven in Vlaanderen
     

Voorzichtigheid in een dienstenchequebedrijf

Er zijn slechts vier toegelaten activiteiten in de dienstenchequereglementering:

  • Huishoudelijke hulp ten huize van de gebruiker (= het schoonmaken van de woning met inbegrip van de ramen, maaltijden bereiden, wassen, strijken en kleine verstelwerkjes)
  • Boodschappendienst
  • Strijken buiten het huis van de gebruiker of in een strijkcentrale 
  • Het mindermobielenvervoer

Dienstencheque-werknemers mogen enkel de vier toegelaten activiteiten uitoefenen en bovendien slechts die activiteiten waarvoor hun werkgever erkend is door de Minister van Werk. Deze dienstencheque-werknemers kunnen dus nooit fungeren als 'stagebegeleider'.
 

Geen stagebegeleider = geen beroepsverkennende stage.

Een poetser op de loonlijst van het bedrijf mag dus wel stagebegeleider zijn. De vloerverantwoordelijke ook, wanneer die gedurende de duur van de BVS steeds bij de stagiair aanwezig is.

(Definitie stagebegeleider: iemand die een persoon met raad en daad bijstaat tijdens diens stage, bv. door aanwijzingen te geven voor het verwerven van zekere vaardigheden, door commentaar bij de uitvoering van opdrachten, enz. De werknemer die een arbeidsovereenkomst dienstencheques heeft, mag enkel de toegelaten activiteiten uitoefenen. Andere werkzaamheden, zoals bijvoorbeeld administratieve taken, zijn uitgesloten.)
 

Arbeidsregime, verzekering, medisch onderzoek, risico-analyse en persoonlijke beschermingsmiddelen?

  • Arbeidsregime

Elk arbeidsregime dat voor het beroep vereist is mag.
 

  • Medisch onderzoek als uit de risico-analyse blijkt dat dit moet!

Het stagebedrijf vult de risicoanalyse (zie bijlage) in en geeft dit door aan de bemiddelaar. De bemiddelaar bezorgt dit aan idpb@vdab.be.
Van zodra er één taak zou worden uitgevoerd in beroepen/sectoren waar een medisch onderzoek vereist is, zijn er twee opties:

  1. Het medisch onderzoek verloopt via VDAB: procedure “aanvragen medisch onderzoek voor opleiding” zoals omschreven in de MLP-handleiding volgen. Dit kan betekenen dat de BVS niet onmiddellijk kan starten omdat de wachttijd moet gerespecteerd worden. VDAB betaalt de kosten.
  2. Werkgever/partner kan of wil niet wachten: werkgever/partner mag zelf het medisch onderzoek bekostigen.

Dit betekent concreet dat voor een aantal beroepen (b.v. veiligheidsfuncties, keukenpersoneel, bouw) een kijkstage/observatiestage (‘handjes op de rug’) van maximum 5 kalenderdagen sneller kan opstarten dan een doe-stage. Het medisch onderzoek moet namelijk gebeuren vóór de start van de BVS.

  • Voeding/horeca

Een stagiair mag zonder medisch onderzoek geen 'open voeding' verwerken, b.v. mee een gerecht bereiden of vlees versnijden. De stagiair kan dan wel observeren om zicht te krijgen op het beroep, maar mag niet 'meedraaien'. Opgepast: hier is ook een attest van de huisarts vereist die bevestigt dat je als het ware ‘zelf niet besmettelijk bent' voor de ‘open voeding' (= een attest dat bedoeld is voor het Federaal Agentschap Voedsel Veiligheid).

  • Veiligheid

Een stagiair mag zonder medisch onderzoek geen veiligheidsfunctie uitoefenen, b.v. een heftruck of een torenkraan besturen. Zelfde principe: kijken, maar niet doen. Momenteel bekostigt VDAB nog geen medisch onderzoek en/of huisartsenbezoek voor een attest voor het FAVV (Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen).

  • Voor alle beroepen in de bouw is een medisch onderzoek nodig.

Wil je een oriëntatie voor iemand die overweegt om in de bouw te werken? Ga dan voor een oriënterend bouwbad of initiatietechnieken in de bouw. Je zoekt dit als opleiding voor jouw klant op de website van VDAB.

  • Indien de werkgever wel betaalt voor een medisch onderzoek in de bouw, moet deze een Dimona without DmfA doen. De verplichting van “construbadge” en “checkinatwork” zal nodig zijn.
     
  • Risico-analyse en aanbieden persoonlijke beschermingsmiddelen = verplichting van de werkgever! De bemiddelaar heeft echter ook de verantwoordelijkheid over de veiligheid van de werkzoekende in bemiddeling.

