U bent hier

Inschatting

A. Inschatting

Het is geen makkelijke klus maar in het werk als OCMW-bemiddelaar zal je al vaak geconfronteerd zijn met het al dan niet juist inschatten van de cliënten.

Dit is voor deze activerende maatregel niet anders. Het verder verloop en een stuk het verdere succes van zo een traject is nauw verweven aan de inschatting van de personen die men opneemt in het TWE-traject.

Vanuit jullie dagdagelijkse werking met cliënten - die zich bij het OCMW aanbieden om een vorm van dienstverlening te krijgen - hebben jullie met eigen instrumenten expertise opgebouwd rond het inschatten van mensen. Immers door de uitgebreide intakes en bevraging van de cliënten zal er al heel wat bruikbare informatie naar boven komen om een degelijke inschatting te maken.

Omwille van de diversiteit bij de OCMW’s bemerken we echter een groot verschil in deze expertise. Het ene OCMW zal veel meer aanvragen krijgen tot leefloon en opstarten van art. 60§7 tewerkstellingen dan het andere. De geografische ligging, met daarin het aanwezige doelpubliek dat beroep doet op het OCMW en de grootte van het OCMW met de daaraan gekoppelde aanwezige dienstverlening spelen een rol in het al dan niet opbouwen van een vorm van expertise rond inschatting. Een praktisch voorbeeld: zo zal OCMW Gent een andere en uitgebreidere dienstverlening aanbieden dan OCMW Borgloon.

Ondanks deze diversiteit willen we met dit hoofdstuk handvaten aanreiken die de inschatting van cliënten bij alle OCMW bemiddelaars kan vergemakkelijken. Het inschatten van personen is echter geen mathematisch gegeven, het spreekwoordelijke buikgevoel zal in vele gevallen aanwezig zijn. Maar de autonomie om mensen in het TWE OCMW-traject te plaatsen ligt volledig in handen van het OCMW.

Ook voor de VDAB-bemiddelaar blijft het inschatten van werkzoekenden een hele opdracht en toch één van enorm belang. Immers het verdere traject naar werk wordt door deze inschatting bepaald en verder uitgestippeld. Om hen in deze opdracht te ondersteunen ontwikkelden we enkele vragenlijsten/een inschattingslijst die kan helpen bij het inschatten van cliënten/werkzoekende in het kader van werk. Je kan deze vinden in de bijlage onderaan dit hoofdstuk.

We gaan er echter vanuit dat er ook zulke instrumenten aanwezig zijn bij het OCMW. Voorbeelden van enkele OCMW’s kan je onder Bijlage 1 - hulpmiddelen voor inschatting terugvinden.

Omdat het inschatten van onschatbare waarde is binnen een traject naar werk, ontwikkelde men bij VDAB een online-leermodule die ook bruikbaar is voor OCMW-bemiddelaars. Deze module gaat over inschatten in een bredere context en is dus niet enkel gericht naar inschatting voor TWE. Ze gaat een stuk dieper om een ideaal klimaat te scheppen tussen jou en de cliënt. Ze gaat dieper in op de juiste vraagstelling op zich, om zo tot een juiste inschatting te komen.

Je kan deze module raadplegen in het online leerplatform van VDAB met de login en paswoord die je gebruikt om registraties te doen in MLP.

Bijlage 1: hulpmiddelen voor inschatting

 

ICF

Om nog een diepgaandere inschatting te maken voor personen met een beperking of waarvan je inschat dat Sociale Economie het meest haalbare is, kan je gebruik maken van dit instrument.

Het is het verplichte instrument om personen rechten te laten krijgen om door verwezen te worden naar SE. Hieronder kan je een inleidende tekst vinden over ICF. Bij sommige OCMW’s is dit instrument gekend, indien niet dan gaan zij aankloppen bij VDAB.

Wat is ICF?

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft een begrippenkader gemaakt waardoor je in beeld kunt brengen hoe iemand functioneert. Dat kader houdt rekening met de factoren die het functioneren kunnen beïnvloeden en de problemen die de persoon kan ondervinden bij het functioneren.

De door VDAB ontwikkelde gegevensset “arbeid” die de mogelijkheden en beperkingen (afstand tot het reguliere arbeidscircuit) van een persoon in kaart brengt, is op dit referentiekader gebaseerd.

Het ICF-model zorgt ervoor dat we het menselijk arbeidsmatig functioneren kunnen uitleggen op wetenschappelijke basis. Het is toepasbaar op iedereen en zorgt er dus voor dat het menselijk functioneren kan vergeleken worden.

