U bent hier

Wonen en werken in Israël

Als zoon van een diplomaat groeide Bram op in Lohmar (Duitsland), Londen en Den Haag. Tijdens zijn rechtenstudies ging hij op Erasmus in Bilbao. En eens aan het werk, reisde hij de wereld rond. Bram: “Ik ben in meer dan 60 landen geweest, maar Israël sprong eruit.” Over strandkledij en mitraillettes, tuttebellen en schuilkelders.

Bram (42): “Mijn eerste kennismaking met Israël was na m’n humaniora. Het was bij ons thuis de gewoonte om als 18-jarige een ‘vaderreis’ te maken. Ik koos Israël. Mijn grootvader was diepgelovig en wilde het beloofde land ook graag zien, dus ging hij mee. Een reis om nooit te vergeten.

Jaren later ging ik aan de slag als export manager bij een grote Belgische brouwerij. Ik onderhield contacten met onze importeurs over de hele wereld en bezocht hen regelmatig. Ook die in Israël. Het was een blij weerzien. 

Hypermodern

De meeste contacten vonden plaats in Tel Aviv. Je zou het misschien niet verwachten, maar Tel Aviv is een hypermoderne, bruisende stad. Het wordt ook wel ‘The city that never sleeps’ genoemd. In een notendop: zon, zee, strand, een historisch centrum en veel horeca.

Ondanks de uitspraak ‘In Jerusalem we pray, in Tel Aviv we play’, is Tel Aviv ook heel wat meer dan dat. Je vindt er bijvoorbeeld veel technologische startups. ‘Waze’ is zo eentje dat daar is ontstaan. Er is een aantal rijke families in Israël dat makkelijk investeert in zulke zaken. Ook de geëmigreerde Joden in Amerika doen dat.

Wist je trouwens dat de geëmigreerde Joden wereldwijd via het miljoenenfonds ‘Birthright Israel’ hun 18-26-jarige kinderen trakteren op een 10-daagse trip naar het beloofde land? Kwestie van de jongste generaties voeling te laten houden met hun land van oorsprong. Zo leren ze de pure Joodse cultuur kennen in het centrum van het Jodendom: Jerusalem.  

Tuttebellen

Alle Israëli hebben dienstplicht op hun 18. Mannen moeten 3 jaar in het leger. Vrouwen 2 jaar. Tot hun 40ste worden ze enkele weken per jaar opgeroepen voor actieve dienst. 

Zo ken ik iemand die ineens 3 maanden aan de frontlinie met Libanon moest gaan staan. Die man had een bedrijf, een gezin…

Ik weet niet of het door de legerdienst komt, maar Israëlische vrouwen zijn erg zelfstandig, pro-actief en pragmatisch. Het zijn geen tuttebellen. Moet er een tafel verschoven worden, dan kijken ze niet naar de mannen, maar steken ze zelf de handen uit de mouwen. 

Vindingrijk

Hoe Israëli zijn om mee te werken? Ze kunnen hard onderhandelen, maar willen wel een win voor beide partijen. Hun doel is niet het onderste uit de kan halen, maar tot een langetermijnoplossing komen. Die constructieve aanpak apprecieer ik. 

Daarnaast zijn ze direct, een beetje eigenwijs, vindingrijk en transparant. Initieel zijn ze wat koel en afstandelijk, maar na verloop van tijd ontstaat er een hartelijke professionele samenwerking.

Wat nog? Ze zijn positief ingesteld en het zijn levensgenieters. Het mag niet verbazen dat je er erg lekker kan eten. Ze houden van sterke Belgische bieren en ‘chasers’ (shotjes sterke drank). Het uitgaansleven ‘boomt’ er.

Mitraillette

Waar ik erg moest aan wennen is de security die je altijd en overal ziet. En niet enkel op de luchthaven, of wanneer er dreiging of spanningen zijn. Ook in het dagdagelijkse stadsbeeld zijn de veiligheidsmaatregelen heel zichtbaar. 

Op een dag was ik voor het avondeten nog even op het strand gaan wandelen. Terug in het hotel nam ik de lift. Er stapte ook een knappe dame in die strandkledij en een strandtas droeg. Althans, dat dacht ik. Toen ze uitstapte zag ik dat ze geen strandtas bij had, maar een mitraillette! Heel bevreemdend, maar ginder niet ongewoon. 

Schuilkelder

Alle woningen in Israël hebben een ding gemeen: een schuilkelder. Voor als er raketaanvallen zijn. Van de oorlog merk je in Tel Aviv voor de rest weinig. Ik heb me er nooit onveilig gevoeld.

Wat opvalt is dat de meeste mensen vrede willen. Thuis en op restaurant zitten Joden aan tafel met Arabieren. Het is niet hun oorlog die gevochten wordt. Zoals altijd gaat het om een minderheid tegen een minderheid. 

Ommezwaai

Intussen heb ik het frequente reizen achter me gelaten. Met mijn internationale ervaring adviseer ik nu Belgische bedrijven bij hun export.

Het breekpunt kwam toen de juf van mijn dochters vroeg of ik piloot was. Bleek dat mijn dochter bij elk vliegtuig dat overvloog, wees en riep: “Papa!” Toen besefte ik dat ik misschien wat aan het overdrijven was. 

Voorlopig is dat een goede keuze. Want zeg nu zelf: meer dan 100 vluchten op een jaar, en een trip Zuid-Amerika met 12 vluchten op 10 dagen, dat is nefast voor lichaam en milieu. 

Wanneer mijn 3 dochters in de puberteit zitten, denk ik daar mogelijk weer anders over.” <lacht>

 

E-mail: bram@businessmarkers.com

 

Elke Duprez

Gepubliceerd in