Een beroepsverkennende stagiair kan vanaf dag één onmiddellijk een aantal taken uitvoeren op de werkvloer. Als dit op voorhand is vastgelegd in het stageplan en er voor de beroepen waar een medisch onderzoek voor vereist is ook voldaan is aan dat medisch onderzoek!

De werkgever heeft de plicht om iedereen die taken uitvoert op zijn werkvloer op de hoogte te stellen van de risico's van de werkvloer/werkpost en de preventiemaatregelen, nog voor er één taak is aangevangen. VDAB en jij als partner-bemiddelaar bent verplicht om de werkgever te wijzen op de plichten ten opzichte van de "welzijnswetgeving van werknemers van 4 augustus 1996" en de bepalingen van het A.R.A.B. Daarom kan je in bijlage een werkpostfiche/lege risicoanalyse terugvinden als hulp voor de werkgever. De bemiddelaar bezorgt dit aan idpb@vdab.be.
 

  • Verzekeringen en aangifte arbeidsongeval

De VDAB zorgt voor de arbeidsongevallenverzekering.

Indien er een arbeidsongeval gebeurt, gelieve de handleiding op het internet-partnerstuk te raadplegen. Onderstaande contactpersonen van VDAB mag je contacteren omdat zij toegang hebben tot het “extranet” van Ethias voor aangifte arbeidsongeval.

 

Provincie Contactpersoon Adres Mail Fax

Antwerpen

Betty Michielsen

Copernicuslaan 1, 2018 Antwerpen

betty.michielsen@vdab.be

014 44 51 00

Brussel

Natalie Renders

Bergense Steenweg 1440, 1070 Anderlecht

natalie.renders@vdab.be

025 25 00 99

Limburg

Christel Hubrechts

Thonissenlaan 47, 3500 Hasselt

christel.hubrechts@vdab.be

011 26 06 26

Oost- Vlaanderen

Francine Devriese

VAC - Virginie Lovelinggebouw,

Koningin Maria Hendrikaplein 70 bus 63, 9000 Gent

francine.devriese@vdab.be

09 248 55 09

Vlaams- Brabant

Suzy Vanderzeypen

Witherenstraat 19, 1800 Vilvoorde

suzy.vanderzeypen@vdab.be

02 255 92 79

West- Vlaanderen

Marianne Vanhaverbeke

Koning Albert-I-laan 1/2 bus 64, 8200 Brugge

marianne.vanhaverbeke@vdab.be

050 28 86 90

 

 

Het stagebedrijf zorgt voor de verzekering burgerlijke aansprakelijkheid. Een telefoontje van de werkgever naar de verzekeraar volstaat om dit in orde te brengen.

 

 

 

Vergoeding voor de werkzoekende

 

De niet-werkende werkzoekende die een beroepsverkennende stage doet, krijgt de verplaatsingskosten en eventuele kosten voor kinderopvang terugbetaald van de VDAB. Bij "registratie" vind je hoe je prestaties kunt invoeren. Zie gerelateerde documenten "verplaatsingsvergoeding" en "vergoeding voor kinderopvang".

 

 

 

RVA

 

De werkloze:

 

  • kan de stage verrichten met behoud van de uitkeringen
  • vermeldt deze stage niet op zijn controlekaart
  • moet geen aanwezigheidsattest (C98) bij zijn controlekaart voegen
  • moet geen C91 (formulier einde opleiding) aanleveren op het einde van de beroepsverkennende stage

 

De werkloze is vrijgesteld van de beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt doorheen het TWE-traject!!! (Pas als het volledige TWE-traject stopt en je klant is uitkeringsgerechtigd of krijgt een bijpassing van RVA, dan is er een formulier C91, einde opleiding, nodig voor de uitbetalingsinstelling.)
 

 

Routing

 

Wat doet het bedrijf?

 

Voor de stage:

 

  • Alle gegevens voor het contract bezorgen aan VDAB/Partner (stagesjabloon-evaluatiesjabloon in bijlage)
    • Voor welk beroep
    • Op welke werkpost(en) (sjabloon risicoanalyse beschikbaar op het partnerstuk van internet)
    • Vult het stageplan aan, een hulpmiddel zijn de basisopleidingsplannen per beroep op de VDAB-site en ondertekent
      • Wat gaat de stagiair doen?
      • Waarom (doel van taken X-aantal uren/dagen uit te voeren)
      • Wie begeleidt de taken van de stagiair?
      • Hoe zal de evaluatie plaatsvinden?
  • Het stagecontract ondertekenen
  • Voorzien in vereiste beschermingsmiddelen zoals omschreven in bepalingen van het A.R.A.B

 

(Het stageplan is per klant te bepalen. Je kan een standaard stageplan afspreken met een werkgever waar je meer mee samenwerkt. Dat basisstageplan moet steeds geïndividualiseerd worden op maat van je klant zijn behoeftes. Het leertraject/ POP is per individu te bepalen.)