Via het ICF-instrument kan iedereen die betrokken is bij de screening van arbeidsmogelijkheden van een persoon gebruikmaken van dezelfde indeling van problemen en moeilijkheden en daarvoor dezelfde woordenschat hanteren. Op deze manier kan informatie beter verzameld, geordend en verwerkt worden. Deze informatie gebruiken we om een goede screening uit te voeren, aan kwaliteitsbewaking te doen en de resultaten te evalueren.

Het ICF-indiceringsinstrument is ook beschikbaar in het Frans. Dit om consulenten te ondersteunen in het gebruik van het ICF-indiceringsinstrument voor Franstalige burgers.

Ook een burgerversie is voorzien. De burger-werkzoekende kan dit invullen en je zodoende helpen om een beter beeld te krijgen op zijn of haar mogelijkheden.

De indicering als persoon met een multiple-problematiek is gebaseerd op het functioneren van de werkzoekende. Om dit functioneren in kaart te brengen, gebruik je het indiceringsinstrument obv ICF. Op basis van alle beschikbare informatie (inschattingslijst, sociaal onderzoek,…) en verder bouwend op gesprekken met de werkzoekende vul je als gecertificeerde consulent het indiceringsinstrument in:

Op elk van de 43 categorieën bepaal je een score, rekening houdend met de richtlijnen bij het gebruik van het indiceringsinstrument o.b.v. ICF.

Zie bijlagen onderaan dit hoofdstuk.

Voor elk van deze 43 scores geef je een motivatie.

Je bepaalt het huidige participatieniveau (cijfer tussen 1 en 6) en het groeipotentieel (cijfer tussen 1 en 6) van de werkzoekende. Dit participatieniveau is gebaseerd op de participatieladder, die uit 6 treden bestaat:

  • 6: Betaald werk = betaald werk in het normaal economische circuit/reguliere arbeidsmarkt, zonder enige vorm van ondersteuning of begeleiding
  • 5: Betaald werk met ondersteuning = tewerkstelling in de sociale economie, maar ook tewerkstelling in het normaal economische circuit met ondersteuning van de VOP, een jobcoach, IBO, …
  • 4: Tijdelijke activerende trajecten: vb. DAZ- en TAZ-trajecten
  • 3: Arbeidsmatige activiteiten onder begeleiding met welzijns- en zorgbegeleiding
  • 2: Sociale contacten buitenshuis: betrokkene heeft contacten buitenshuis
  • 1: Contacten beperkt tot de huiselijke kring

Heb je het ICF-indiceringsinstrument volledig ingevuld, dan zie je bij het overzicht van de evaluaties een advies. Dit geeft (o.a.) een advies over de indicatie als persoon met een arbeidsbeperking. Je interpreteert dit advies als volgt: ‘x’% van de personen met een functioneringprofiel zoals dat van de werkzoekende, heeft een indicatie als persoon met een arbeidsbeperking.

Op basis van het functioneren en het advies, bepaal je als gecertificeerde bemiddelaar of een indicatie als persoon met een multiple-problematiek aangewezen is bij de werkzoekende.

Een handvat bij het opmaken van de conclusie in functie van een advies voor een recht vind je terug via het document: “Wat schrijven we in de conclusie van het ICF-verslag?” Dit is ook te vinden in de bijlagen onderaan dit hoofdstuk.

Er zijn 4 redenen waarom we werken met ICF:

  1. Het betekent een kwaliteitsverhoging van de dienstverlening.

    De ICF-profielen zijn het resultaat van een grondige bevraging en leveren zeer kwalitatieve informatie op. Dit stelt VDAB in staat om een professionele inschatting te maken van iemands functioneren met focus op tewerkstelling en te leiden naar de passende werkvorm rekening houdend met iemands individuele nood aan ondersteuning. Deze manier van werken verhoogt de kwaliteit van onze dienstverlening.

  2. Er zit een systematiek in de inschatting

    ICF is een wetenschappelijk onderbouwd classificatiesysteem en is statistisch betrouwbaar en ‘valied’ bevonden. Het ICF-instrument dat VDAB ontwikkeld heeft bestaat uit 43 categorieën die op een logische, systematische manier zijn opgebouwd. Dit helpt een correcte inschatting te maken telkens op dezelfde systematische manier. Dit zorgt voor een gelijkwaardige objectieve inschatting over de werkzoekenden heen.

