U bent hier

Begeleiding tijdens periode tewerkstelling art 60§7

Informatie en richtlijnen art. 60§7

Het instrument art. 60§7 werd bijna ongewijzigd meegenomen in deze Vlaamse activeringsmaatregel. Het instrument is bij vele OCMW’s gekend en wordt gebruikt vanuit het wettelijk kader van Maatschappelijke Integratie. Door het aanbieden van een art. 60§7 tewerkstelling aan cliënten worden deze professioneel geactiveerd. Bijkomend geeft het positief doorlopen van deze tewerkstelling het gevolg dat betrokken personen hun sociale rechten opbouwen. Een art. 60§7 kan niet meer fungeren buiten het TWE traject als een OCMW daar de bijbehorende loon toelage van het POD MI wil voor ontvangen. Start men toch een art. 60§7 tewerkstelling op zonder deze in te bedden in een TWE traject dan zal deze volledig ten laste vallen van het OCMW. Er komt dan geen enkele vorm van subsidie of loon toelage het OCMW tegemoet.
(*) Met uitzondering van de nog lopende artikels 60§7 die opgestart zijn voor 31/12/2016. De oude vorm van subsidie (RSZ korting) is hier nog in voege tot en met 31/12/2018. Indien er nog langlopende trajecten voorbij deze laatste datum zijn dan moeten deze worden ingebed in het nieuwe systeem van TWE. We trachten tijdig deze trajecten te monitoren en bekijken in het najaar 2018 de stand van zaken.

De uitgebreide regelgeving rond dit instrument zat eerst en vooral bij POD MI, omwille van de 6e staatshervorming is dit nu toegewezen aan de gewesten. U richt dus best uw vragen omtrent deze maatregel naar VDAB toe ( tijdelijkewerkervaring@vdab.be ). Wij trachten u verder te helpen met deze vragen, en kunnen daarbij rekenen op de back office service van het POD MI. Deze procedure neemt soms enige tijd in beslag. Onze excuses als sommige antwoorden even op zich laten wachten. Dit komt omdat VDAB die dus in tweede lijn bij POD MI moet gaan raadplegen. POD MI neemt de eerstelijns werking niet meer op. Dit uniek loket wordt in 2018 ook hervormd, deze hervorming heeft geen effect op betaling van loon toelagen en dergelijke.

Daarnaast kan u ook steeds bij VVSG terecht met vragen, als overkoepelend orgaan beschikken zij eveneens over een rijk instrumentarium aan informatie. VVSG is vanaf het prille begin betrokken bij de hervormingen en uitwerken van TWE en kan aanschouwt worden als een 2e baken van informatie waar u zich naar kan richten. Dit kan u door hun website te bezoeken via www.vvsg.be en door in het zoekscherm de term art .60§7 in te tikken krijgt u een uitgebreide selectie van documenten die allen dit thema behartigen. Vermits deze nog steeds raadpleegbaar zijn, gaan we er van uit dat ze tevens rechtsgeldig zijn en de informatie nog steeds van kracht is.

Bijkomende aandachtspunten die wij hier nog willen meegeven:

  • Een art. 60§7 tewerkstelling kan deeltijds indien het minstens om een halftijdse tewerkstelling gaat. De duur van de deeltijdse tewerkstelling moet overeenstemmmen met de duur die nodig is voor de gerechtigde om zijn sociale rechten te verwerven. De toelage voor de deeltijdse tewerkstelling is begrensd tot 6 maanden. 
  • Een art. 60§7 tewerkstelling mag starten in een Sociaal Economie initiatief binnen TWE maar enkel voor een periode van maximaal 12 maanden. Nadien moet er overgeschakeld worden naar een functie die zich niet meer op het niveau van een doelgroepmedewerker sociale economie bevindt (binnen dit zelfde initiatief) of men zoekt een tewerkstelling binnen het NEC ( Normaal Economisch Circuit). De verhoogde loontoelage mag dus maar voor 12 maanden opgevraagd worden aan POD MI via het systeem Nova Prima.
  • Opleidingen tijdens art. 60§7 zijn mogelijk. De betrokken werknemers kunnen dienstvrijstelling genieten van de OCMW’s om opleiding te kunnen volgen. Dit volgens geldende arbeidswetgeving die eveneens van toepassing is op art. 60§7.
  • Stage tijdens een art. 60§7 tewerkstelling is niet mogelijk. Het is niet mogelijk om een statuut van stagiair met een statuut werknemer te combineren.