 

Tijdens de stage:

 

  • Het contract ter beschikking houden voor controles van de sociale inspectie en RVA als de stagiair aan het werk is
  • Het stageplan als verplichte bijlage aan het contract. Voor de controle van de sociale inspectie en RVA dient dit stageplan als bewijs dat de uit te voeren taken op voorhand zijn vastgelegd. Dit benadrukt het stageaspect en toont aan dat het niet om zwartwerk gaat.
  • De stagiair begeleiden
  • VERPLICHTE Dimona-aangifte. RSZ oordeelt dat de beroepsverkennende stagiair moet aangegeven worden aan RSZ door de werkgever. Omdat het echter over een onbezoldigde stage gaat, hoeft de werkgever geen RSZ te betalen. De code die de werkgever moet aanduiden is ”DWD”=Dimona without DmfA. (Without DmfA wijst net op ‘geen RSZ verschuldigd’). (Een kijkstage= NIETS doen, max. 5 kalenderdagen, hoeft geen DIMONA-Aangifte)

 

Na de stage:

 

  • Invullen van het evaluatieformulier

 

Het bedrijf mag een mondelinge evaluatie vragen aan de bemiddelaar.
 

 

Wat doe ik als bemiddelaar?

 

Vóór de stage:

 

  • Je houdt een gesprek met de werkzoekende:
    • Is een stage een meerwaarde voor hem?
    • Heeft hij de nodige algemene arbeidsattitudes?
  • Je geeft de werkzoekende alle informatie over de stage
  • Je ondersteunt de werkzoekende om een stageplaats te vinden door in de vacaturedatabank naar werkgevers te zoeken
  • Jij of een collega neemt contact op met het stagebedrijf (de nieuwe folder kan je daarbij helpen. Beschikbaar op internet onder ‘de beroepsverkennende stage'.)
  • Je maakt het contract op in drie exemplaren, één voor de werkzoekende, één voor het bedrijf en één voor VDAB
  • Je maakt een competentiegericht stageplan op maat van de werkzoekende. ( De competentiestandaard vanuit de competent-databank of de basisopleidingsplannen IBO kunnen je daarbij helpen.)
  • Je laat het contract en stageplan ondertekenen door de werkzoekende en tekent zelf voor VDAB/ als partner. Jij of een collega bezorgt het contract en de aanzet tot stageplan voor ondertekening aan het bedrijf.
  • Je registreert de stage in het dossier van de werkzoekende

 

 

 

Tijdens de stage:

 

  • Als er problemen zijn bemiddel je tussen de werkzoekende en het bedrijf
  • Je plant voor de start van de BVS een evaluatie van de beroepsverkenning in op de werkvloer of bij jou om de beroepsverkenning te evalueren. (Waren de verschillende taken jouw ding? Wat ging goed, wat ging niet goed? Zie je jezelf dit beroep uitvoeren? Vond je de werkomstandigheden ok? Wat vond je van het team? Wat vond je van de verplaatsing, de uren, de arbeidsomstandigheden? Wil je graag verder gaan met dit beroep als jobdoelwit? Kunnen we onmiddellijk naar vacatures? Lukt het niet om naar vacatures te gaan, wat missen we nog? Over naar competentiekloof in kaart brengen en op papier zetten. Moeten we naar een opleiding?)
  • Voor een langere beroepsverkennende stage zorg je voor minstens één telefonische opvolging en één face-to-face opvolgingsgesprek.
  • Als het bedrijf een mondelinge evaluatie vraagt, voer je dit gesprek, al dan niet in aanwezigheid van de werkzoekende. Je bespreekt de resultaten ervan met de werkzoekende.

 

 

 

Na de stage:

 

  • Je houdt met de werkzoekende een evaluatiegesprek
  • Vraag je de evaluatie/ inschatting van de werkgever
  • Op basis van de evaluatie pas je het klantdossier aan:
    • Bekijk de gewenste jobs in MLP: op basis van de stage kun je een beroep toevoegen of verwijderen
    • Je scoort de bewezen competenties door de balkjes te verschuiven
  • Jij of een collega doet alle nodige registratie in het dossier van de werkzoekende zodat de VDAB de eventuele vergoedingen kan betalen.

     

 

Aandachtspunten bij registratie

 

De beroepsverkennende stage kan alleen binnen een TWE-traject gebruikt worden

 

Op voorhand zeker nakijken:

 

  • of bankrekeningnummer klopt
  • hoe ver de verplaatsing naar het stagebedrijf is

 

Na de stage zeker bekijken:

 

  • of prestaties zijn weggeschreven
  • of alle stage-lijnen correct zijn afgewerkt