  3. ICF is een gemeenschappelijke taal

    ICF is wereldwijd erkend en wordt toegepast in alle continenten en in verschillende disciplines (medische wereld (huisartsen en specialisten), kinesitherapie, ergotherapie, scholen, CLB’s, VAPH, RIZIV,… ). Het belang van ICF neemt meer en meer toe. We kunnen communiceren in een gemeenschappelijke taal met partners waar we mee samenwerken: adviserende geneesheren van mutualiteiten, RIZIV, psychiaters en psychotherapeuten, CLB’s, scholen, …

  4. Het gebruik van ICF werkt informatie-bevorderend

    Het ICF-instrument wordt gebruikt in functie van de doelgroepbepaling sociale economie. De schorsing van de uitvoeringsbesluiten bracht op dit vlak geen wijziging met zich mee. Een volledig ingevulde ICF is geen verloren moeite, want ICF geeft zeer kwalitatieve informatie over iemands functioneren. ICF kan ruimer ingezet worden dan i.f.v. toeleiding naar CMW en LDE, en is nuttig voor bemiddeling in het algemeen. Ook in functie van de TIW, Tijdelijke werkervaring, wijk-werken, de hervorming van de Siné-maatregel, … zal dit zijn nut bewijzen.

​Afspraak met het beleid

Er werd afgesproken met het beleid en de Vlaamse Regering dat VDAB als arbeidsmarktregisseur zal werken met ICF, om een kwalitatieve en zo objectief mogelijke beoordeling te maken i.f.v. de toeleiding naar sociale economie en de passende werkvorm. In de wetgeving staat dat VDAB een jaarlijkse evaluatie moet maken van de attesten en indicatoren en dat kan pas als we beschikken over volledige ICF-profielen.

Contactpersonen voor vragen ivm ICF:

Bijlage 2: informatie ICF

 

B. POP (Persoonlijk OntwikkelingsPlan)

Aan de hand van vragen te bundelen kom je tot een inschatting en kan je het traject verder uitschrijven in een POP.

Het POP (persoonlijk ontwikkelingsplan) is een tool die elke burger, ongeacht of hij werknemer of werkzoekende is, kan ondersteunen bij zijn competentie- en/of loopbaanontwikkeling.

Het POP kan in kaart brengen:

  • wat de cliënt kan
  • wat hij niet kan 
  • en wat hij wil bereiken in het TWE-traject/in zijn of haar loopbaan

Binnen het traject TWE is het gebruik van een POP dermate handig, omdat je het tevens kan gebruiken als evaluatiemiddel. Je checkt op verschillende momenten in het traject bepaalde competenties & bepaalde werkpunten af en je kan bijsturen.

Onderaan dit hoofdstuk kan je in de bijlagen verschillende voorbeelden van POP’s vinden. Het lijkt ons een meerwaarde dat men in het kader van ‘good practises’ delen, een vrije keuze kan maken in het gebruik van deze instrumenten. Vind je een bepaald POP-instrument van een ander OCMW ideaal om te gebruiken? Contacteer hen even en vraag of het mag gebruikt worden in jullie eigen organisatie met enige aanpassing indien nodig.

(Noot: als blijkt dat er een grote gemene deler terug te vinden is in diverse POP’s, dan kunnen die steeds samengesmolten worden tot 1 uniform “POP- en evaluatiedocument”. Verdere praktijk en overlegmomenten zullen dit uitwijzen.)

Het uitgangspunt bij dit inschatten is het volgende: we respecteren de autonomie van de OCMW’s wat betreft de inschatting, het opstellen van documenten of hergebruik van reeds bestaande documenten.

     

    C. Evaluatie-instrumenten

    Het POP-instrument dient in vele gevallen ook als een evaluatie-instrument om de de groei van competenties of mogelijke doelen binnen het TWE-traject te bekijken. Daarnaast zijn eigen ontworpen instrumenten waaruit een evaluatie kan worden gehaald welkom en toegestaan (zie bijlagen).

    Het kan echter voorvallen dat een persoon met ‘automatische rechten’ of ‘eerder verworven rechten’ voor maatwerk zich aanbiedt bij het OCMW en waarvan het OCMW inschat dat deze persoon sterk genoeg is om binnen het TWE-traject van 24 maanden te kunnen doorstromen naar het NEC. Indien zo'n situatie zich voordoet, vraagt VDAB impliciet om deze inschatting te staven. Dit kan door het opmaken van een apart uitgebreid verslag waaruit men kan concluderen dat klanten sterk genoeg zijn. Dit verslag laad je dan op in MLP, net zoals het POP.

    VDAB zal op verschillende momenten een monitoring uitvoeren rond het aantal dossiers met klanten met ‘automatische’ of ‘eerder verworven’ rechten die in een TWE traject zitten. Deze monitoring kan vanuit onze centrale dienst worden gedaan, of door een projectopvolger uit de regio die een “kwalimon” (kwalitatieve coachende monitoring) ter plaatste bij u in het OCMW komt doen (steekproefsgewijs).

    Hierin bekijken we eveneens of het gevraagde ‘stavingsverslag’ upgeload is in MLP.

      Bijlage 3: Voorbeelden POP en evaluatie-instrumenten