 

Het is dus van belang dat je al deze aandachtspunten in acht neemt bij de start van het TWE traject en deze verwerkt in het POP, om te komen tot een logische opbouw van het traject zoals vermeld in het BVR en in het afsprakenkader dat u bij de inleiding van dit draaiboek kan vinden.

Wanneer na verloop van tijd blijkt dat het NEC te hoog gegrepen is

Een groot deel van het TWE traject zal ingenomen worden door de art. 60§7.
In deze tewerkstelling zal al vaak blijken of personen sterk genoeg zijn om te functioneren in het NEC. Wanneer je concludeert dat betrokken werknemers beter passen in een tewerkstelling binnen Maatwerk (Sociale Werkplaats of Beschutte Werkplaats) dan start je best wel al de stappen richting deze vorm van tewerkstelling tijdens de art. 60§7. (indicering) Daarna stop je het TWE traject en begeleidt je de betrokkene personen richting maatwerk.

We verwijzen hier graag naar "Hoofdstuk 2: wat als TWE niet haalbaar is" en de richtlijnen die in dit hoofdstuk besproken worden.

Rotatie/evaluatie/zesmaandelijkse opvolging

Principes:

  1. Er wordt optimaal naar gestreefd om in functie van de capaciteiten/noden van de persoon en zijn jobdoelwit meerdere werkervaringsplaatsen in het TWE-traject van leefloongerechtigden/werkzoekenden in te bouwen.
  2. Er wordt gewerkt op maat van de klant, in functie van zijn groeipotentieel. Het TWE traject is een competentieversterkend traject.
  3. Het POP (of een gelijkaardig instrument) wordt gehanteerd bij het in kaart brengen van de te ontwikkelen competenties, het POP wordt aangepast na elke evaluatie of minimaal na elke trajectfase.
  4. In de overeenkomst tussen OCMW en werknemer en in de samenwerkingsovereenkomst met derde werkgevers bij een terbeschikkingstelling wordt opgenomen dat zij zich engageren om de leefloongerechtigde te zullen stimuleren om verdere stappen in zijn ontwikkeling van competenties / traject naar het NEC te zetten. Vormen van rotatie kunnen hierbij helpen: • rotatie tussen verschillende werkleerplekken ikv competentieversterking, kaderend in het traject • rotatie van functie.
  5. Indien een stap in het traject te hoog gegrepen is, zal het traject aangepast worden. Het traject blijft een traject op maat van de klant. Indien langer dan bv 6 maand (= één trajectfase) nodig is om competenties te oefenen en verwerven zal deze traject-stap (beperkt in tijd) verlengd kunnen. De verlenging wordt steeds gemotiveerd en het POP op basis van deze motivatie aangepast. De rotatie tussen werkleerplekken primeert op rotatie tussen/naar andere werkgevers, het traject is een competentieversterkend traject.

Terbeschikkingstelling

Zoals u allicht weet bij de de art. 60§7 is het OCMW altijd de juridische werkgever. Het OCMW kan de persoon in zijn eigen diensten tewerkstellen of ter beschikking stellen van een derde werkgever. Ook aan deze wetgeving en vorm is er niks gewijzigd door de 6e staatshervorming.

Wat wel veranderd is ten opzichte van vroeger is de bijdrage die aan de private werkgever wordt gevraagd ikv terbeschikkingstelling. We hebben de vrijheid gelaten aan de OCMW’ s zelf om te beslissen wat deze bijdrage zal zijn en of deze zal toegepast worden. Hierdoor kan deze dus verschillen per OCMW. Het staat vrij om daarin regionale afspraken te maken.